Strijd in Ivoorkust om schadevergoeding namens Trafigura

Een rechtbank in Ivoorkust verhindert de uitbetaling van een schadevergoeding aan dertigduizend mensen die gezondheidsklachten kregen na de dumping, in 2006, van giftig scheepsafval door de oliehandelaar Trafigura Beheer.

Het banktegoed van ongeveer 30 miljoen euro, dat vast staat op een Ivoriaanse bank, werd op last van een rechter op 22 oktober bevroren. Kort daarvoor had de zelfbenoemde voorzitter van een groep slachtoffers, Claude Gohouro, een verzoekschrift ingediend waarin hij eist dat het hele bedrag naar zijn organisatie gaat. Hij stelt dat hij alle gedupeerden in Ivoorkust vertegenwoordigt.

In werkelijkheid bestaat Gohouro’s groep uit hooguit 1.500 mensen. Hij wordt door de andere gedupeerdenorganisaties dan ook niet erkend als landelijke woordvoerder. Volgens de Engelse advocaat die drie jaar over de schadevergoeding heeft onderhandeld, Martyn Day van het kantoor Leigh Day & Co, veroorzaakte Gohouro al eerder problemen.

Day zegt dat Gohouro vermoedelijk stroman is van een „zeer invloedrijke figuur in juridische en financiële kringen in Ivoorkust” die het geld in eigen zak probeert te steken. Deze Ivoriaan, wiens identiteit onbekend is, heeft vorige maand contact gezocht met Day en aangeboden het banktegoed vrij te laten geven in ruil voor de rente op het bedrag. Day zegt in een verklaring „uitermate bezorgd” te zijn dat het geld aan Gohouro wordt uitgekeerd en vervolgens „simpelweg verdwijnt”. Ivoorkust is een van de corruptste landen ter wereld.

In de havenstad Abidjan zijn talloze ‘slachtofferverenigingen’ maar het is moeilijk te bepalen welke bonafide zijn. „We zijn het onderling helaas nooit eens kunnen worden”, zegt Rachel Gogoua, de voorzitter van een van de grootste groepen. „Sommige mensen zijn verblind geraakt door geld, anderen liggen in bed met de machthebbers.”