Waterboarden genoemd bij verhoor

Het Openbaar Ministerie onderzoekt onregelmatigheden tijdens het verhoor van de voormalige AIVD-medewerker Hans H. door de Rijksrecherche. Tijdens een van de verhoren hebben rechercheurs gesproken over ‘waterboarding’.

Een woordvoerder van het parket Den Haag bevestigt dat het woord is gebruikt, maar stelt dat er niet met waterboarding is gedreigd. Volgens ingewijden kan de zaak leiden tot disciplinaire maatregelen voor de twee betrokken rechercheurs. Waterboarding is een marteltechniek waarbij door een natte doek water in neus en keel van een verdachte wordt gegoten. De techniek werd door de Amerikaanse CIA toegepast op terrorismeverdachten.

Hans H. (48) en zijn partner, AIVD-medewerkster Heleen S. (40), werden op 18 juni aangehouden. Ze worden verdacht van het doorspelen van geheime AIVD-informatie naar dagblad De Telegraaf. Beide verdachten hebben tot deze week in voorarrest gezeten.

Tijdens de eerste dagen van zijn detentie is Hans H. intensief door de recherche gehoord. Hij bleef zich echter beroepen op zijn zwijgrecht. Tijdens het zesde verhoor vroeg één van de rechercheurs aan Hans H. wat hij vond van „die waterboarding” en of je dan „echt het gevoel hebt dat je verzuipt.”

Volgens de raadsman van Hans H., Derk van den Elzen, was het verhoor „vernederend en intimiderend”. Volgens de advocaat hebben de ondervragers niet alleen gesproken over waterboarding, maar ook over slaan met telefoonboeken. De rechercheurs zouden bovendien een schietende beweging hebben gemaakt.

AIVD: pagina 3