Dat kan dus goedkoper

‘Brussel’ besluit binnenkort of de strafheffing op schoenen uit China behouden blijft.

Afschaffen zou fors in prijs schelen voor consumenten.

Goed nieuws voor schoenenfreaks: schoenen kunnen binnenkort flink in prijs dalen. Leren schoenen uit China en Vietnam zouden in heel de Europese Unie goedkoper kunnen worden. Dat hangt af van een besluit van de Europese Commissie: of de huidige importheffingen op lederen schoenen uit China (16,5 procent) en Vietnam (10 procent) al dan niet gehandhaafd blijven.

De importheffingen, die exporteurs uit China betalen aan de Europese douanes, zijn in 2006 ingesteld als ‘antidumpingmaatregel’: strafheffingen voor bedrijven die producten goedkoper aanbieden op de Europese markt dan op hun thuismarkt.

Die heffingen zijn bedoeld als bescherming voor de eigen schoenproducenten. Of zoals de Commissie het verwoordt: „Deze regel corrigeert de schade die Europese schoenfabrikanten ondervinden door de oneerlijke verstoring van handel.” Volgens Brussel ontvangen Chinese en Vietnamese schoenproducenten subsidie en dat is oneerlijke concurrentie.

Momenteel doet de Europese Commissie onderzoek naar een mogelijke verlenging van de heffingen, aangezien de looptijd van de vorige heffing al is verstreken – ondertussen blijft de strafheffing wel van kracht. Eind deze maand komt het antidumpingcomité van de Commissie bijeen. Over het besluit dat zij nemen, spreken vervolgens begin december de EU-ministers van Economische Zaken.

Volgens deskundigen wil de Commissie de antidumpingmaatregelen opnieuw handhaven, voor in ieder geval vijftien maanden. Landen als Spanje, Portugal en Italië zijn voor, zij willen hun eigen industrie beschermen. Het Nederlandse ministerie van Economische Zaken is tegen: de voordelen voor een beperkt aantal Europese producenten wegen niet op tegen „de nadelen voor importeurs, detailhandel en consumenten”.

De bescherming van de Europese schoenfabrikanten is hiermee een traditioneel conflict tussen de noordelijke, liberale lidstaten en de zuidelijke, meer op bescherming van de eigen markt gerichte landen van de EU. De vorige keer dat de lidstaten over de antidumpingregels voor schoenen stemden, was dat een nipte overwinning voor de Zuid-Europese landen; dertien lidstaten stemden in 2006 voor, twaalf stemden tegen.

Terwijl in zuidelijke EU-landen nog veel schoenfabrieken staan die regionaal hun waar verkopen, zijn in Noordwest-Europa bijna geen fabrikanten meer te bekennen, alleen nog importeurs en handelaren. Paul te Grotenhuis van Mitex, de Nederlandse brancheorganisatie voor schoenhandel: „We hebben hier nog luxere schoenproducenten, zoals de Van Bommels en de Van Liers, maar zij hebben geen concurrentie van schoenen uit China.” Afschaffen dus, die importheffingen, zegt hij: „Nederland importeert honderden miljoenen schoenen per jaar. Importheffingen leveren alleen extra administratieve lasten op, ze stimuleren de innovatie van Europese fabrikanten niet.”

Bovendien zijn grotere Europese producenten – het Duitse Puma, het Italiaanse Diesel en het Britse Clarks – zelf slachtoffer van importheffingen; zij besteden hun productie al jaren uit, onder meer in China. Aan de grens met de EU moeten zij nu net zo goed extra betalen. Veel Italiaanse schoenfabrikanten pakken de productie net anders aan, zegt Te Grotenhuis: „Zij laten alle onderdelen apart in Azië maken en zetten de schoen hier in elkaar. Zo kan er toch made in Italy op staan.” Door die internationalisering vindt hij de discussie over importheffingen niet meer relevant.

Toch nam het aantal importheffingen in deze tijd van economische neergang juist toe. Uit cijfers van de World Trade Organisation blijkt dat het aantal antidumpingmaatregelen vorig jaar met 17 procent steeg ten opzichte van 2007. Ook voor de EU geldt een stijging, al is het een lichte: eind 2008 waren er 128 heffingen, september dit jaar waren dat er 132.

De maatregelen betreffen ongeveer 0,6 procent van de totale import. Dat lage percentage laat zien dat deze antidumpingmaatregelen laatste stuiptrekkingen zijn in de overgang naar een gehele vrije markt, zegt Jan Orbie, hoogleraar Europese handelspolitiek van de Universiteit Gent. Hij noemt de maatregel voor schoenen „een klein, overgebleven stroompje protectionisme in een enorme revolutie richting de vrije markt”. Dat blijkt ook uit de specifieke maatregel: het gaat alleen om leren schoenen, voor kinderschoenen en sportschoenen geldt de heffing niet. „En het voorstel is waarschijnlijk om de heffing voor 15 maanden te verlengen, terwijl de gebruikelijke periode vijf jaar is.”

De economische crisis zorgt voor een grotere protectionistische neiging, maar speelt in het besluit over de antidumpingregels voor schoenen geen beslissende rol, aldus Orbie. Het debat daarover is al veel langer gaande. Bovendien gebruiken zowel voor- als tegenstanders van de heffing op schoenen ‘de crisis’ als argument. Voorstanders willen dat hun regionale producenten (en banen) worden beschermd, juist nu. En tegenstanders willen dat de markt vrij wordt, zodat de prijzen dalen en consumenten hun geld sneller gaan uitgeven: juist nu.