In Reykjavik wordt niet meer gebouwd

Ruim een jaar geleden vielen de grote banken in IJsland om. De eilandstaat raakte in een diepe crisis. Bedrijven kampen met zware schulden en een gedevalueerde kroon.

Vanuit zijn kantoor heeft Vilhjálmur Egilsson een weids uitzicht over Reykjavik. De directeur van de IJslandse werkgeversorganisatie sombert er over de staat van de economie. Boven het zakencentrum torenen nog wel enkele bouwkranen uit, maar takelen doen ze niet meer. De bouw ligt stil, al maanden. De huizen- en kantorenmarkt is na jaren van ongebreideld casinokapitalisme in elkaar gestort. Alleen al in Reykjavik staan 2.300 nieuwe huizen en appartementen leeg, op een totaal van ruim 18.000. Er zijn geen kopers. Elders in het land is het niet anders. Honderden, merendeels kleine bouwbedrijven, gingen afgelopen jaar failliet.

SET draait nog wel. Nog net. De toeleverancier aan de bouw maakt geïsoleerde stalen buizen voor het hete (80 graden) uit de vulkanische grond opgepompte water waarmee vrijwel alle huizen in IJsland worden verwarmd. Manager Bergsteinn Einarsson: „Onze omzet dit jaar bedraagt 3 procent van de omzet in 2008.”

SET is een familiebedrijf dat normaal gesproken een jaaromzet van 15 miljoen euro haalt. Behalve de stalen buizen maakt het ook plastic buizen voor rioleringen, voor transport van koud water, en voor kabels. Einarsson heeft zijn hoop gevestigd op de export: „We exporteren al een beetje sinds 2006, onder andere naar Nederland, waar onze buizen en pijpleidingen in de tuinbouw worden gebruikt. We zijn ook een bedrijf begonnen in Duitsland. We hopen onze producten te kunnen verkopen aan de grote energiebedrijven in Duitsland en Nederland.”

De IJslandse economie kreeg een jaar geleden een enorme opdoffer van het faillissement van de drie grootste, internationaal opererende banken, waaronder Landsbanki, eigenaar van het in Nederland bekende Icesave. Het IJslandse ministerie van Financiën voorziet een daling van het bruto binnenlands product met 8,4 procent in 2009 en nog eens 1,9 procent in 2010. De binnenlandse consumptie daalde dit jaar met 20 procent. De bruto buitenlandse schuld van IJsland loopt dit jaar op tot 310 procent van het bbp, schat het IMF, een van de hoogste percentages ter wereld. De totale schuld van het IJslandse bedrijfsleven bedraagt 12.000 tot 14.000 miljard kroon (zo’n 70 miljard euro).

Het tekort bij de overheidsuitgaven bedraagt eind dit jaar 17,2 procent van het bbp, zodat in 2010 belastingen en accijnzen fors moeten worden verhoogd en de overheidsuitgaven omlaag moeten. De koopkracht is sinds 2008 met ruim 12 procent verminderd. Volgend jaar daalt de koopkracht volgens de centrale bank nog eens met 16 procent. De werkloosheid, thans 9 procent, loopt komend voorjaar op tot 12 procent.

De financiële sector en de bouw zijn totaal ineengestort. „De financiële sector komt wel terug, maar in een heel andere vorm, en hopelijk zonder de stommiteiten van de afgelopen jaren”, zegt werkgeversdirecteur Egilsson. De drie grote banken (Kaupthing, Landsbanki en Glitnir, omgedoopt tot Islandsbanki), die samen circa tien keer het IJslandse bruto binnenlands product ‘waard’ waren voordat ze in oktober vorig jaar omvielen, zijn overgenomen door de Staat. Ze werden vervolgens gesplist in een nationaal deel – dat alleen in IJsland en dan nog mondjesmaat actief is – en een buitenlands deel, met daarin alle buitenlandse bezittingen en schulden.

Islandsbanki, de kleinste van de drie, werd onlangs voor 95 procent eigendom van de schuldeisers, waaronder Deutsche Bank. De schuldeisers van Kaupthing moeten voor 1 november beslissen of ze hun claims willen omzetten in aandelen. Landsbanki, dat als eerste failliet ging, blijft nog lang een molensteen om de nek van de Staat: de schulden van deze bank worden geraamd op zo’n 20 miljard euro. De afwikkeling van schulden en de verkoop van bezittingen gaan nog jaren duren. Met de verkoop van Landsbanki-bezittingen hoopt de regering circa 90 procent van de Britse en Nederlandse Icesave-leningen (in totaal bijna 4 miljard euro) alsmede de rente te kunnen betalen. De Icesave-betalingen beginnen in 2016.

Niet alleen de grote banken gingen ten onder aan hun internationale expansie. Ook het Baugur-concern, dat begin 2008 nog tienduizenden mensen op de loonlijst had staan – de meesten in Groot-Brittannië, waar het belangen had in winkelketens – is failliet.

