Oogsten voordat de storm zou inzetten

Mary Elise Sarotte: 1989. The Struggle to Create Post-Cold War Europe. Princeton University Press, 321 blz. € 26,99

De Duitse hereniging vond plaats op 3 oktober 1990, nog geen elf maanden nadat de muur viel. Achteraf gezien lijkt dat vanzelfsprekend: Oost- en West-Duitsland waren immers kunstmatig van elkaar gescheiden geweest. Toch was de eenwording allesbehalve een vanzelfsprekend project. De val van de Muur zelf was immers al het gevolg geweest van een slecht voorbereide persconferentie waarin van Politburo-woordvoerder Günter Schabowski, die voor buitenlandse tv- camera’s onbedoeld suggereerde dat Oost-Duitsers met onmiddellijke ingang vrij waren om naar het Westen te reizen. Niemand bleek voorbereid op de gevolgen van dat misverstand. Nergens lagen plannen klaar voor het einde van een tijdperk.

Het resultaat van de Duitse hereniging was niet wat men op korte termijn verwacht had. Zelfs de grootste voorvechter ervan, Helmut Kohl, dacht aanvankelijk dat het minstens tien jaar zou duren voordat er een werkelijke bestuurlijke eenheid tussen Oost en West tot stand kon komen.

Het liep allemaal anders. De inrichting van de nieuwe Europese orde kwam de eerste maanden van 1990 in een stroomversnelling terecht. Kohl raakte ervan overtuigd dat er ‘geoogst moest worden voordat de storm zou inzetten’, en daarmee doelde hij op de dreigende crisis in de Sovjet-Unie, die ongetwijfeld het einde zou inluiden van Gorbatsjovs milde bewind. Het ongeduld van de Oost-Duitse bevolking, geplaagd door economische malaise en massale emigratie, versterkte dit gevoel van urgentie. Bovendien vond Kohl in president George H.W. Bush een welwillende bondgenoot, net als in de Franse president Mitterrand, die de wens tot Duitse hereniging aangreep om concessies af te dwingen voor de Europese eenwording.

Een ondoordacht en overhaast machtsspel, zo luidt het oordeel van de Amerikaanse historica Mary Elise Sarotte, die met 1989 een gedetailleerde studie maakte van het chaotische diplomatieke verkeer in de periode tussen de val van de Muur en de hereniging van Duitsland. Aan de hand van transcripties van telefoongesprekken, informeel overleg en topconferenties laat ze zien hoe de VS, de Sovjet-Unie, Frankrijk en de Bondsrepubliek bijna in een roes de toekomst van het Europa van ná de Koude Oorlog vormgaven. In die elf maanden werd niet alleen de blauwdruk voor het politieke en economische karakter van de EU ontworpen, ook werd bepaald wie daar niet bij hoorde: de Sovjet-Unie.

Vooral dit laatste ziet Sarotte als een gemiste kans: uitbreiding van de EU en uitsluiting van de Sovjet-Unie is volgens haar een onnodige voortzetting van Koude Oorlog-structuren geweest. En het was ook letterlijk het pijnpunt in de onderhandelingen tussen het Westen en Gorbatsjov. Sarotte laat zien hoe de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken James Baker in februari 1990 aan Gorbatsjov beloofde dat de hereniging van Duitsland niet gepaard zou gaan met uitbreiding van de NAVO oostwaarts. Voor Gorbatsjov was dit een belangrijke voorwaarde om Sovjet- claims op de DDR te laten varen. Zijn besluit om de Oost-Duitse revolutie niet met geweld te pareren had hem al genoeg gezichtsverlies bezorgd. Tot overmaat van ramp bleken de toezeggingen van de VS en van Kohl geen stand te houden. Het was wél hun intentie om Oost-Duitsland tot NAVO-territorium te maken.

Eén van de aangrijpendste passages uit Sarottes boek is het verslag van Gorbatsjovs overleg met de Amerikanen in mei en juni 1990, toen hij herhaaldelijk vroeg waarom er geen plaats voor de Sovjet-Unie was in de NAVO, als dat kennelijk het leidende instituut zou worden voor de Europese vrede. Hij kreeg geen antwoord.

De consequenties zijn bekend. Rusland voelt zich nog steeds een outcast ten opzichte van de Europese Unie, maar heeft onder Poetin en Medvedev voor een agressievere koers gekozen. Gorbatsjovs idealistische inbreng in de discussie van 1990 over de toekomst van Europa behelsde een visie van een pan-Europees ‘huis met vele kamers’, waarin ook de Sovjet-Unie een plek zou vinden. Maar door de westerse mogendheden is dit nooit serieus genomen. Het huidige Russische wantrouwen is daar een direct gevolg van. Sarottes feitelijke onderbouwing van die stelling geeft zeker stof tot nadenken.

Dat neemt niet weg dat haar analyse ook zwakheden vertoont. Ze verwaarloost bijvoorbeeld het feit dat het gros van de Oost-Duitse bevolking geen boodschap had aan Gorbatsjovs idealisme, en ook niet aan dat van de dissidente DDR-intellectuelen die naar een ‘derdewegeconomie’ zochten. De meeste mensen wilden na de val van de Muur wel degelijk eenwording met het Westen. De solidaire leuze Wir sind das Volk! werd al snel vervangen door oproepen tot aansluiting bij de West-Duitse economische welvaart. Uiteindelijk gebeurde er gewoon wat het Oost-Duitse volk wilde: Europa werd een vrije markt naar westers model.