Is er een 'Chefsache', is Balkenende er niet

In Den Haag was er gisteren even meer opwinding over een bijzaak dan over de inhoud.

Balkenende en Bos wilden niet naar een AOW-debat komen. Maar ze draaiden.

Er waren geen hoge verwachtingen meer van het debat over de AOW, dat gisteravond gepland stond. De politieke gevoeligheid leek eraf te zijn. De PvdA-achterban was al akkoord, op het CDA-congres was er weinig kritiek op het plan om de AOW-leeftijd te verhogen van 65 naar 67 jaar. Het zou nog even doorbijten worden, op een ongetwijfeld lange avond. Maar grote problemen voor het kabinet waren niet te verwachten: de oppositiepartijen zijn verdeeld over dit onderwerp, met alleen SP en PVV als harde tegenstanders.

Waarom maakten premier Balkenende en vicepremier Bos er dan deze week toch weer een grote zaak van? Waar was hun politieke gevoel gebleven? Het waren vragen die zich opdrongen na de ophef over het niet verschijnen van Balkenende en Bos bij een debat over de AOW.

Premier Balkenende had de Tweede Kamer woensdag in een vierregelig briefje laten weten dat hij en Bos niet wilden komen. Minister Donner (Sociale Zaken, CDA) en staatssecretaris Klijnsma (Sociale Zaken, PvdA) konden het prima alleen af.

De oppositiepartijen SP, VVD, PVV, GroenLinks en D66 reageerden fel. SP-leider Kant noemde het wegblijven „laf en arrogant”, en dat terwijl Bos nog had gezegd de AOW „te vuur en te zwaard” te willen verdedigen. Rutte (VVD) betitelde het als „minachting van het parlement”. Pechtold (D66) vroeg zich af: „Balkenende wilde toch zo graag de crisis te lijf? Nou dit is Chefsache.” Femke Halsema (GroenLinks) wees erop dat Balkenende onlangs nog had gezegd graag over de AOW te willen debatteren. En dat ook de coalitie had ingestemd toen zij een debat aanvroeg met Balkenende en Bos. Wilders vond het onbestaanbaar dat Balkenende „deze asociale maatregel” wel op het CDA-congres had verdedigd, maar dat niet in de Kamer wilde doen. De oppositie dreigde niet te komen opdagen.

De officiële reden van de afwezigheid was dat het kabinet met één mond spreekt. De vakministers konden dus prima het beleid verdedigen, ook als het zou gaan om een hoofdlijnendebat – een debat dat niet gaat over de technische details, maar om de principiële en politieke keuzes.

De onofficiële reden was dat er bij het kabinet groeiende ergernis bestaat over de werkwijze van het parlement. Over van alles en nog wat zijn er, in de ogen van ministers en staatssecretarissen, spoeddebatten. En de premier en Bos moeten daar vaak bijzijn, ook al is dat voor maar een paar vragen. CDA’er Sybrand van Haersma Buma: „Ik heb het nog eens nagekeken, maar premier Kok kwam bijna nooit naar de Kamer.”

Maar waarom moest dan juist bij de AOW – waar maatschappelijk verzet tegen is en waar veel mensen zich ongerust over maken – dit punt worden gemaakt tegenover de Tweede Kamer te negeren? CDA’ers en PvdA’ers toonden zich in het Kamergebouw licht geërgerd over de actie van hun politieke leiders. PvdA’er Roos Vermeij, die in de Kamer namens de fractie zei dat ze het prima vond zonder Bos en Balkenende, zei later: „Ik zat me te verbijten.”

Het eensgezinde optreden van de oppositie leidde, met steun van Kamervoorzitter Gerdi Verbeet, uiteindelijk tot een draai van Balkenende en Bos. Als ze dat niet hadden gedaan, dan had zich een bijzonder tafereel afgespeeld: een debat tussen twee bewindslieden en de fractievoorzitters van CDA, PvdA en ChristenUnie.

De Tweede Kamer stemde er maar mee in dat het debat niet meer deze week, maar volgende week is. Resultaat is dat dan alle schijnwerpers op Balkenende en Bos staan, en op de AOW „Het was een genante vertoning”, verzuchtte Halsema.

Had de actie van de premier nog te maken met het feit dat hij graag de eerste ‘Europese president’ wil worden? Berichten over zijn kansen zijn wisselend. Rutte zag een verband tussen de twee zaken. „Natuurlijk, die man is gewoon knorrig omdat het niet loopt met Brussel.”

Lees meer over de toekomst van de AOW op pagina 12 en 13