'Grijp de griep'

Mijn huisarts heeft me uitgenodigd volgende week woensdag langs te komen voor een prik tegen de Mexicaanse griep. Afgaand op de groeiende paniek in Nederland is de grote vraag: lééf ik dan nog wel? Je schijnt met het ergste rekening te moeten houden.

Om op alles voorbereid te zijn, heb ik alvast enkele tekstregeltjes vervaardigd die op de plek van deze rubriek zullen verschijnen als het misgaat. Er zijn twee opties: de schrijver van deze rubriek is „voor onbepaalde tijd op ziekteverlof” of „komt nooit meer terug”.

In het laatste geval legt mijn huisarts in een korte reactie uit wat er gebeurd is.

Ik had de hele dag in de rij moeten staan voor zijn praktijk voordat ik gevaccineerd kon worden. Er waren rellen uitgebroken tussen mensen uit de diverse risicogroepen. Zestigplussers verdrongen elkaar of gingen op de vuist met zwangere vrouwen. De situatie verergerde dramatisch toen ouders zich in groten getale met hun kinderen aanmeldden en vaccinatie eisten.

De leden van de risicogroepen keerden zich daarop en masse tegen deze ouders en hun kinderen uit vrees dat de voorraad vaccins uitgeput zou raken. Er ontstond een onbeheersbare toestand waarbij een aantal minder weerbare mensen, zoals schrijver dezes, onder de voet gelopen werden of in de verwarring een griepprik kregen toegediend hoewel ze nauwelijks meer bij bewustzijn waren.

De Amsterdamse politie was te laat ter plekke, omdat korpschef Welten in ‘de driehoek’ met de burgemeester en de hoofdofficier van justitie van mening verschilde over de noodzaak van onmiddellijk ingrijpen. Welten had erop aangedrongen dat „zijn dienders” eerst ingeënt zouden worden voordat zij aan de door hemzelf bedachte actie ‘Grijp de griep’ konden beginnen. Volgens Welten was de politie de belangrijkste risicogroep van heel Nederland.

Tot zover mijn huisarts. In een begeleidend hoofdredactioneel commentaar zal „het plotselinge verscheiden” van de columnist betreurd worden, hoewel er kordaat aan wordt toegevoegd dat spoedig voorzien zal worden in vervanging: „Columnisten genoeg.” Het commentaar levert zware kritiek op minister Klink van Volksgezondheid die „in deze tijden van nood nergens te bekennen was, hoewel hij zich als eerste had laten vaccineren”.

„Wordt het misschien mode”, vraagt de commentator zich af, „dat de premier en zijn belangrijkste ministers zich drukken zodra de zwaarste dossiers behandeld worden?” Over de premier merkt de commentator nog bijna sardonisch op, „dat het ook omwille van het landsbelang misschien maar beter is dat hij president van de Europese Unie wordt.”

Stel dat het allemaal zo loopt – en heus, ik houd mijn hart vast – moet ik dat dan postuum betreuren, of toepasselijker gezegd „in zak en as” zitten? Eerlijk gezegd: ik denk van niet en ik zal zeggen waarom. Sinds jaar en dag ging ik bij mijn huisarts in oktober mijn reguliere griepprik halen. Meestal kon ik zó doorlopen naar zijn spreekkamer. Het was een spuitje van een cent.

Die tijd komt nooit meer terug, vrees ik. De griephysterie heeft voorgoed toegeslagen in Nederland. Zelfs voor die goeie ouwe griepprik zullen zich voortaan legioenen bij de huisartsen verdringen. Dat wil ik niet meer meemaken: eens, maar nooit weer.