Taalfrik

De vereniging of stichting Vaagtaal heeft op grond van een onderzoek ‘doe je ding’ tot de hinderlijkste uitdrukking van 2009 uitgeroepen. Vaagtaal is opgericht door Arjen Ligtvoet en Cathelijne de Busser, met het doel het Nederlands zo zuiver, zo nauwkeurig mogelijk te houden. Ieder jaar publiceren ze een verwerpelijke top tien van taalkundige wanstaltigheden. Vorige jaar stond bovenaan ‘een plekje geven’, daarna kwam ‘pro-actief’ en op nummer drie ‘het kan toch niet zo zijn dat’. Die laatste had ik liever bovenaan gezien, maar meeste stemmen gelden. En op het streven van deze twee zuiveraars heb ik geen aanmerking. Mijn zegen hebben ze.

De hemel zij gedankt dat er nog steeds mensen zijn die de energie hebben het zuiver Nederlands te verdedigen. In HP/De Tijd zet Jan Kuitenbrouwer regelmatig zijn beste beentje voor, op de achterpagina van deze krant publiceert Ewoud Sanders zijn naspeuringen. Ze werken in een oude traditie. In 1903 is Charivarius, schuilnaam van Gerard Nolst Trenité (1870-1946) in De Groene Amsterdammer met zijn heilzaam werk begonnen. Hij bond de strijd aan met de fnaffers en de fnuiters, mensen die schreven: vanaf dit ogenblik, terwijl ze moesten weten dat het van dit ogenblik af was. En niet vanuit X, maar van X uit.

Hij is de ontdekker van het Tante Betje, een grammaticale verhaspeling. Iedere week kwam hij met een voorraadje taalkundige ongerechtigheden. Dat heb je met die schoolmeesters. Ze zijn diep overtuigd van hun gelijk en ze willen anderen van hun dwalingen genezen. Ik weet het uit ervaring; ik kom ook uit een frikkengeslacht. En af en toe doe ik weer eens een poging de taalknoeiers op het rechte pad te brengen. Maar het is steeds meer een gevecht tegen de bierkaai.

Mijn neiging is groot nu toch een kudde stokpaarden op u los te laten. In plaats daarvan dit. De frik is een conservatief mens, om te beginnen. Taal verandert, onherroepelijk. De frik houdt zich ervan overtuigd dat de taal waarmee hij is opgevoed de beste is, of liever: eeuwigheidswaarde heeft. Om zijn gelijk te verdedigen grijpt hij in uiterste nood naar de Dikke van Dale, laatste druk. Uit de woordenschat die daarin is opgeborgen zou je een Nederlands kunnen samenstellen dat nu onbegrijpelijk is. De kwaliemoer zat zich een beetje te krevelen.

In deze tijd verandert de taal steeds sneller. Dat heeft op z’n minst vier oorzaken: de onophoudelijke invloed van steeds meer media; de neiging van mensen zich krachtiger te profileren, leuker, agressiever, ontembaar uit de hoek te komen; als gevolg daarvan de verruiming van de platheidsgrens; en de onstuitbare invloed van het Engels. Daar komt dan in Nederland nog bij dat we ondanks de toegenomen agressiviteit in de politiek en het bedrijfsleven de consensustaal hebben bewaard. Consensustaal biedt een ongeteld aantal manieren om je op een hoogst omzichtige en tegelijkertijd gewichtige manier onder je verantwoordelijkheid uit te draaien. Dat heeft u mij niet horen zeggen.

Ik bewonder de mensen die nu nog, in het aangezicht van deze overmacht, de moed en de energie hebben om het gewone, duidelijke zuiver Nederlands te verdedigen. Mijn liefste wens is dat we het woord ‘uhword’ nog eens triomfantelijk begraven – nieuw Nederlands voor prijs. Je spelt: award. En ik had me voorgenomen, nooit meer een stukje over taal te schrijven. Nu toch gedaan, onder het motto: Ende desespereert niet.