Je laat je als kikker toch niet de pan in jagen!

Ilija Trojanow, Juli Zeh: Angriff auf die Freiheit. Sicherheitswahn, Überwachungsstaat und der Abbau bürgerlicher Rechte. Carl Hanser Verlag, 171 blz. €15,-.

Als men een kikker in een pan kokend water gooit, zal hij er meteen uit springen. Als de kikker in een pan koud water wordt gezet die langzaam wordt verwarmd, zal hij blijven zitten en langzaam sterven. In dit verhaal, geachte lezer, bent u de kikker. En u zit al geruime tijd in die pan. Geobsedeerd als u bent door privébeslommeringen heeft u niet in de gaten dat zich onder uw neus een ramp voltrekt. In de strijd tegen terrorisme en andere bedreigingen voor de samenleving grijpen overheden elke technische vernieuwing aan om greep te krijgen op hun burgers. Videocamera’s, biometrische paspoorten, telefoontaps. In hun noeste streven naar meer veiligheid hollen overheidsdienaren zo stapje voor stapje uw persoonlijke levenssfeer uit. Niet alleen uzelf loopt gevaar, ook de democratie wordt bedreigd.

Het wat sleetse verhaal van de gekookte kikker en het direct aanspreken van de lezer zijn maar twee van vele retorische trucjes waarmee de Duitse auteurs IIija Trojanow en Juli Zeh in Angriff auf die Freiheit aandacht vragen voor privacy-vraagstukken. Hun boodschap heeft u natuurlijk al geraden: spring uit die pan!

Meestal schrijven Trojanow en Zeh fictie. Maar twee jaar geleden kwamen ze tot de conclusie dat de bedreiging door de spiedende staat, de Überwachungsstaat, zo groot is geworden, dat het tijd is voor heldere taal. Ze wilden hun medeburgers direct toespreken. Zonder omwegen of opsmuk. Luid en duidelijk. De kaft waarschuwt je al: dit is een Kampfschrift, een strijdschrift. Je weet dus bij voorbaat dat het er niet overdreven genuanceerd aan toe zal gaan.

Een voorbeeld. De Britse geheime dienst mag alles afluisteren en opslaan, mits ze daarvoor toestemming krijgt van het ministerie van Binnenlandse zaken. In 2007 werd 500.000 keer om toestemming gevraagd. Conclusie: ‘Een dergelijk alomvattend toezicht bestond nog nooit, niet onder Nero, Hendrik VIII, Lodewijk XIV, Napoleon, Franco, zelfs niet onder Hitler of Stalin.’

Nog een voorbeeld. Het boek eindigt, tikje voorspelbaar, met George Orwell. In een straal van 200 meter rond diens voormalige woning in Londen tellen Trojanow en Zeh 32 videocamera’s. Conclusie: „‘Big Brother is Watching You’ […] is in het land van Orwell inmiddels werkelijkheid geworden.” Verregaande vergelijkingen (Nero) en goedkope symboliek (Orwell) mogen dan passen binnen de stijlvoorschriften voor een strijdschrift, ze maken het verhaal van de bedreigde samenleving er niet overtuigender op. Niet alleen de stijl, ook het betoog is een tikketje wild. Voorvechters van privacybescherming stellen doorgaans dat de overheid over de schreef gaat in het streven de samenleving te beschermen tegen terrorisme en criminaliteit. Privacy wordt dan ondergeschikt gemaakt aan het hogere belang van veiligheid.

Trojanow en Zeh gaan een stap verder. Eind vorige eeuw, stellen ze, is er meer veranderd dan we vaak denken. Met de val van de Muur werd het leven onoverzichtelijk. De opdeling van de wereld in helder gedefinieerde kampen verdween en de grenzen tussen links en rechts vervaagden. Politieke ideologieën raakten in diskrediet, de burger verloor zijn houvast en werd onberekenbaar.

De overheid poogt nu weer greep te krijgen op die dolende burger. Zij vervangt de disciplinerende werking die vroeger uitging van kerk en partij door permanente bewaking. ‘De overheid probeert de controlemechanismen waarmee vroeger religie, familie of ideologie het individu in het gareel hielden te vervangen door bewaking met elektronische middelen.’

De burgers maken het de op controle beluste overheid niet bijster moeilijk. Burgers zijn bang en bereid veel op te offeren voor de belofte van een veiligere wereld. Bovendien zijn ze naïef. Burgers gaan akkoord met veel maatregelen omdat ze redeneren dat ze toch niets te verbergen hebben. Waarom eigenlijk niet, een vingerafdruk in het paspoort? En ach, die politici zullen wel weten wat ze doen.

De these – bewaking vervangt ideologie – is prikkelend, maar wordt niet goed uitgewerkt. Burgers zijn in 1989 ideologische ankers kwijtgeraakt. Akkoord. En burgers worden inderdaad op veel plekken gefilmd. Maar Trojanow en Zeh tonen niet aan wat het verband is tussen die twee.

Toch is Angriff auf die Freiheit een sympathiek boekje. De schrijvers zijn op hun best als ze de vrijheid van het individu verdedigen. Dan maken ze duidelijk dat het helemaal niet zo vanzelfsprekend is om essentiële individuele vrijheden op te offeren in de strijd tegen terrorisme. Bijvoorbeeld omdat terrorisme in hun ogen een tijdelijk en beperkt fenomeen is. Ook kan het geen kwaad om nog eens uiteen te zetten dat het heel democratisch is om de invloed van de staat aan banden te leggen als daarmee de persoonlijke vrijheid gediend is. Zelfs als dat betekent dat de staat dan minder efficiënt wordt. En, roepen ze de burger toe, het is helemaal niet erg om geheimen te hebben. ‘Verdedig uw geheimen. Ze zijn van u.’