Een kamertje met veel vliegende piemels

Nu Napels schoongemaakt wordt, is er des te meer reden de stad te bezoeken.

Redacteur Margot Poll logeerde in een boerenhoeve.

Een oud familiehotel hoog boven op de besneeuwde piste. Het betaalbare huis met zwembad in Tos-cane voor acht personen. Dat hutje in Bretagne met een eigen weg naar de zee, of een middeleeuwse boerenhoeve te midden van... Wat een dilemma toch, wanneer deel je de mooiste vakantieadressen op de wereld met anderen? Ik kies vanaf vandaag: delen met iedereen die wil genieten.

Onze bestemming is Napels, waar wij kort geleden een idyllisch landgoed bezochten ten noorden van de stad. In het gehucht Melizzano staat namelijk die ‘boerenhoeve te midden van’ honderden olijfbomen. Fabrizio en zijn zoon Pietro bouwden er nog drie huizen bij en noemden het geheel Il Mesogheo, wat zoveel betekent als het midden van de aarde. Hier en daar een zwembad en kamers om bij weg te zwijmelen: zo mooi, zo zuidelijk. De filosofie ter plekke is: leven en laten leven, maar vraag ons alles wat je maar wilt weten.

Dit was het begin van een nazomers lang weekeinde (4 dagen) Napels en de kust. De weg ernaartoe is gelukkig weer begaanbaar, al ligt er nog een enkele verdwaalde vuilniszak aan de kant van de weg. Een jaar geleden werd de weg nog versperd door honderden zakken vuilnis. De grote verbrandingsinstallatie ten noorden van Napels is wel gebouwd, maar niet in werking. De maffia controleert deze vuilstortplaatsen en wil dat al het geld dat er met verbranding valt te verdienen, in hun zakken glijdt. En als dat niet gebeurt, moeten die fabrieken maar dicht en ligt de rotzooi in bergen langs de weg.

Wij zetten ons over de resten rotzooi heen omdat we Napels willen zien. We parkeren bij de ingang van de stad en nemen een bus naar het oude centrum. Pietro studeert in Napels en neemt ons mee naar de plekken waar hij met zijn studievrienden pleegt te komen. Eerst koffie bij het literair café Intra Moenia (Piazza Bellini 70). Zeer genoeglijk, mooi uitzicht en aardige bediening. Als je vanaf het plein richting Via San Pietro a Maiella gaat, loop je recht op het conservatorium af. De ramen staan open en het is alsof je langs een concertzaal loopt waar druk gestudeerd wordt. Het is een voormalig klooster (ingang via San Pietro 35) en sinds 1826 zijn de vier grote Napolitaanse muziekinstituten hier samengebracht.

We zouden misschien naar de Duomo kunnen gaan, maar het wordt de Capella Sansevero (via De Sanctis 19): hier ligt een gesluierde Christus (Cristo velato). Het is een beeldhouwwerk uit 1753 van Giuseppe Sammartini en is indrukwekkend mooi gemaakt. Sammartini gebruikte een techniek waardoor het marmer een doorzichtige fijne sluier lijkt te zijn die het ontzielde lichaam van Christus bedekt. Na een kwartier staan we weer buiten, maar volgens Pietro hebben we een van de wonderen van Napels gezien.

De lunch is een heel studentikoze pizza Margherita in de beroemde pizzeria Sorbillo Esterina (Via Tribunali 35) waar 21 broers al de pizzascepter zwaaiden. De pizza kost 3 euro, de witte wijn niet veel meer. Het is er stampvol, maar vraag een nummertje en kijk nog even naar de kerststallen en ander houtsnijwerk in deze heel toeristische Via Tribunali. Pietro wenkt, ons nummertje wordt omgeroepen. In de enoteca naast de pizzeria verkopen ze de witte wijn die in de prijzen was gevallen, maar uitverkocht bleek in de pizzeria zelf. (Vinolum Historica, Via Tribunali 33).

