Krzysztof Pastor laat zijn dansers lang schitteren

Ballet Het Nationale Ballet met Concerto. Gezien: 4/11, Amsterdam. Tournee t/m 15/11. Inl: 020-5518225, www.het-ballet.nl * * * *

Wie buiten de grote steden (neo)klassiek ballet wil zien, maar niet van sprookjes houdt, heeft niet bepaald ruime keuze. Gelukkig voldoet Het Nationale Ballet aan zijn reisverplichting met een programma dat liefhebbers van muziekballetten op hun wenken bedient. Concerto is een prachtig vierluik dat, ondanks de verschillen tussen de delen, toch een mooie eenheid in benadering laat zien. Het zijn choreografieën die een antwoord geven op de muzikale compositie, maar tegelijk hun autonomie behouden. Muziek en dans, meer is niet nodig.

Hoekstukken van de avond vormen de werken van George Balanchine. Concerto Barocco (1941) is gezet op Bachs fameuze Dubbelvioolconcert in D-mineur en opgewekt van karakter; het tweede, op Stravinsky’s Vioolconcert in D is weerbarstig en prikkelend. Naar verluidt heeft Balanchine Violin Concerto in 1972 in een vloek en en zucht gemaakt, tegelijk met nog een paar stukken. Met het oog op de complexiteit van het ballet is dat voor een gewone sterveling nauwelijks te bevatten.

Concertante van Hans van Manen ging in 1994 in première bij het Nederlands Dans Theater. In de uitvoering van het Nationaal Ballet krijgt de ingehouden, spannende choreografie een eigen plastiek, met een wat lichtere toon; de dansers lijken minder aan de vloer te ‘plakken’ dan hun Haagse collegae. Vooral Larissa Lezhnina weet de strakke accenten goed te treffen.

Naast die oudere werken in nieuwe bezettingen staat de première van huischoreograaf Krzysztof Pastor, Dumbarton Dances. Dat is een luchthartige ontmoeting van acht mannen, jongens eigenlijk, vrienden. Ze dagen elkaar uit, draaien in twee clubjes om elkaar heen en nemen elkaar in korte confrontaties de maat. De sfeer blijft echter goedmoedig en ontspannen. Hoewel Pastors stijl lange lijnen heeft en vloeiend is, heeft zijn choreografie ontegenzeggelijk iets mannelijks en stoers. De sprongen zijn krachtig, hier en daar wordt een vuist gebald en het partnerwerk is soms bijna nonchalant: een zet tegen een geheven been zorgt voor een draaibeweging, een duw tegen de borst verandert de richting.

Tussendoor geeft Pastor met kruipdoor-sluipdoorbewegingen een knipoog naar Balanchines Concerto Barocco en verwijst hij met uitgestoken vingers en typische Van Manen-arabesken naar een van zijn directe leermeesters. In het dreigen van de twee groepen legt hij bovendien een verband met West Side Story van Jerome Robbins, die bovendien zelf (net als Van Manen overigens) een idyllisch ballet op Stravinsky’s Dumbarton Oaks maakte. Dumbarton Dances sluit dus naadloos aan bij de overige programmaonderdelen. Maar ook bij de talenten van de dansers, onder wie Juanjo Arques, Steven Etienne en Koen Havenith – het is duidelijk dat zij genieten van dit ballet, want Pastor geeft ze een klein kwartier lang de gelegenheid te schitteren.