Veel bedrijven, waaronder ook grote, zoals de luchtvaartmaatschappij Icelandair, een grote bouwmarkt (Husasmidjan), het drukkerij- en boekhandelconcern Penninn en Volkswagen-importeur Hekla, zijn overgenomen door banken. En zelfs fastfoodicoon McDonald’s verdwijnt: de import van ingrediënten voor de Big Mac is te duur geworden.

Bedrijven die afhankelijk zijn van de binnenlandse markt hebben het allemaal moeilijk, omdat de IJslanders massaal sparen – de binnenlandse consumptie is met 20 procent gedaald. „Mensen kopen basisproducten, en laten yoghurt of skyr [een zuivelproduct dat lijkt op kwark, red.] met een vruchtensmaakje staan”, zegt Gardar Eiriksson, manager van Audhumla, een coöperatie van zevenhonderd melkveehouders.

Het tachtig jaar oude bedrijf, dat vrijwel een monopolie heeft, kan het hoofd nog wel boven water houden. Maar vijftig tot honderd melkveehouders verkeren in grote financiële problemen, zegt Eiriksson. Ze kampen niet alleen met kostenstijgingen, maar vooral ook met de lasten van dure leningen voor investeringen. Veel leningen werden verstrekt in euro’s en andere harde valuta, maar moeten worden terugbetaald met gedevalueerde kronen.

Internationaal opererende ondernemingen hebben minder last van de crisis, omdat ze zaken doen in harde valuta en zo minder afhankelijk zijn van de nationale munt. Bij de scheepvaartmaatschappij Samskip (1.300 werknemers, omzet circa 600 miljoen euro), met de Rotterdamse vestiging als Europees hoofdkwartier, zegt manager Asbjörn Gislason: „Wij zijn niet afhankelijk van de kroon, 80 tot 90 procent van onze kosten en inkomsten zijn in euro’s of andere harde munten.”

Gislason: „De IJslandse import is nu 40 tot 50 procent minder dan in de topjaren 2007 en 2008. Door de internationale crisis nam ook het volume aan lading op de Europese diensten af. Maar we zijn flexibel en passen ons snel aan.” Ze varen minder en hebben daardoor ook minder kosten.

Ook de visserij, nu weer goed voor ongeveer 40 procent van IJslands export, heeft nauwelijks te lijden van de IJslandse crisis maar wel van de internationale recessie. Eggert Gudmundsson, bestuursvoorzitter van HB Grandi: „Wij exporteren alles wat we produceren. De daling van de prijzen in onze belangrijkste afzetmarkten was ons grootste probleem. De opbrengst voor kabeljauw, de duurste vis, daalde in 2008 met 30 tot 40 procent in Spanje en het Verenigd Koninkrijk.”

HB Grandi is een van de grootste visserijbedrijven van het land, met twaalf schepen, vier visverwerkingsbedrijven, 650 werknemers en in 2007 een totale visvangst van 166.500 ton. „Het gaat nu iets beter”, zegt Gudmundsson. „Onze hele boekhouding is in euro’s en andere buitenlandse munten. De lonen zijn bevroren. Door de lage koers van de kroon zijn onze kosten voor visverwerking lager. Over het geheel is onze omzet vrijwel stabiel gebleven.”

Heikel punt voor de sector is een eventuele toetreding tot de Europese Unie. Met een totale vangst van 1,7 miljoen ton zou IJsland een grote partij zijn in de EU (totale vangst 6,9 miljoen ton), maar de IJslandse visserijwereld is fel tegen toetreding tot de Unie. De vissers willen de 200-mijlszone rond het eiland als hun exclusieve domein behouden en de rijkdom aan vis in hun schone zeeën niet delen met concurrenten uit andere EU-landen. Gudmundsson: „Een diepgaande discussie over de voors en tegens van het EU-lidmaatschap zou wenselijk zijn. Maar eigenlijk alles draait om dat ene grote voordeel: invoering van de euro.”

De enige sector die profiteert van de binnenlandse malaise is het toerisme. Tot vorig jaar stond IJsland in het buitenland – terecht – bekend als peperduur. Maar door de goedkope kroon is dat veranderd en het land trekt daardoor meer toeristen. De buitenlandse bezoekers gaven in 2009 volgens een voorlopige schatting 150 miljard kroon (800 miljoen euro) in harde valuta uit, die het land goed kan gebruiken. Veel IJslanders vierden bovendien dit jaar vakantie in eigen land om dezelfde reden: de zwakke kroon maakte een buitenlands verblijf onbetaalbaar.

Zo drijft de IJslandse economie een jaar na de ineenstorting van de banken weer op de drie klassieke sectoren: visserij, toerisme en energie, inclusief de drie aluminiumsmelters. Want energie, in de vorm van heet water, komt nog steeds in vrijwel onbeperkte hoeveelheden uit de vulkanische grond. Gratis.