Hoe de geschiedenis wel/niet ten einde liep

„Er is over The End of History van Francis Fukuyama onvoorstelbaar veel onzin gedebiteerd”, schrijft oud-correspondent Ben Knapen vandaag in de speciale Boeken-bijlage over Die Wende. De herdenking van de val van de Muur, op 9 november 1989, is een goed moment voor een evaluatie van het beroemdste artikel dat de verkruimeling van het communistische Oostblok heeft opgeleverd.

Fukuyama schreef het in 1989, publiceerde het in het conservatieve blad National Interest en werkte het in 1992 om tot een boek: The End of History and the Last Man . Kort samengevat luidde zijn analyse: zíj – de communisten – hadden niet zomaar verloren, wíj in het Westen hadden niet zomaar gewonnen. Nee, de geschiedenis trok hier een streep, krachtiger en radicaler dan ooit: het einde van de geschiedenis.

Knapen, destijds correspondent voor deze krant in Washington, ontmoette de 37-jarige Fukuyama in het voorjaar van 1989 op het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken. „Bij elk conflict dat zich in de jaren negentig voordeed, begonnen politici graag badinerend met het zinnetje dat ‘Fukuyama ongelijk heeft en er helemaal geen einde aan de geschiedenis is gekomen’,” schrijft Knapen. „ Alsof hij dat ooit had beweerd. Sterker nog, Fukuyama had hele series oorlogen en conflicten voorspeld.”

Maar voor Fukuyama had ‘het einde van de geschiedenis’ een filosofische, niet een feitelijke betekenis. Nu de grote marxistische ideologie van het toneel was verdwenen, was er geen politiek dispuut meer over het doel van de universele ontwikkelingsgang van de wereld. Vanaf nu moesten we het doen met de liberale democratie en kapitalistische economie als maatschappelijke ordening – als feit of als wens.

Die Wende: Bijlage Boeken

Rust in Den Haag: pagina 3

U2-concert in Berlijn: pagina 9