De toga's en het volk

Is de burger tevreden over de rechtsstaat? Doen rechters en officieren hun werk goed? Is de politie doelmatig? De Tweede Kamer besprak gisteren de begroting van het ministerie van Justitie, toevallig in de ‘Week van het Recht’ die is bedoeld om de band tussen justitie en de burger te versterken. Daarvoor is ook alle reden. Bij het publiek overheersen in deze periode onbegrip en soms ongeloof als het om ‘justitie’ gaat.

Het Kamerlid Teeven (VVD) sprak van een „slagveld”. Hij verwees naar een golf incidenten en slecht nieuws afgelopen kwartaal. Variërend van zware gedetineerden die van onnozele magistraten onbegeleid op verlof mogen en dan weglopen. Van politieagenten die eerst automobilisten ‘flitsen’ en dan zelf naar huis jakkeren tot onbegrip over pedoseksuelen op wie onvoldoende toezicht is. Er kwam geen einde aan.

Dat 97 procent van de lezerskring van De Telegraaf aangaf zich „niet gesteund” te voelen door justitie is misschien niet representatief, maar ook niet verbazingwekkend. En zonder feitelijke gronden is het evenmin. Uit een enquête namens de Raad voor de Rechtspraak bleek dat 80 procent van de bevolking „meer uitleg” wil van rechters. Dat is heus niet omdat men zo tevreden is. Want 85 procent van de respondenten meent dat misdrijven „te licht” worden bestraft.

Is de crisis beperkt tot een communicatiegebrek en informatieachterstand? Dat ligt niet voor de hand. De president van de Hoge Raad, Corstens, concludeerde begin oktober dat de tijd waarin de rechter op een „natuurlijk gezag” kon bogen, voorbij is. Hij constateerde dat politici makkelijk „onbesuisd” hun mening geven over vonnissen, dat het publiek zich niet zomaar neerlegt bij het rechterlijk oordeel en dat groeiende mediabelangstelling voor meer druk zorgt. Dat het project voor begrijpelijke vonnissen (Promis) op tijd- en geldgebrek lijkt vastgelopen, komt heel slecht uit.

Ook over het Openbaar Ministerie leven er terecht grote zorgen. Het OM is door de rechterlijke macht met zo’n regelmaat en zo hard op de vingers getikt dat het op een patroon lijkt. In een recente handelszaak zei het gerechtshof Den Haag dat het OM „bevoegdheden had misbruikt” en een ondernemer op „grove wijze” rechtsbescherming had ontzegd. In een strafzaak in juni oordeelde de rechtbank Den Bosch dat het OM „ernstige beroepsfouten” maakte en zelfs de integriteit van de rechtbank had bedreigd. In een fraudezaak dit voorjaar zei de rechtbank Den Haag dat het OM de rechten van de verdachten zo „omvangrijk, stelselmatig en voortdurend” had geschonden dat het vertrouwen in een rechtmatige opsporing was ondermijnd. In grote zaken struikelde het OM bovendien almaar over het onrechtmatig afluisteren van telefoongesprekken met advocaten. Daardoor gingen Amsterdamse Hells Angels en Rotterdamse verdachten van hypotheekfraude vrijuit.

„Uitleggen, uitleggen, uitleggen”, geeft voorzitter Van den Emster van de Raad voor de Rechtspraak als recept voor de komende maanden. Dat lijkt een waarheid als een koe. Maar met die uitleg moet dan ook wel iets gebeuren.