George W. Bush

George W. Bush had zich, na zijn vertrek in januari als 43ste president van de VS, nog nauwelijks laten zien. Een enkele keer verliet hij zijn nieuwe huis in Dallas om een honkbalwedstrijd te bezoeken. Camera’s registreerden een nerveus rondkijkende man in een iets te vlot leren jack. Het is zijn lot dat mensen hem niet meer toejuichen. Hij draagt het met stijl. Hij klaagt niet. Hij zwijgt.

Dat hij zich niet meer in het openbaar vertoonde, leverde hem de laatste maanden waardering op van Democraten. Zijn vicepresident Cheney, met wie de relatie niet goed meer is, laat geen kans voorbijgaan Obama uit te maken voor weifelaar. Een schending van de gewoonte dat voorgangers zwijgen over opvolgers in het Witte Huis – maar daar heeft Cheney allemaal lak aan natuurlijk. Geef hem een buks en hij schiet.

Bush niet. Totdat zijn presidentiële memoires volgend jaar zomer uitkomen zal hij zwijgen over politiek, zegt zijn uitgever. Rumsfeld en Cheney komen volgend voorjaar ieder met een eigen boek, en de verwachting is dat ze hun dedain voor Bush ruim zullen belichten. Het leed is nog niet geleden.

Maar vorige week was er een opbeurend bericht. Bush sprak op een besloten seminar voor 11.000 zakenmensen. Ze dansten zich los op de Beach Boys – Surfin’ USA – en daarna betrad hij het podium. Hij sprak over populariteit („dat vervliegt allemaal’’) en God. Zonder de Almachtige had hij het nooit gered in Washington. En hij belichtte zijn ideeënwereld. Als hij tegenwoordig bij het uitlaten van Barney de hondenpoep op staat te ruimen, denkt hij: ,,Man! Wat is mijn leven veranderd!’’