De verkeerde kant op over de Muur vluchten

Maandag is het twintig jaar geleden dat de Muur viel. Dat in de jaren daarvoor ook West-Duitsers over de Muur klommen, om de ‘verkeerde’ kant op te vluchten, naar Oost-Berlijn, is amper bekend.

Veel Oost-Duitsers verloren tragisch hun leven terwijl ze probeerden de Berlijnse Muur over te klimmen, in een poging naar het vrije Westen te ontkomen. Praktisch onbekend is het bizarre omgekeerde fenomeen: de honderden Muur-klimmers die alles op het spel zetten om van West naar Oost te komen.

Sommigen deden het vanwege de liefde, of omdat ze heimwee hadden. Anderen deden het om ideologische redenen. Meer nog deden het omdat ze dronken waren, of omdat ze een weddenschap hadden afgesloten. Sommigen kwamen uit de West-Berlijnse inrichting voor geesteszieken in Spandau, die direct naast de Muur gevestigd was.

De meeste mannen en vrouwen die de ‘verkeerde’ kant op over de Muur klommen werden gearresteerd en ondervraagd voordat ze werden teruggestuurd naar het Westen. Sommigen werden in de gevangenis gestopt. Zeven werden doodgeschoten door Oost-Duitse grenswachten (hoewel de communistische autoriteiten dat slechts in twee gevallen toegaven).

Veel gevallen worden nog vreemder wanneer je bedenkt, dat, vanaf 1971, West-Duitsers de mogelijkheid hadden legaal Oost-Duitsland te bezoeken.

De Duitse historicus Martin Schaad deed onderzoek naar dit onbekende fenomeen uit de Koude Oorlog, en publiceerde daarover onlangs Dann geh doch rüber – über die Mauer in den Osten ; de titel verwijst naar een populair advies dat West-Duitse conservatieven gaven aan progressieven die kritiek op de Bondsrepubliek hadden.

Aanvankelijk beschouwde Schaad de Muur-klimmers als een vreemde voetnoot bij de geschiedenis. Dronkaards waren het meestal, die vanuit een krankzinnige impuls leken te handelen. Maar toen hij in de archieven van de Oost-Duitse geheime dienst, de Stasi keek, zag hij dat het om honderden gevallen ging. „Ik was verbaasd over hoeveel verhalen er waren, en in hoeveel gevallen mensen rationele motieven hadden.”

In 1988, een jaar voor de val van de Muur, was er een massa-uitbraak. Op een braakliggend stukje grond, officieel Oost-Duits territorium, hadden westerse anarchisten en groenen een kamp opgezet. Toen de West-Duitse politie, zwaar bewapend, deze krakers kwam arresteren, vluchtten 180 van hen over de Muur met ladders. Ze sprongen in de verboden strook tussen West en Oost, en werden door de Oost-Duitsers in vrachtwagens geladen. Vervolgens kregen ze een warme hap en werden teruggestuurd naar het Westen. Sommige gevallen zijn gewoon droevig. Zoals dat van de 17-jarige Berthold die in 1974 naar Oost-Berlijn vluchtte. „Hij had ruzie gehad met zijn vriendin, dus zonder een plan, uit een impuls vlucht hij naar Oost-Berlijn”, aldus Schaad. „Het lukt hem. Maar na drie dagen krijgt hij spijt, dat hij zijn vriendin en familie nooit meer zal zien. Dus hij klimt opnieuw over de Muur, om weer in West-Berlijn te komen. Maar hij wordt gepakt door de Oost-Duitsers. Die zeggen dat hij een spion is, en hij krijgt drie jaar cel.”

Een van de weinige ideologisch gemotiveerde Muur-klimmers was de West-Duitse communist Werner Sibilski. Hij geloofde niet dat Oost-Duitse grenswachten het bevel hadden te schieten. Dus hij klom van West naar Oost om het te bewijzen. Geschoten werd er niet. Maar toen hij terug wilde klimmen over de Muur, werd hij gearresteerd en kreeg anderhalf jaar cel in de Duitse Democratische Republiek. In de late jaren tachtig van de vorige eeuw was er een Amerikaan die verschillende acties op de Muur hield. Hij klom maar liefst 18 keer over en op de Muur van West naar Oost, als onderdeel van zijn hoogstpersoonlijke actie voor wereldvrede. Hij stond op de Muur en zwaaide met een hamer, hij organiseerde een pee-in, waarbij hij uitvoerig waterde op de ‘anti-fascistische beschermingsmuur’, zoals de Oost-Duitsers het noemden. Volgens Schaad wilden de Oost-Duitsers hem niet arresteren, maar drongen ze bij de Amerikanen aan op ingrijpen, omdat hij de grens overschreed. Maar de Amerikanen erkenden de Muur niet als grens, en het geschil ging jaren door. De Oost-Duitsers waren woedend over het feit dat het Westen de Muur niet accepteerde als grens van de DDR. De Oost-Duitsers hebben de ‘vluchtelingen’ uit het Westen nooit als propaganda gebruikt.

Wellicht de opmerkelijkste vluchtelingen van het Westen naar het Oosten waren de geestelijk gestoorden. „De Muur zag er voor verschillende mensen verschillend uit”, aldus Schaad. „Als je paranoïde bent, en je denkt dat mensen achter je aan zitten, dan wordt de Muur precies voor jou wat de Oost-Duitse propaganda zei: een beschermende muur. Van West naar Oost klimmen is dan volkomen rationeel. Irrationeel rationeel, zeg maar.

„Eén man is drie keer van West naar Oost geklommen. Hij vond het maar niks dat hij als geestesziek werd gediagnosticeerd. Dus elke keer als hij er over klom, was het eerste wat hij tegen de Oost-Duitse grenswachters zei: ‘Ik wil een dokter spreken’. Hij wilde gewoon een second opinion.”

Martin Schaad, Dann geh doch rüber, Über die Mauer in den Osten, uitg Ch. Links, Berlijn, ISBN 978-3-86153-516-4