DEBAT VAN DE WEEK

Symposium ‘Meer eenheid in regeringsbeleid’. Door: Raad voor openbaar bestuur. Met o.a. Jacques Wallage, Thom de Graaf, Guusje ter Horst. Oude Raadszaal, Den Haag, 4 november.

Leuk idee botst met de realiteit

Welke bewindslieden keren na de volgende verkiezingen niet meer terug in het kabinet? Een heleboel. Van de 27 ministers en staatssecretarissen zouden er ongeveer 19 moeten verdwijnen. Géén Tineke Huizinga meer, géén Sharon Dijksma, géén Piet Hein Donner en géén Bert Koenders. En niet omdat de coalitiepartijen nu samen geen meerderheid zouden behalen, nee, het aantal ministers moet gewoon omlaag.

Jacques Wallage, voorzitter van de Raad voor het openbaar bestuur, noemde een hernieuwd debat over een kernkabinet „onafwendbaar” en Joost Eerdmans, wethouder in Capelle aan den IJssel en oud-Kamerlid voor de LPF, en Thom de Graaf, oud-minister voor D66, zeiden voorstander te zijn van een veel kleiner kabinet. „We hebben nu alleen een staatssecretaris op Verkeer en Waterstaat omdat de ChristenUnie anders onderbedeeld zou zijn”, vatte Eerdmans de argumenten samen. Het was een van de aanbevelingen op het symposium waarin werd onderzocht wat de centrale overheid kan leren van de lokale overheid.

Het probleem mag inmiddels bekend worden verondersteld, hoewel de analyse telkens anders is. Kort gezegd: de legitimiteit van de centrale overheid staat ter discussie. Wallage noemde het de „uitholling overdwars van Den Haag”. Het gaat volgens hem om het afromen van beslisruimte naar boven (Europa, Wereldbank en IMF) en naar beneden, naar de burgers die meer zeggenschap willen.

Maar deze middag zou er vooral een vergelijking worden gemaakt met de lokale politiek. Guusje ter Horst (PvdA), minister van Binnenlandse Zaken en groot geworden in de gemeente, had na bijna drie jaar Den Haag genoeg vergelijkingsmateriaal. De lokale politiek is „inhoudelijker en politieker” dan de landelijke, en partijpolitiek speelt in Den Haag een grotere rol dan in de gemeente. „En ik ervaar dat niet als een voordeel.”

Joost Eerdmans deelde die ervaring. „Lokaal spelen nauwelijks partijpolitieke kwesties”, zei hij. „Socialistische lantaarnpalen bestaan gelukkig niet.”

Ter Horst had er een creatieve oplossing voor: „Meer politiek, en minder partijpolitiek” in Den Haag. Ze bedoelde dat ministers meer ruimte moeten krijgen om eigen beslissingen te maken, zonder dat partijpolitieke belangen daarbij een rol spelen. Voor haar is politiek kennelijk synoniem aan besturen zonder ideologie. Zo bezien is de verhoging van de AOW-leeftijd een volstrekt logische besluit van de PvdA.

Thom de Graaf, ooit programmaminister voor Bestuurlijke Vernieuwing, hield een vurig betoog voor een kernkabinet met enkel programmaministers. Die zouden de regel moeten zijn, „gewone” ministers de uitzondering. Maar hijzelf weet als geen ander dat vernieuwende ideeën en politieke realiteit ver uit elkaar liggen. „Ik ben de verpersoonlijking geworden van de bestuurlijke vernieuwing'”, zei hij bij zijn aftreden als minister voor Bestuurlijke Vernieuwing in 2005. Zijn missie was mislukt, sterker, eigenlijk was hij er nooit aan toegekomen. In 2003 trad hij aan met de gekozen burgemeester en een nieuw kiesstelsel als belangrijkste prioriteiten. Maar zelfs binnen de coalitie was er te weinig enthousiasme voor zijn plannen.

Het is illustratief voor het moeizame proces van verandering. Leuk, zo’n kernkabinet en prettig dat de minister van Binnenlandse Zaken de vernieuwingsdrang onderschrijft, maar wat zullen Sharon, Tineke, Piet Hein, Bert en al die anderen er echt van vinden als het uiteindelijk in een wetsvoorstel gegoten wordt?

Huib Modderkolk