'Ingemetseld zijn we veilig en dood'

‘Er was in de jaren tachtig een dichtersdialoog die de tijd goed vatte. DDR-dichter Rainer Kirsch reageerde met het gedicht ‘Die Zunge’ op een gedicht van Christa Wolf. Het gedicht gaat over een varken dat volgens Christa Wolf gevaarlijk leefde omdat het zo rozig en zacht was. In Wolfs versie weert het varken zich met eelt en stekels en kon uiteindelijk ‘van louter harnas’ niet meer lopen. Volgens Kirsch staat het voor de mens, met zijn verlangen naar veiligheid en orde. Daarom schrijft hij als laatste: ‘ingemetseld zijn we veilig en dood’. Waarom kon Christa Wolf dat niet hardop zeggen? Rainer Kirsch antwoord: ‘De tanden in de tong. Spreken, ach hoe?’

Voor mij beschrijft dit gedicht hoe het Oost-Duitse regime zich letterlijk en figuurlijk inmetselde, en binnen de muur steeds strenger werd met schrijfverboden en uitburgering. Denk aan de zanger Wolf Biermann die in de jaren zeventig op tournee in het Westen was en zijn land niet meer in mocht. En er was de Stasi die alles zag. Mensen hadden een publiek en een privéleven. Je deed er goed aan die niet te vermengen. In de jaren tachtig kwam er een groep jongeren op die illusieloos was. Zij geloofden niet meer dat je door je politiek te engageren iets kon veranderen en sloten zich op in subculturen. Toen een hele generatie afhaakte, kwam het einde in zicht. Ikzelf heb later op Kirsch gereageerd met het gedicht ‘de kin’ – als het moet tik je met je kin. De Oost-Duitse schrijvers hebben dat ook gedaan. Niet spectaculair, maar toch. Stukje bij beetje hebben ook zij de muur ondergraven.’ (LdP)

Jacques Schmitz is Duitslandcorrespondent voor Radio1.