Kunstfondsen moeten gewoon regels toepassen

Het rechterlijke besluit de subsidiestop voor mijn theatergroep te vernietigen, zou volgens sommigen het hele subsidiesysteem ondermijnen. Overdrijf niet, zegt Theu Boermans.

Het is mij als regisseur weleens overkomen dat een acteur op hoge poten zijn hoofdrol teruggaf omdat ik kritiek had op zijn gemakzuchtige werkhouding jegens zijn collega-acteurs. Het betrof een uiterst begenadigd acteur die mij er – diep gekrenkt – van probeerde te overtuigen dat zijn alom geprezen talent garant stond voor de juiste verhouding tot zijn medespelers. Ik probeerde hem duidelijk te maken dat wanneer men alom geprezen wordt, gemakzucht en arrogantie op de loer liggen, zeker bij diegene die zich er van bewust is onmisbaar te zijn voor het welslagen van de voorstelling.

Ik moest aan dat voorval denken toen ik de opgewonden reacties las van het Nederlands Fonds voor de Podiumkunsten (NFPK) en anderen op de uitspraak van de Amsterdamse rechtbank waarin zij de beslissing van het Fonds tot stopzetting van de subsidie aan De Theatercompagnie vernietigt. Verontwaardiging en verbijstering alom: ‘een bom onder het subsidiesysteem’, ‘rechter maakt subsidieadvies onmogelijk’ en het ‘einde van de kunstsubsidies’. De aanval is altijd de beste verdediging en de muis oppompen tot een olifant maakt het gevaar dat dreigt evenredig groter.

De kwestie-Theatercompagnie is een geval waar de cultuurfondsen hun voordeel mee kunnen doen als richtlijn voor zorgvuldige besluitvorming. Dat hiermee het systeem van de peer review (collegiale toetsing) onderuit gaat, is zwaar overdreven.

De Theatercompagnie is onder meer naar de rechter gestapt omdat ze zich beoordeeld wist door een adviescommissie die in haar ogen niet onpartijdig was. Dat zit zo. De hoogte van het totale subsidiebedrag dat het NFPK onder de theatersector heeft te verdelen, is tevoren vastgesteld. Er is, zoals dat heet, een subsidieplafond. Als er meer aanvragen voor toewijzing in aanmerking komen dan op grond van het plafond gehonoreerd kunnen worden, adviseert de adviescommissie over een aan te brengen rangorde voor toewijzing. De subsidiepot van het NFPK voor de theatersector is zeer sterk overtekend. Dat betekent dat iedere aanvrager er concreet belang bij heeft dat andere aanvragen worden afgewezen, of in ieder geval lager in de rangorde terechtkomen. Iedere afwijzing vergroot immers zijn eigen kansen op subsidie, iedere toewijzing verkleint die. Het staat dan ook vast dat een aanvrager die daarnaast optreedt als adviseur over concurrerende aanvragen, een persoonlijk belang heeft bij een negatief advies over die andere aanvragen. Dat hij of zij alleen bij de beoordeling van de eigen aanvraag op de gang gaat staan, is uiteraard geen afdoende remedie.

De rechtbank is van mening dat het ‘belanghebbende’ lid niet aan de beraadslaging had mogen deelnemen. Zijn belang zat in dit geval in het feit dat hij directeur is van een theaterinstelling die zelf ook een subsidieaanvraag voor dezelfde subsidiepot bij het NFPK had ingediend. De rechtbank baseert haar uitspraak dat dit ontoelaatbaar is op het bestuursrecht, maar had die net zo goed kunnen baseren op de integriteitsregeling die in het huishoudelijk reglement van het NFPK is vastgelegd. Die regeling verbiedt deelname aan advisering als een adviseur een direct of indirect belang heeft of kan hebben. De uitspraak van de rechtbank is bovendien in lijn met de jurisprudentie van de Raad van State, waarop De Theatercompagnie zich in deze procedure ook heeft beroepen.

Ik ga er vooralsnog van uit dat de situatie die tot de uitspraak van de rechtbank heeft geleid, een ongelukkige samenloop van omstandigheden is. Het NFPK is pas een jaar operationeel en dan zie je wel eens wat over het hoofd. Opstartproblemen, die op geen enkele wijze exemplarisch zijn voor de wijze waarop adviesorganen van Kunstfondsen worden samengesteld. Mocht onverhoeds blijken dat dat wel zo is, dan lijkt er inderdaad ‘something rotten in the state of Denmark’. Dan dienen de regels beter te worden nageleefd. De aanname dat er in ons kleine land geen gekwalificeerde adviseurs meer te rekruteren zijn, moet dan op haar daadwerkelijke houdbaarheid worden getoetst. Uiteraard is het lastig om gekwalificeerde en onafhankelijke adviseurs te vinden die bereid zijn zitting te nemen in een adviesorgaan. Maar er is een grens, die niet overschreden kan worden en die in aanvulling op de wet terecht helder en duidelijk in het huishoudelijk reglement van het Fonds is benoemd. Als die grens niet in acht wordt genomen, dreigt elke adviescommissie te verworden tot een instrument waar vriendendiensten worden geleverd en rekeningen worden vereffend.

Maar zo ver is het nog lang niet. Het opblazen van het geval van De Theatercompagnie tot zulke proporties dat moet worden geconcludeerd dat het hele stelsel onderuit gaat, doet het imago van de kunstadvisering geen goed. Ze speelt de tegenstanders van het huidige systeem en van kunstsubsidies in het algemeen in de kaart.

Kunstsubsidies zijn een groot goed en de kunstadvisering op basis van peer review kan dat ook zijn. Zolang vanzelfsprekendheid en gemakzucht worden buitengesloten.

Overigens verscheen de acteur de volgende ochtend weer op de repetitie. De voorstelling werd voor ons beiden een triomf en met name de acteur werd door de critici geroemd om het feit dat iemand met zijn statuur zijn collega’s zoveel ruimte liet om te schitteren.

Theu Boermans is artistiek directeur van De Theatercompagnie, een Nederlandse theatergroep.