Chirac is weer even een Franse held

Jacques Chirac staat weer in de schijnwerpers. Met een boek, en een rechtszaak waarin hij terechtstaat wegens machtsmisbruik.

Jacques Chirac is terug. Binnenkort in de rechtszaal, nu al in de boekhandel. Gisteren publiceerde de ex-president van Frankrijk (1995-2007) deel één van zijn memoires. Een dag eerder was bevestigd dat hij inderdaad voor de rechter moet verschijnen, als derde Franse staatshoofd na Lodewijk XVI (Franse Revolutie) en maarschalk Pétain, de leider van het collaborerende Vichy-regime (Tweede Wereldoorlog).

De kluizenaar uit het Kasteel, zoals hij in zijn laatste jaren als president wel werd genoemd, hield zich na zijn vertrek twee jaar stil. Hij zette een stichting op, de Fondation Chirac voor arme landen en klimaatverandering, maar verdween politiek van de kaart.

Hij reageerde zelfs niet toen zijn opvolger Sarkozy meesmuilde over de ‘roi fainéant’ die hem voorging. De historische sneer kwam over. Chirac op één lijn met de „nietsdoende” Merovingische koningen, die door hun vazallen tot inactiviteit werden gedwongen.

Maar nu is de 77-jarige terug. En op zijn Chiracs: met een onwaarschijnlijke samenloop van populariteit – hij stond nooit hoger in de peiling dan als gepensioneerde – en tegenslag, waar hij met minimale inspanning voordeel uit lijkt te winnen. Eén interview op de radio deze week, één in de rechtse huiskrant Le Figaro, tv liever niet. „Ik voelde mij nooit thuis op televisie”, schrijft hij in zijn memoires. De menselijke Chirac vliegt over de toonbank, volgens de eerste berichten.

Zijn ongemakkelijke verhouding met de camera– bij alle kijkers bekend – is overigens maar een van de weinige bekentenissen in de baksteen van 500 pagina’s, en dan is het nog maar deel één, tot 1995. Het is precies de periode die hem ergens in de komende maanden voor de rechter brengt.

Chirac moet zich verantwoorden voor zaken van een andere orde dan de koning uit de achttiende en de maarschalk uit de twintigste eeuw. Als burgemeester van Parijs, tussen 1977 en 1995, zou hij een politieke clientèle hebben onderhouden door 21 schijnbanen op rekening van de stad te zetten. Het zou de Parijzenaars 5 miljoen euro hebben gekost.

Het Openbaar Ministerie, dat onder gezag van de regering staat, wilde hem er niet voor vervolgen, maar de onafhankelijke onderzoekerrechter hield vol. Het Openbaar Ministerie maakte deze week bekend geen beroep aan tekenen. Precies zoals Chirac wenste. „Ik zal uitleg komen geven”, zei hij in Le Figaro. „Dat ben ik de Fransen verschuldigd, die mij hun vertrouwen hebben gegeven.”

Zo was hij weer een beetje held: een gewone Fransman, die onrecht ook maar overkomt. In zijn memoires besteedt hij geen woord aan deze en de talrijke andere affaires die zijn lange mars naar de macht sinds eind jaren zestig begeleidden. Hij bevestigt met veelal bekende anekdotes zijn reputatie als politicus. Vasthoudend, onvermoeibaar, hard in het politieke spel, houdt van eten en vrouwen, heeft gebreken maar gelukkig ook zijn echtgenote, Bernadette, streng en onmisbaar. Zigzaggend langs de doctrines: links, rechts, liberaal, humanist, Europees gezind als het Frankrijk maar diende, en soms daarom een beetje minder. „Alleen imbecielen veranderen nooit van mening.”

Hoe moet Chirac herinnerd worden? Het antwoord is nog altijd niet uitgemaakt. Vertrekkende presidenten mogen enige hoop koesteren. Machtig en markant, hebben ze de ideale uitgangspositie voor het hoogst haalbare: een ereplaats in de geschiedenisboeken. De Gaulle en Mitterrand, en in mindere mate Pompidou, hebben daarvan geprofiteerd.

Chirac heeft mythisch potentieel, na veertig jaar op de voorgrond. Maar hij wordt achtervolgd door wat er op achtergrond gebeurde. Tot in de rechtszaal, ook als hij er zelf niet bij is. Na zijn eerste kroonprins Juppé, die in 2004 werd veroordeeld wegens illegale partijfinanciering, stond onlangs ook zijn tweede kroonprins voor de rechter. Ex-premier De Villepin ontkende betrokkenheid bij laster tegen rivaal Sarkozy. Chirac, die van de rechter al twee jaar niet met Villepin mag spreken, zegt er ook niets van te weten.

Dan ex-minister Charles Pasqua, jarenlang adjudant van Chirac. Hij beschuldigt Chirac nu van kennis van illegale wapenhandel. Pasqua wil „totale openheid van zaken” sinds hij zelf eind vorige maand werd veroordeeld.

En, tot slot, niet de minste affaire: deze week werd de parlementaire immuniteit opgeheven van een zekere Gaston Flosse, jarenlang zowel vriend van Chirac als president van Nieuw Caledonië. Al jaren gaan geruchten dat hij de verbindende schakel is geweest naar geheime bankrekeningen van Chirac in Japan. Waarschijnlijk volgend jaar in de rechtszaal. Deel twee van de memoires wordt ook tegen die tijd verwacht.