20 beloftes, 30 jaar later

Dertig jaar geleden profileerde NRC Handelsblad twintig Nederlanders ‘voor de toekomst’. Waar zijn ze gebleven? Hebben ze hun belofte ingelost?

Telefoon: Ed Nijpels. Ed Nijpels? Kamerlid, minister, burgemeester, commissaris van de koningin. Nu is hij voorzitter van het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds. Hij wil de krant herinneren aan een verhaal dat op 22 december 1979 in het Zaterdags Bijvoegsel stond, Twintig introducties voor de Toekomst.

Twintig mensen die „een opvallende rol” zouden gaan spelen in het maatschappelijke, politieke of culturele leven. Volgens de krant dan.

Eén van hen: Ed Nijpels, toen 29. De VVD – zijn partij – dacht in die tijd aan samenwerking met PvdA en D66. Hij was „een van de meest geprofileerde vertegenwoordigers van deze toekomstvisie”. Paars avant la lettre.

Wil hij horen dat hij het gemaakt heeft?

„Heb ik gelukkig niet nodig.”

Wat dan?

„Ben benieuwd wat er met al die mensen gebeurd is. Zijn ze goed geëindigd of niet?”

Idee.

Het archief van de krant, twee vergeelde pagina’s. Wat een ouderwetse opmaak, wat een langdradige zinnen. Leest u zelf maar na op de website van het Weekblad. Conclusie één: in de manier van schrijven en presenteren is in dertig jaar veel veranderd.

Dan die namen. Een van de auteurs van dit verhaal was op 22 december 1979 nog niet geboren. Eric Nordholt? Rudi Fuchs? John Halvemaan? Zeggen haar niks. En Herbert Heyneker? Jan Hillige? Cristel Braak? Zeggen u waarschijnlijk niks. Conclusie twee gaat over vergetelheid. Conclusie drie: voorspellen is lastig.

De criteria voor de selectie in 1979 staan niet in het verhaal van toen. Wij denken dat er onder andere gekeken is naar veelbelovende onderwerpen, en dat daar mensen bij zijn gezocht.

Klaas de Vries, 31, was voorzitter van Arjos, een voorloper van de jongerenorganisatie van het CDA. Hij ging bijdragen aan: stopzetting wapenwedloop, bescherming milieu, afremming ongebreidelde economische groei, vergroting van de kansen van arme landen.

We vragen zijn telefoonnummer aan het CDA-partijbureau. Het CDA-partijbureau: „U weet zeker dat u niet de PvdA’er Klaas de Vries bedoelt?”

De CDA’er Klaas de Vries: „Ik stond op de lijst voor de Kamerverkiezingen, maar ik heb me teruggetrokken. Het was dag en nacht werken en ik was vrijwilliger. Ik heb mijn politieke carrière zelf gestopt.” Hij werd wethouder in Delft, gemeentesecretaris in Leiden, interimmanager, organisatieadviseur.

Van de PvdA’er Kees Zijlstra, toen 48, werd verwacht dat hij minister van Energie zou worden, want: grote kennis van zaken, politiek dier, fijne neus voor het haalbare. Dat ministerie kwam er niet. Minister van iets anders werd hij ook niet. „Ik was te wild.” Hij organiseerde een meerderheid in de Kamer tegen kernenergie. Hij zei dat zwangere vrouwen maar beter naar Engeland konden gaan nadat de kerncentrale bij Tsjernobyl was ontploft.

Partijleider Joop den Uyl was vóór kernenergie.

Toen was het gedaan met zijn carrière?

„Ik ben lid geworden van de Eerste Kamer. Wat mij betreft het hoogste ambt.”

Nu schildert hij.

Ineke Lambers-Hacquebard van D66, toen 33, zou ook minister van Energie worden. Ze ging uit de politiek toen haar man ziek werd. Zij maakt digitale grafiek.

Bart Tromp, 35, was de man die „de discussie over de ideologie van de PvdA en het meest gewenste organisatorische en politieke partijsysteem om die ideologie uit te dragen” weer op gang bracht. Bart Tromp overleed twee jaar geleden aan een hartstilstand.

Innovatiebeleid – ook zo’n 1979-onderwerp dat sindsdien niet meer verdwenen is. Jan Hillege, toen 38 en plaatsvervangend directeur-generaal Industrie bij het ministerie van Economische Zaken, zou er de Schwung in brengen.

En?

Jan Hillege: „Niets van terechtgekomen. We wisten toen ook al dat de overheid kan stimuleren door zich actief met innovatie te bemoeien. Maar het wordt nooit in daden omgezet.” Hij eindigde als president-directeur van het ingenieursbureau Grontmij.

Kunnen we dat een succes noemen?

Jan Hillege: „Zal me worst wezen. Het gaat er om wat je betekent voor je vrienden en je familie.”

En dan het nooit-meer-verdwenen-1979-onderwerp van Henk Thierry: arbeidsmarktproblemen (werkloosheid, beloningen, positie van oudere werknemers). Hij was 41, hoogleraar in Amsterdam en deed studie naar mogelijke oplossingen.

