Ook gewoon een band

Dvd pop

Bananaz

Regie: Ceri Levy € 20,99 * * *

Twee lelijke lange slungels, een tienjarige Japanse gitariste en een dikke, rappende neger. Dat zijn de bandleden van Gorillaz, de ‘cartoonband’ die in 2000 door muzikant Damon Albarn (Blur) en striptekenaar Jamie Hewlett (Tank Girl) werd opgericht. Alle eigentijdse commerciële popsterren worden ‘gemaakt’, aldus Albarn op de dvd Bananaz. Dus waarom dat niet echt helemaal doen? Een eigen band uit het niets creëren? Albarn dacht dat hij met dit project de lol in het ‘muzikantje spelen’ terug zou krijgen, en in elk geval zou er niet zo’n persoonscultus rond de band ontstaan. De ‘voormannen’ waren immers verzonnen, getekend, en de echte muzikanten zouden zich achter deze cartooncharacters verschuilen.

Dat was ongekend, en dus een sensatie. Bovendien – ook niet onbelangrijk – was de titelloze debuutcd van de stripband, met daarop onder meer het steengoede Clint Eastwood, uitstekend, en de opvolger Demon Days dankzij tophits als Feel Good Inc. en Dare mogelijk nog beter. Door de muzikale samenwerking met een Jamaicaanse dubbassist, verschillende rappers (van onder meer De La Soul) en bijvoorbeeld de bejaarde Cubaanse zanger Ibrahim Ferrer gaat Albarns über-Britse gitaarpop aangenaam op in een mengsel van rock, hiphop, reggae en hier en daar een vleugje latin of Caraïbisch. Het leverde stoere, dansbare, maar ook zwoele zomerse nummers op. De cartoonband werd hot.

In de documentaire Bananaz neemt regisseur Ceri Levy de kijker mee naar dat begin, toen alles nog een lolletje leek. Levy heeft met het onderwerp natuurlijk goud in handen, en in het begin munt hij dat ook goed uit, door geïmproviseer in de studio fraai te illustreren met schetsen van de strip, en interviews af te wisselen met flarden uit de fenomenale videoclips. We zien Hewlett aan het werk onder grote tijdsdruk, wat ertoe leidt dat zijn zingende stripfiguren in de clips alleen hun mond bewegen – iets dat uiteindelijk juist weer tot een van de charmante eigenaardigheden van de filmpjes mag worden gerekend.

Maar gaandeweg raakt Levy zijn grip kwijt, en verwordt Bananaz toch nog tot zo’n voorspelbare ‘achter de schermen’-dvd, vol kleedkamerflauwigheid. Dan zien we ook weer opeens de vermoeide popster Damon Albarn, die zich arrogant gedraagt tegenover interviewers, en geen zin heeft in zijn fans. Misschien is dat ook wel deels te wijten aan het feit dat gaandeweg de glans van het project (spelen achter een bioscoopscherm!) een beetje verdween, en Gorillaz van een gek experiment alsnog ‘gewoon’ een ijzersterke superband werd.