Balkenende-norm wordt niet sluipend verhoogd

In NRC Handelsblad van 30 oktober wordt het wetsontwerp besproken dat de salarisnorm vastlegt voor de publieke en semipublieke sector. De conclusie van de krant is dat de Balkenende-norm sluipend wordt verhoogd. Die conclusie is onjuist. De norm ligt - zoals steeds is aangegeven - 30 procent boven het huidige salaris van een minister.

De term Balkenende-norm (geen officiële term) wordt door verschillende personen in een verschillende betekenis gebruikt. Daarbij gaat het nooit om het bedrag dat de minister-president feitelijk verdient. Het brutosalaris van de minister-president is gelijk aan dat van andere ministers en bedraagt 139.825 per jaar. Het vorige kabinet heeft voorgesteld om het brutosalaris van ministers met 30 procent te verhogen. Het nieuwe ministerssalaris zou dan de norm worden. Het huidige kabinet heeft besloten af te zien van de verhoging van het ministerssalaris in verband met de crisis. Daarbij is besloten om het bedrag van 130 procent van het ministerssalaris te handhaven als norm in de publieke sector en het overgrote deel van de semipublieke sector. In het wetsontwerp wordt dan ook uitgegaan van een brutosalaris van maximaal 181.773, dat is 130 procent van het ministerssalaris. Naast het brutosalaris zijn er componenten als onkostenvergoeding en het werkgeversdeel van het pensioen. Ook die worden in het wetsontwerp gemaximeerd (op respectievelijk 15.685 en 26.771), zodat de salarisnorm niet kan worden ontdoken door bijvoorbeeld een lager salaris af te spreken en een hogere pensioenafdracht. Maar die componenten maken in de huidige én in de nieuwe situatie geen deel uit van het brutosalaris en dus ook niet van de Balkenende-norm.