Henk Thierry is er blijmoedig onder gebleven. „Ik ben tevreden. Ik zou het zo weer doen.” Hij werd hoogleraar in Tilburg, schreef handboeken – „ook in het Engels” – en is nu directeur van Henk Thierry Advies. Speelt viool.

We bellen met de beroemde chefkok John Halvemaan van restaurant John Halvemaan in Amsterdam, 60 jaar nu, en lezen voor wat er op 22 december 1979 over hem geschreven werd. Snel rijzende ster. Natuurtalent. Nouvelle cuisine. (Vers, licht, citroensap.)

Hij zegt: „Ik ben nog steeds zeer vereerd. Er is sindsdien niets veranderd.”

U hebt de belofte waargemaakt?

„Er zijn weinig koks die kunnen zeggen dat ze hun eigen restaurant hebben gebouwd.”

Hoe is het u gelukt?

„Je moet voor jezelf een pad uitzetten en daar moet je aan vasthouden.”

Met de nouvelle cuisine was u uw tijd vooruit.

„Zeker. Heb ik veel kritiek op gekregen, vooral van dat blad Lekker. Jarenlang. Maar ik denk altijd: als het je niet bevalt, ga dan ergens anders heen.”

U bent eigenwijs?

„Eigenzinnig.”

Wie ziet u nu als grote belofte?

„Eh... eigenlijk niemand. Het gaat zo snel hè.

Iemand is een succes, maar na een paar jaar zijn journalisten er op uitgekeken en dan is iemand anders een succes.”

Wat is uw mooiste gerecht nu?

„Nu is het een quenelle. Normaal maak je die met witte vis, maar ik maak hem met garnalen, een lichte jus, nootmuskaat, spitskool, dragon. Ik heb tegenwoordig ook een houtoven – je steekt je hand erin en je voelt: nog tien minuten. Weg met de weegschalen en de poedertjes. Begrijp ik trouwens niets van, van koks die Knorr Aromat gebruiken.”

We bellen met Eric Nordholt, 70 jaar nu en directeur van Nordholt Consultancy Management BV. „Raadgever bij leiderschapsvraagstukken”, legt hij uit.

In 1979 was hij commissaris in Groningen en de krant schreef dat we nog veel van hem zouden horen. Hij werd hoofdcommissaris van de politie in Amsterdam.

Geslaagd?

„Als je de meeste idealen in tien jaar kunt realiseren in het moeilijkste korps, dan kun je objectief tot die conclusie komen. Wat ik betreur is dat na mijn tijd de technocratie en de bureaucratie weer zijn teruggekomen.”

Hij stopte in 1998. „Ik was ontzettend moe. In 2000 kreeg ik kanker.”

Wat leren uw klanten van u?

„Het klinkt EO-achtig, maar leiders moeten op zoek naar hun intrinsieke autoriteit. Kijkt u eens om u heen op uw werk. Wie gehoorzaamt u vanzelfsprekend? Moed is relevant voor leiderschap. Maar dat is weer een ander verhaal.”

U werkt dus weer?

„Het ergste wat mensen kunnen vragen is: wanneer ga je genieten? Wat moet ik dan? Met een stomme stok tegen een bal slaan?”

Architect Rem Koolhaas. Die is zo geslaagd dat hij niet terugbelt.

Prins Friso, toen een jongen van elf en niet eens de kroonprins. Wat deed die op de lijst? De krant dacht dat we met hem en zijn broers „onze lol nog op zullen kunnen”. Ze bekogelden politiemannen met aardkluiten, schoten propjes papier naar fotografen. Wat moest dat worden als straks „de vriendinnetjes” kwamen?

Prins Friso zal het ons niet uitleggen. De Rijksvoorlichtingsdienst meldt dat hij aan dit verhaal „helaas geen medewerking zal kunnen verlenen”.

We zoeken lang naar Cristel Braak, toen actrice, en „voorbestemd voor grote dingen”. Ze had in 1979 een rol gehad in de film naar Jan Wolkers’ boek Kort Amerikaans en ze was pas 19.

We vinden haar in Duitsland. Regie-assistent bij de Krimi Soko 5113. Ze is er, zegt ze, dolblij mee. „Ik werd heel erg beoordeeld op mijn uiterlijk. Als ik boodschappen deed, zeiden mensen: zo goed zie je er in het echt toch niet uit.”

En dan het wachten op telefoontjes voor een nieuwe rol.

Cristel Braak wil beginnen aan een opleiding tot yogaleraar, in India. Misschien gaat ze met haar vriend mee naar Amerika.

Jan Hidde Kruize – hij zou „de familienaam Kruize in het wereldtophockey” gaan voortzetten – laat zich ook niet zo maar vinden. „U bedoelt Tiés Kruize?”, vraagt de hockeybond. „Ties Kruize”, zegt hockeyclub Klein Zwitserland. Moeder Kruize: „Jan Hidde? Niet Ties?”

„Ties zat in Avro Superstars”, legt Jan Hidde uit. Hij is nu 48, zijn broer 57. „Ties was elke week op de televisie.”

