De 'tuinkabouter' weet wat martelen is

Tijdens het verhoor van een verdachte van een AIVD-lek is gesproken over een omstreden martelmethode. Niet als dreigement, zegt het OM. Ontoelaatbaar, zegt de advocaat.

Hans H. (48) is aangehouden omdat hij en zijn partner Heleen S. (40) staatsgeheimen zouden hebben gelekt naar dagblad De Telegraaf. Op 20 juni wordt hij voor de zesde keer verhoord door de Rijksrecherche.

Maar Hans H. wil weer niet praten. De maaltijd die hem wordt aangeboden, slaat hij af.

„Moet je niet eten, Hans?”, vraagt een rechercheur. „Nu moet je wachten tot vijf uur, zes uur misschien zelfs. Voordat je weer wat te eten krijgt.”

„Die training heeft hij gehad, jongen”, zegt zijn collega-rechercheur.

Hans H. heeft meer dan twaalf jaar gewerkt voor de inlichtingendienst AIVD.

„Dit is een bikkel”, zegt de tweede rechercheur. „Die Hans is echt een bikkel hoor.”

Rechercheur 1: „Drie dagen zonder eten en zonder slaap waarschijnlijk.”

In een apart proces-verbaal dat later op last van de officier van justitie zal worden opgesteld, erkennen de twee rechercheurs dat ze daarna beginnen over waterboarding. Daarbij wordt er door een natte doek water in de neus en keel van een gevangene gegoten. De martelmethode werd door de CIA toegepast bij terrorismeverdachten, maar is inmiddels door de Amerikaanse president Obama verboden. Volgens de rechercheurs kwam het woord alleen ter sprake vanwege „het werkverleden” van H. en was het zeker niet de bedoeling „om de verdachte te vernederen c.q. te intimideren.”

Uit de geluidsopname van het verhoor blijkt dat het volgende is gezegd.

Rechercheur 2: „Die waterboarding, Hans, is dat wat? Heb je dan echt het gevoel dat je verzuipt?”

H.: „Ik heb geen commentaar”.

Rechercheur 2: „Weet je wel die ... wat die Amerikanen ...” zegt rechercheur 2. Hij laat een pauze vallen. „Wat ze kennelijk veelvuldig gedaan hebben?”

„En nu niet meer mogen”, vult rechercheur 1 aan.

Rechercheur 2: „En nu niet meer mogen van meneer Obama.”

Rechercheur 1: „Harde muziek aan .... op de achtergrond.” Hij zwijgt even.

„Doen wij het nog heel netjes hier.”

Advocaat Derk van den Elzen heeft de bandopname van het verhoor beluisterd. Volgens de raadsman van Hans H. is de sfeer van het verhoor wel degelijk „vernederen en intimiderend”. De rechercheurs klonken gefrustreerd, zegt Van den Elzen. Op 12 juni heeft het Openbaar Ministerie in Den Haag een ambtsbericht van de AIVD ontvangen, waarin AIVD’ster Heleen S. en Hans H., een voormalig medewerker van de dienst, zijn aangewezen als de bron van twee artikelen in De Telegraaf: eentje over de rol van de inlichtingendienst rond de Irak-oorlog en een over de beveiliging van de dalai lama. In het ambtsbericht worden veel verdachte omstandigheden opgesomd. Hard bewijs ontbreekt echter.

Het verhoor van Hans H. is belangrijk voor de recherche. Maar H. zwijgt in alle toonaarden. „Ik beroep me op mijn zwijgrecht”, zegt hij steeds. Of: „Geen commentaar.”

Tijdens het zesde verhoor halen de twee ondervragers van de Rijksrecherche alles uit de kast om H. aan het praten te krijgen. Als een vriendelijke aanpak niet werkt, noemen ze de verdachte eerst een „vreselijke egoïst” en daarna „autistisch” en „schizofreen”. Ten slotte noemen ze H. – niet de langste – „tuinkabouter”. Een van de rechercheurs slaat hard op de verhoortafel. „En nu is het afgelopen met je!” Een van de rechercheurs maakt een schietende beweging.

„Mijn cliënt is bijna een uur lang gejend en bedreigd”, zegt Van den Elzen. Volgens de advocaat hebben de twee ondervragers niet alleen gesproken over waterboarding, maar ook over het slaan met telefoonboeken.

Het Openbaar Ministerie stelt in een reactie „dat er niet gedreigd is met waterboarding”, maar dat het woord wel is gebruikt tijdens het verhoor. Mogelijk zullen er consequenties volgen voor de betrokken rechercheurs, zeggen ingewijden bij het parket Den Haag. Volgens diezelfde ingewijden zijn de twee rechercheurs in juridische zin echter niet over de schreef gegaan. Deze week schorste de rechtbank de voorlopige hechtenis van Heleen S. en Hans H. De rechtbank ging niet in op de verhoren van H.

Artikel 29 van het Wetboek van strafvordering verbiedt het uitoefenen van druk tijdens een verhoor, omdat een verdachte vrij moet kunnen verklaren. Artikel 3 van het Europees Verdrag inzake de Rechten van de Mens (EVRM) verbiedt foltering of een wrede of onmenselijke behandeling van verdachten. Ook het dreigen met marteling valt daaronder.

Rechtspsycholoog Peter van Koppen heeft op verzoek van advocaat Van den Elzen het proces- verbaal gelezen. „Het kan zijn dat ze gewoon doorouwehoeren over zijn baan”, analyseert de hoogleraar. „Maar er zit beslist een treiterende ondertoon in. Deze verdachte zweeg, maar werd veertien keer verhoord. Blijkbaar wilden ze hem ‘breken’. Dat maakt het waarschijnlijker dat er sprake was van een impliciete dreiging.”

„Als er daadwerkelijk gedreigd is met marteling, dan is dat zéér ernstig”, zegt hoogleraar strafrecht Ybo Buruma. Hij neemt de zaak hoog op. „Alleen al door het laten vallen van het woord ‘waterboarding’ bij een zwijgende verdachte gaan de rechercheurs over de schreef.” Buruma denkt dat de affaire grote gevolgen kan hebben voor de zaak tegen Hans H. „Het lijkt mij volstrekt normaal als de advocaat gaat vragen om niet-ontvankelijkheid van het OM.”

Eerdere artikelen over AIVD-lek op nrc.nl/binnenland