Protestantisme is een arrogante ideologie

Een gereformeerde jeugd moge in de Nederlandse literatuur een goudmijn zijn – Duitse protestanten kunnen er ook wat van. De filmmaker Michael Haneke, zelf van protestantsen huize, geeft in zijn nieuwe, in Cannes met de Gouden palm bekroonde Das weisse Band een buitengewoon beklemmend beeld van een Pruisisch dorpje in de eerste jaren van de vorige eeuw, waar het protestantisme de boventoon voert.

De sfeer is er een van morele arrogantie, seksuele repressie, schuldbesef en onomstotelijke machtsverhoudingen – tussen arbeiders en bazen, tussen mannen en vrouwen. Een voedingsbodem voor het latere Nazisme – is over de in de film beschreven situatie al veel geschreven. Haneke nodigt tot zulke conclusies ook uit, door op de geluidsband zijn verteller te laten zeggen, dat het verhaal misschien kan helpen „sommige dingen die ons land gebeurd zijn, op te helderen”.

Maar een dwingend en exclusief verband met het Nazisme is er niet, meent de filmer. Zeker, heeft hij verklaard, is aan het protestantisme – anders dan bij het katholicisme – een zekere arrogantie aan de orde, en gaat zijn film over „systemen van dominantie”, zowel seksuele, als sociale. Maar de invloed van deze ideologie is op meer plaatsen zichtbaar, meent hij: bijvoorbeeld in de verwatenheid waarmee in de jaren zeventig de RAF-terroriste Ulrike Meinhof optrad. Zij was overigens een domineesdochter.

Volgens Haneke leert het protestantisme de mensen op een misschien wat overdreven manier aan zichzelf te geloven en zichzelf ernstig te nemen, wat tot bedenkelijke resultaten kan leiden. Das weisse Band is dus een anti-protestantse film. En als zodanig misschien ook wel actueel voor Nederland. Wij worden immers sinds een paar jaar geregeerd door een kabinet, waarvan de drie mannen aan de top één ideologische achtergrond opvallend gemeen hebben. Balkenende (CDA), Bos (PvdA) en Rouvoet (CU) zijn alle drie van protestanten huize en hebben ook alle aan de Vrije Universiteit in Amsterdam gestudeerd – het intellectuele bolwerk van de gereformeerde stroming in Nederland.

Heeft dat ook gevolgen voor hun stijl van regeren? Ik denk van wel. Ik herinner me nog de dagen van de katholieke premier Ruud Lubbers, bij wie je wist dat zijn woordenvloed er mede op gericht was werkelijke plannen en strategie aan het oog te onttrekken.

Kom daar nu eens om. De premier en de beide vicepremiers uiten zich in klare, heldere taal over hun plannen, op een toon alsof er aan de waarheid van hun woorden geen twijfel kan bestaan. Bos’ recente prachtquote over de failliete bankier Scheringa – „als je verdrinkt, komt dat niet omdat je niet gered wordt, maar omdat je niet kunt zwemmen” – had bijna zó in Das weisse Band gekund. Zo onomstotelijk gebracht, zo waar ook, en tegelijkertijd zo oudtestamentisch beschuldigend – daar moet je calvinist voor geweest zijn, om zoiets te verzinnen.

Niet zelden ook houdt het kabinetsbeleid zich bezig met de zondige luchthartigheid van de bevolking: wij roken maar in cafés, wij blowen in de openbare ruimte, wij winkelen maar een eind weg op zondag, of laten ons lichtvaardig scheiden. Het wordt weer eens tijd voor een katholieke CDA-premier, om even op adem te komen.

‘Das weisse Band’ draait vanaf 19 november in de Nederlandse bioscoop. Volgende week in CS: interview met Michael Haneke.

Rectificaties / gerectificeerd

Correcties & aanvullingen

Raymond van den Boogaard schreef ten onrechte (CS 6 nov. jl.) dat Ulrike Meinhof de dochter van een dominee was. Het was Gudrun Ensslin die uit een kinderrijke Pfarrerfamilie stamde. Meinhofs vroeggestorven vader was kunsthistoricus, haar voogd historicus.