Vliegen

Tobias houdt van knutselen. Zijn hele kamer staat vol met dozen en oude spullen die hij heeft gekregen of gevonden op straat bij de vuilnis.

„Ik wil later uitvinder worden”, zegt Tobias. „Dan ga ik iets uitvinden waar alle honden in de hele wereld plezier van hebben.”

„Jeetje”, zegt Rintje. „Wat knap van je! Ik ben blij dat je nu al mijn vriend bent, want later als je beroemd bent wil natuurlijk iedereen je vriend zijn!”

„Vanmiddag moeten we ook iets leuks bedenken om te maken”, zegt Tobias. „Iets waar we allemaal wat aan hebben!”

„Een brandweerauto met een echte sirene!” zegt Rintje.

„Dat is een beetje ingewikkeld”, zegt Tobias. „In een middag lukt dat niet. Maar ik weet misschien iets, iets waar ik zelf als kortpotige veel plezier van zal hebben.”

„Vertel!” zegt Rintje.

„Vleugels!” zegt Tobias. „Vleugels om te vliegen!”

„We zijn toch geen vogels?” zegt Rintje. „Bedoel je niet een vliegtuig? Dat kunnen we wel bouwen, maar vleugels?”

„Ik weet zeker dat het kan”, zegt Tobias. „We hoeven ook niet meteen heel hoog te vliegen, maar gewoon van een stoel naar beneden.”

„Goed”, zegt Rintje. „Maar waar maken we de vleugels van?”

„Mijn moeder bewaart altijd de plastic boodschappentasjes”, zegt Tobias. „Als we wat stevige en kleinere takken zoeken, dan weet ik hoe we er vleugels van kunnen maken.”

Nadat ze buiten takken verzameld hebben, bindt Tobias de plastic zakjes met touwtjes aan de grote takken vast. Daarna maakt hij met de kleine takken een soort vleugels. Nu hebben ze al twee mooie vleugels klaar.

„Nu is het grote moment gekomen”, zegt hij. „De eerste vliegende teckel van de wereld gaat een vlucht maken!”

Met behulp van Rintje maakt hij de vleugels vast op zijn rug. Dan klimt hij op een stoel.

„Het is toch best eng als ik hier sta”, zegt Tobias.

„Je kan het!” zegt Rintje. „Je moet eerst heel hard klapperen met de vleugels, net als de vogels doen!”

Tobias beweegt de vleugels zo snel mogelijk op een neer, maar wat hij ook doet, hij gaat niet de lucht in.

„Ik denk dat je gewoon moet springen”, zegt Rintje. „Dan komt de lucht onder de vleugels en ga je vanzelf wel omhoog. Ik tel tot drie. Een, twee, drie!”

Het duurt even maar dan springt Tobias. Hij spreidt zijn vleugels, blijft heel even stil hangen en dan… komt hij met een knal op de grond terecht.

„Au!” roept Tobias en hij kijkt heel beteuterd.

„Het is heel stoer dat je het geprobeerd hebt”, zegt Rintje. „En op een dag gaat het vast lukken!”

„Dan hebben alle honden vleugels!” zegt Tobias. „Uitgevonden door professor Tobias Teckel!”