Zelf bleef hij ook jarenlang op hoog niveau hockey spelen. Nu is hij marketingmanager bij Bison. „Van de lijm.”

Is het wreed, iemand een belofte noemen? Jan Klevering, in 1979 directeur van het „internationaal vermaarde Enraf-Nonius, fabrikant van precisie-apparatuur”, had mogelijk al kanker toen de krant schreef wat een moderne manager hij was: slecht lopende bedrijfjes opkopen en reorganiseren. Hij stierf in 1981. Zijn weduwe schreef Leven zonder jou, Dagboek van een rouwproces.

Peter Tas, wiskundig ingenieur, zag al ver voor 1979 dat alles zou veranderen door de komst van de computer. Hij zou – voorspelde de krant – „het informatiebeleid van Nederland gaan vormgeven”.

Nu zegt hij: „Dat is niet zo verschrikkelijk aangeslagen.”

Hij is 76, woont in Frankrijk, maakt dvd-kunst en wil „graag even zeuren”. Bestuurders zijn geïnteresseerd in beleid, nooit in uitvoering. Leest Nordholt dit verhaal ook? Kan hij mooi even kwijt hoe het hem nog altijd dwars zit dat het hem niet gelukt is om de politieorganisatie te automatiseren. „Ligt aan de korpschefs en aan de minister.”

Mocht Tas zijn leven overdoen, dan werd hij neurowetenschapper.

We lezen aan de 68-jarige stylist-in-ruste Martijn Hagoort voor wat de krant in 1979 over hem schreef. „De ware uitdaging voor een democratisch denkende vormgever, zoals hij zichzelf beschouwt, ligt in de warenhuizen met het brede assortiment en de scherpe prijzen.” Van exclusief naar massa, zoiets.

Hij zegt: „Ontroerend. Ik sta er nog steeds achter.”

Hagoort, „mister Bijenkorf”, had zich net laten weglokken naar V&D, waar hij op straffe van ontslag een stropdas moest dragen. „Wees moedig, zei ik tegen mezelf.”

Hij hield het vijftien jaar vol en ging toen voor marketingbladen werken, tot zijn vriend ziek werd en hij begreep dat het leven vergankelijk is. Spijt? Hij? Geen sprake van. „De Bijenkorf was één groot feest. Bij V&D had ik ook mooie momenten. Ik zou het zo weer doen.”

Museumdirecteur Rudi Fuchs, 39 toen, „een onstuimige intellectueel”, stapte ook een paar keer over – van de wetenschap via het Van Abbemuseum in Eindhoven en het Gemeentemuseum in Den Haag naar het Stedelijk in Amsterdam.

Hij vindt dat hij in zijn leven heeft gedaan wat hij van plan was en kijkt „met genoegen” terug. Dezelfde vrouw, drie kinderen die hem niet om geld hoeven te vragen, vijf kleinkinderen.

Nee, een diplomaat is hij nooit geweest. Ja, er zijn mensen die hem haten. „Je ageert in de pers, je schept ruimte voor wat je wilt.” Maar: „Ik heb nooit gewerkt voor persoonlijke roem, ik ben er niet steenrijk van geworden, ik heb geen grote kunstverzameling.”

Hij leest tegenwoordig veel Engelstalige poëzie.

Nu de twee voor wie Nederland te klein bleek.

Herbert Heyneker, nu 65, biotechnoloog, zou volgens de krant zeker professor worden. Hij werkte in 1979 bij het bedrijf Genentech in de Verenigde Staten: recombinant-dna, bacteriën, groeihormonen, „you name it”. In Nederland heette dat toen nog ‘monsters creëren’. Hij blééf in de Verenigde Staten.

Wat hij daar ging doen, is in Nederland inmiddels ook hip: investeren in biotech startups. Heyneker adviseert nu venture capitalists.

Mist hij de wetenschap?

„Ik ben altijd gecharmeerd geweest van het commerciële. Vroeger werd ik daarom met een scheef oog aangekeken.”

Ruud Krom ging ook naar de Verenigde Staten, naar de Mayo Clinic. Hij is 68 nu. Chirurg. Deed in 1979 in Groningen al levertransplantaties. Daar gingen toen nog veel mensen aan dood. Maar zíjn eerste patiënt leeft nog.

En zijn eerste patiënt in de Mayo Clinic ook. „Een non.” Het eerste kind dat hij opereerde, een meisje van vijf, vierde in 2004 haar vijfentwintigjarig ik-ben-er-nog-feest. „Ik was er bij. Het was in Nijmegen. Ze zag er goed uit. Ze heet Wieteke.”

De koningin benoemde hem in 2005 tot Commandeur in de Orde van de Nederlandse Leeuw. In Groningen hangt zijn portret naast dat van Willem Kolff, uitvinder van de nierdialyse. „De man van wie iedereen vindt dat hij de Nobelprijs had moeten krijgen.”

Voor het verhaal ‘Twintig introducties voor de toekomst’ uit 1979, zie nrc.nl/nrcweekblad