Vanmiddag zijn we vrij en dat betekent een bezoek aan een van de mooiste musea van Italië: het Museo Archelogico Nazionale di Napoli (Piazza Museo 19). Bekijk vooral de muurschilderingen die afkomstig zijn uit Ercolanum en Pompeii en op de tussenverdieping naar de eerste, de mozaïeken uit de eerste eeuw voor Christus tot 79 na Christus (toen werd Pompeii voor het eerst bedolven onder de as van de Vesuvius). In 1918 is in het museum het zogenaamde ‘geheime kamertje’ aangelegd. In dit Gabinetto segreto zijn erotische voorstellingen te zien en vooral veel vliegende piemels. Kinderen onder de achttien mogen er niet in en als het druk is moet je een bezoek aan het kamertje zelfs bij de kassa reserveren.

We eindigen bij Caffè Gambrinus (Piazza Triesete e Trento 38) waar heel Napels met zichzelf lijkt te hebben afgesproken. Het doet me denken aan Caffè Giube Rosso in Florence, of Greco in Rome. Kijken en bekeken worden. Een schril contrast met het historische centrum maar voor wie van winkelen houdt, is het zeer de moeite waard.

We eten in een hooggelegen restaurant met uitzicht over de baai van Napels. Vroeger ben ik eens met een vriendinnetje vanuit Florence twee dagen naar Napels geweest. We stonden ’s avonds laat vanaf de boulevard naar de zee te kijken en voordat we het wisten zaten we in een smokkelscène uit een Italiaanse maffiafilm: motorbootjes kwamen van alle kanten aanvaren en gaven hun waar af aan kleine jongens op het strand die naar de boulevard holden en op hun beurt de buit overdroegen aan snelle jongens op een Vespa. We hebben een half uur staan kijken en ik denk dat Napels in die korte tijd zeker duizend sloffen illegale sigaretten rijker is geworden.

Misschien was het dit schouwspel dat mij heeft weerhouden nog eens naar Napels te gaan. Te gevaarlijk, te veel Camorra zoals de maffia hier heet. Ook nu hoorden we de verhalen over de maffia. Eerst de vuilnisstortplaatsen, en later bij het stoplicht even buiten Napels. Opdringerige Afrikaanse mannen klopten op de ramen en boden ons zakdoekjes en speeltjes aan. Dat gebeurt in andere landen ook, zou je zeggen, maar Pietro vertelde ons dat deze mannen aan het einde van de dag ondersteboven worden gehouden, uitgeschud tot de laatste eurocent. Inderdaad door de Camorra, die hem in ruil een slaapplaats biedt. Zo zagen we ook heel jonge meisjes zich buiten Napels prostitueren: een keer de daad met een donker meisje kost 15 euro, voor een blanke wip betaal je het dubbele. We passeren en kijken meewarig – het is pas half tien in de morgen.

We zagen de kust, we zagen Pompeii, we bezochten Positano waar alle vissers Pietro heten en waar we ’s avonds als prinsessen op het grote strand werden bediend in ristorante Cambusa. We bewonderden het Versailles van Italië in de vorm van mooie tuinen en een groot paleis in Caserta en we waren te vroeg voor de zondagmarkt in San Lorenzello als alle kronkelstraatjes worden overgenomen door verkopers van keramiek en antiek. En nog een geheime tip: werelderfgoed Sant’Agosto dei Goti – meer zeg ik niet.

De rust daalde weer over ons toen we het terrein van Il Mesogheo opreden. Nog even zwemmen, nog even wandelen. We sloten onze kamers steeds hermetisch af. We werden er om uitgelachen door Fabrizio. Wisten we niet waar we waren? Totaal afgelegen, geheel onbereikbaar, bij niemand bekend. Wat zochten we ook weer toen we hier kwamen?

Voor meer informatie kijk op www.mesogheo.com. De prijzen van de kamers zijn richtprijzen en verschillen aanzienlijk per seizoen. Vraag Fabrizio naar de mogelijkheden.