Fort Hood levert vele gebroken mannen af

Het is nog onduidelijk waarom majoor Hasan een bloedbad op een legerbasis aanrichtte. In een café voor veteranen blijkt wel dat er veel vaker incidenten zijn.

Cindy Thomas is gewend haar strijd alleen en in de anonimiteit te voeren. Maar vrijdagmorgen is het topdrukte in haar veteranencafeetje vlakbij Fort Hood – de legerbasis in Texas waar majoor Nidal Malik Hasan (39) donderdag dertien mensen doodschoot en er 31 verwondde.

CNN is net geweest, The New York Times stapt binnen, en nu hangt het Spaanstalige CNN alweer aan de lijn. „Er is blijkbaar een ramp nodig”, zegt ze, „om de ellende van veteranen onder de aandacht te krijgen.”

Twee jaar geleden was zij nog een „gewone legervrouw”, zoals ze dat noemt. Net als tienduizenden anderen in deze regio maakte haar man carrière in de landmacht, en Fort Hood – de grootste legerbasis in de Verenigde Staten – werd hun leven. Fort Hood is niet alleen de oefen- en verblijfplaats van vijftigduizend militairen, de kazerne is tegelijk een soort middelgrote stad – winkels, fastfoodrestaurants, een recreatiepark, een museum. Militairen die dat willen – en daar zijn er veel van – verlaten de legerplaats alleen als ze naar Afghanistan of Irak worden uitgezonden.

Cindy Thomas, een Texaanse latina, gaf dat leven rigoureus op toen haar schoonzoon in 2007 besloot marinier te worden. Dit was de grens. Zij en haar echtgenoot hadden net een hopeloze strijd met de legerleiding achter de rug. Haar man werd voor een derde keer naar Irak uitgezonden, hoewel hij aan een posttraumatisch stresssyndroom (PTSS) leed en bovendien niet was hersteld van een drievoudige botbreuk. „Hij kon zijn kogelwerend vest niet eens dragen”, zegt ze.

Zo kon het niet langer. Ze begon het ‘Under the Hood Cafe’, pleisterplaats voor gedesillusioneerde veteranen. Een cafeetje in een slechte buurt vlakbij Fort Hood – veel stripclubs en tattooshops – waar geen drank is te krijgen, maar wordt gerookt alsof het nog altijd 1980 is.

Thomas is er ‘tweede moeder’ van honderden veteranen die met zichzelf in de knoop zitten en dingen doen – zuipen, vechten, schieten – waardoor de maatschappij hen afserveert. PTSS is de belangrijkste oorzaak. „Het is hier dagelijks een optocht van mannen die de weg kwijt zijn.”

De hoeveelheid mensen die majoor Hasan donderdag beschoot verraste haar. De daad zelf niet. „Dit soort incidenten hebben we hier om de haverklap.” Vorige maand nog schoot een Irak-veteraan een collega dood tijdens een feestje waarop ze nota bene hun terugkeer uit dat land vierden. „Het gebeurde op de basis. De commandant praat er niet over. De lokale media hebben geen belangstelling. Het is elke maand wel een keer raak.”

Ze kent Hasan niet persoonlijk. Maar een collega met wie ze het cafeetje runt, had contact met hem. „Ik begrijp dat Hasan zes jaar als psychiater in een ziekenhuis voor gewonde veteranen heeft gewerkt. Daar krijg je de ergste verhalen voorgeschoteld. Oorlogsmisdaden, verkrachtingen, kinderen die nodeloos sneuvelen. Hij kan hun verhalen alleen aanhoren mits hun verhalen vertrouwelijk blijven. Dat hoopt zich op. Dus zo’n man breekt op een dag. Alweer: niks bijzonders. Gebeurt voortdurend met therapeuten.”

Duidelijk is inmiddels dat Hasan naar Afghanistan zou worden uitgezonden (niet Irak, zoals deze krant gisteren meldde), en dat hij in die oorlog geen enkel vertrouwen heeft. „Maar dat zijn opvattingen waar de legerleiding lak aan heeft. Je kunt zoveel vinden, zeggen ze dan. In het leger heb je uiteindelijk geen vrije wil.”

Het gonst rond Fort Hood van de geruchten dat Hasans geloof het werkelijke motief achter zijn daad was. Volgens onbevestigde berichten zou hij Allahu Akbar – God is groot – hebben geroepen toen hij zijn automatische geweer op zijn collega’s richtte. Ook hebben diverse vrienden en collega’s verklaard dat Hasan de ‘Oorlog tegen Terreur’ zag als een Amerikaanse oorlog tegen de islam. De FBI zou bovendien berichten van hem op internetfora hebben geregistreerd waarin hij zelfmoordaanslagen verdedigde.

In gesprekken met militairen – alle Fort Hood-bewoners waren gisteren vrij – bleek dat de meeste veteranen terughoudend zijn de daden van Hasan in verband te brengen met de islam. Volgens café-eigenares Thomas heeft dat ook een element van berekening in zich. „Was zijn motief religieus? Niemand kan het op dit moment weten. Maar militairen zijn op hun hoede als ze dat horen. Zij worden al sinds 2001 naar de oorlog gestuurd zogenaamd omdat er spanningen met de islam zijn. Het is telkens weer een alibi om door te vechten. Dus die jongens zeggen: bewijs het eerst maar eens.”

Wat mensen die buiten de krijgsmacht leven nooit zullen begrijpen, zegt Thomas, is hoe diep de oorlog in het leven van militaire families ingrijpt. Ze geeft zichzelf als voorbeeld. Sinds zijn laatste uitzending naar Irak is Thomas’ man inmiddels gepensioneerd, maar hun huwelijk is eraan ten onder gegaan. „De PTSS is te erg. Ik heb na zijn terugkeer geen normaal gesprek meer met hem gevoerd. We zijn een maand uit elkaar. Het ging niet meer, zei hij.”

Het is vooral zo droevig, zegt ze, omdat ze precies weet wat er aan de hand is. „Maar als mensen, zoals mijn man, geen hulp willen, kan ook ik met al mijn kennis niets meer doen”, zegt ze met betraande ogen. „Mijn huwelijk is ook een oorlogsslachtoffer.”

Een jaar geleden had Cindy Thomas na de verkiezing van Barack Obama vlinders in de buik. Amerika zou niet meer de oorlogskaart spelen. Het leven van veteranen zou werkelijk veranderen. Nooit eerder voelde ze zoveel hartstocht in het stemhokje.

„Nu is al mijn enthousiasme weg. Ik ben er kapot van. Hij zou minder nadruk leggen op oorlog. Nou, dat merken we! De werkelijkheid is: voor ons soort mensen heeft hij helemaal niets veranderd.”