Weigerende ministers

Wellicht heeft minister-president Balkenende gedacht: wéér die Wilders, weer haar van Kant, weer dat gedoe in die Tweede Kamer, en ontbrandde daardoor bij hem een heftig verlangen naar een functie in Brussel.

Anders is het moeilijk te verklaren waarom hij, en met hem de minister van Financiën, Bos (PvdA), gisteren aanvankelijk zo hardnekkig weigerde naar een debat in de Kamer te komen over de verhoging van de AOW-leeftijd. Hoe kon het dat hun politieke gevoel hen zo in de steek liet? Zou er sprake zijn van een vormcrisis bij de top van het kabinet?

Balkenende en Bos meenden dat het kabinet voldoende vertegenwoordigd zou zijn met minister Donner van Sociale Zaken (CDA) en zijn staatssecretaris Klijnsma (PvdA), de eerst verantwoordelijken voor het nog in te dienen wetsvoorstel. Dat kan formeel kloppen. Maar juist omdat het om een politiek debat over de hoofdlijnen van het AOW-plan zou gaan, met deelname van de fractieleiders, was de aanwezigheid van de premier, die tevens CDA-leider is, en van de minister van Financiën, kopman van de PvdA, essentieel.

Tot de politieke vragen zou kunnen behoren wat het CDA voor de laatste verkiezingen ook al weer bedoelde met haar stelling dat je, als het om de AOW gaat, „met Bos de klos” bent. De minister van Financiën zou kunnen uitleggen wat de, tamelijk trage, invoering van de verhoogde AOW-leeftijd voor de schatkist betekent en of de premies voor de aanvullende pensioenen volledig fiscaal aftrekbaar blijven, ook als sociale partners besluiten de pensioenleeftijd níét naar 67 te verhogen.

Balkenende meent dat hij te vaak voor wissewasjes door de Kamer wordt ontboden. Wat daarvan ook zij: juist het gevoelige AOW-dossier was wel het minst geschikte onderwerp om dat punt te maken. Al is het maar omdat de oppositie, en dus een substantieel deel van de volksvertegenwoordiging, zich na het mislukte ‘polderberaad’ met de sociale partners en het monistische overleg binnen de coalitie over de AOW, toch al buitenspel gezet voelt. Daar komt bij dat GroenLinks om een ‘gewoon’ debat had gevraagd mét Balkenende, Bos en Donner en daarvoor de steun had gekregen van zowel oppositiepartijenals van de coalitiefracties.

Balkenende en Bos hebben zich kennelijk onvoldoende gerealiseerd wat hun ogenschijnlijke ‘werkweigering’ voor indruk op de buitenwacht zou maken en zo bijgedragen aan een verdere verslechtering van het imago van ‘Den Haag’.

GroenLinks had weken geleden overigens al om een ‘gewoon’ debat gevraagd over de AOW. Toen nog zonder succes, en daarom maakte de fractie er een verzoek om een ‘spoeddebat’ van, waarvoor minder stemmen zijn vereist. Niet dat het debat er zo snel kon komen – de Tweede Kamer kampt met een wachtrij voor spoeddebatten. De term ‘spoed’ heeft zo in Den Haag een betekenis gekregen die in geen woordenboek is terug te vinden. De Kamer heeft eerder dit jaar aan ‘zelfreflectie’ gedaan. Het is nog uitzien naar de resultaten daarvan.