Duistere materie

Er is een controversieel Italiaans experiment uit april 2008 dat directe aanwijzingen zou geven voor het bestaan van donkere materie – de onzichtbare en nog volslagen onbekende materie die 85 procent zou uitmaken van alle materie in het heelal.

Dat experiment kan echter door andere natuurkundigen niet worden herhaald, omdat de daarvoor noodzakelijke kristallen uitsluitend aan de Italianen mogen worden geleverd.

Zo blijft nu onduidelijk of de Italianen er werkelijk in zijn geslaagd om tot exotische deeltjes te detecteren die deel zouden uitmaken van die onbekende donkere materie. Zonder herhaling blijven natuurkundigen sceptisch.

De Italianen maakten hun claim, vorig jaar, op basis van een lange reeks metingen anderhalve kilometer onder de berg Gran Sasso. Daar werkten zij met een detector die bestaat uit 250 kilo natriumjodide. Wanneer bepaalde kandidaten voor donkere materie zouden bestaan (ze worden WIMP genoemd), dan zouden ze een lichtflitsje kunnen veroorzaken wanneer ze door de natriumjodide-kristallen reizen. De Italianen namen inderdaad flitsjes waar, en hun aantal varieerde bovendien met de beweging van de aarde rond de zon. Dat zou er op kunnen wijzen dat de aarde nu en dan een stroom donkere materie passeert.

Maar de flitsjes zouden ook het gevolg kunnen zijn van natuurlijke radioactiviteit en van meetfouten in hun elektronica. De enige manier om dat uit te sluiten is door het experiment te reproduceren.

Dat blijkt nu onmogelijk: het Franse Saint Gobain, bekend fabrikant van glas en kristal, mag de ultrazuivere natriumjodide-kristallen alleen voor de Italianen maken, omdat die het patent op de kristalgroeimethode hebben.

Een Spaanse groep probeert daarom op een alternatieve manier eigen kristallen te laten groeien. Een Amerikaanse groep heeft de Italianen rechtstreeks om hulp gevraagd. Maar die zien daar vooralsnog geen brood in.