Angela Merkel is het ware Duitse naoorlogse wonder

Frits Boterman en Willem Melching (red): Het wonder Bondsrepubliek in 20 portretten. Nieuw Amsterdam, 351 blz. € 24,95

Nog hoor ik de hartgrondige verzuchting waarmee in de jaren zeventig de correspondent van de Vara en de NOS in Bonn, de latere europarlementariër Johan van Minnen, bijgenaamd Johan Eurotreur, zijn diepsombere radioverslagen van de toestand in de Bondsrepubliek besloot: ‘Dit land deugt gewoon niet!’

Oud-nazi’s beheersten de rechterlijke macht, de Bundeswehr was vergeven van voormalige Wehrmachtofficieren, conservatieve politici legden zich niet neer bij het verlies van de Ostgebiete in Polen en Tsjechoslowakije, de bestrijding van het terrorisme van de RAF ging gepaard met beroepsverboden en met de uitzonderingstoestand krachtens de Notstandsgesetze.

Het zag er lelijk uit, Van Minnen was beslist niet de enige die dacht dat Duitsland nu eenmaal helaas nimmer kon deugen, belast als het was met Auschwitz en het probleem van de Duitse schuld. Toch is het een normaal land geworden en precies deze normalisering mag achteraf bezien niet minder dan een wonder heten. Is er een grotere historische verdienste denkbaar dan van Duitsland een normaal land te hebben gemaakt?

In Het wonder Bondsrepubliek, samengesteld en ingeleid door Frits Boterman en Willem Melching, zijn twintig portretten door twintig auteurs samengebracht. De bundel levert een aantrekkelijke Nederlandse bijdrage op aan de samenvallende herdenkingen van 20 jaar val van de Muur en 60 jaar Bondsrepubliek. Door in te zoomen op de iconen uit het land van de Grote Debatten ontstaat een veelzijdig beeld van de heftige politieke en intellectuele verwikkelingen en conflicten, waarmee de oplossing van het Duitse vraagstuk gepaard is gegaan.

Het vertellen van de geschiedenis aan de hand van het denken en doen van personen, hun levensverhaal en de keuzes die zij maken, heeft het voordeel dat de beschreven ontwikkeling niet abstract blijft, maar levendig en soms anekdotisch kan worden verteld. Het nadeel is uiteraard dat een verzameling portretten geen recht doet aan de volledige biografie van de betrokkenen. De bijdragen houden het midden tussen journalistieke profielen en academische essays. Toch ontstaat er geen onsamenhangend of verbrokkeld beeld. Integendeel zelfs: de levensbeschrijvingen kruisen elkaar en vullen elkaar aan.

De geschiedenis van de Bondsrepubliek krijgt hier het karakter van een feuilleton. Altijd is er de oorlog, altijd de schaduw van de Holocaust. Altijd, zelfs na de val van de Muur, is er het vraagstuk van de Duitse eenheid. Democratie, Europese integratie, Koude Oorlog, terrorisme: niets is abstract, alles lijkt het onderwerp van persoonlijke worstelingen en van morele discussies, waar niet alleen de politiek, maar ook cultuur en wetenschap van zijn doordrenkt.

Dat rechtvaardigt ook de keuze van de geportretteerde personen. Figuren uit het bedrijfsleven en de vakbeweging ontbreken. Belangrijke thema’s als het ‘Wirtschaftswunder’ (de fenomenale groeispurt van de Duitse economie in de jaren vijftig) en de ‘sociale markteconomie’, zoals het bestel van de Bondsrepubliek werd gedoopt, komen vooral aan de orde in het portret van (CDU-minister van Economische Zaken en later bondskanselier) Ludwig Erhard.

Aan het begin van de Bondsrepubliek – en van de serie portretten – torent de figuur van de eerste bondskanselier, de autoritaire en conservatieve christen-democraat Konrad Adenauer; op het hoogste voetstuk staat Willy Brandt, die de starre Oost-West-tegenstelling wist te doorbreken, meer democratie nastreefde en politiek en moraal met elkaar wist te verbinden. Adenauer had maar één doel voor ogen: de herwinning van de soevereiniteit. West-Duitsland zou als gelijkwaardig lid van de Europese en Astlantische gemeenschap geïntegreerd blijven in het Westen. Ontspanning tussen Oost en West op basis van een erkenning van de DDR was voor hem onaanvaardbaar, wat leidde tot spanning in het westerse bondgenootschap.

Ook binnenlands was hij omstreden, zoals onder meer uit het profiel van Günter Grass naar voren komt. De schrijver en latere Nobelprijswinnaar (die voor velen het Duitse geweten vertegenwoordigde en pas recent bekende als jongeling lid van de SS te zijn geweest) hekelde ‘de christelijke leugenachtige restauratie’ en de Duitse herbewapening. In de jaren zeventig, toen de naoorlogse generatie de voorgaande ter verantwoording riep, ontspoorde de buitenparlementaire oppositie, waar Grass achter stond, in het geweld van de Rode Brigades.

Daar kruist de baan van Grass die van Ulrike Meinhof, die de staat als fascistisch beschouwde, omdat oud-nazi’s er hoge posities bekleedden. Grass vocht op twee fronten: tegen de restauratieve, conservatieve politiek van Adenauer en tegen de ‘links-radicale neurotici’. Zo werd hij een van de voornaamste bondgenoten van de man van wie in deze bundel het meeste bewonderende, zij het niet geheel kritiekloze, portret wordt geschilderd: Willy Brandt. Auteur Frits Boterman roemt Brandts inspanningen om met de Ost-politik een nieuwe weg in te slaan op het gebied van de verwerking van het naziverleden.

Het wonder van de Bondsrepubliek is een parade van cultuurdragers, die zich zowel in de kunst als in filosofische disputen mengden in alle politieke debatten. Maar wie van de twintig prominenten verpersoonlijkt het meest het ‘wonder’ van de Bondsrepubliek?

Joschka Fischer komt in aanmerking door zijn Werdegang van links-radicale vechtersbaas tot gerespecteerd minister van buitenlandse zaken. Opmerkelijk genoeg zit er consistentie in deze loopbaan. Hij rechtvaardigde zijn radicalisme als verzet tegen de verstikkende politieke atmosfeer in het naoorlogse West-Duitsland waarin elke discussie over het naziverleden werd onderdrukt. Toen hij als minister de Duitse deelname aan interventies van de NAVO verdedigde, tegen zijn eigen Grünen in, luidde zijn argument ‘Nie wieder Auschwitz’. Duitsland en de Duitse krijgsmacht moesten zich definitief rehabiliteren door deel te nemen aan militaire operaties die ten doel hadden volkenmoord te voorkomen.

Maar voor mij is per saldo Angela Merkel, met wie de bundel portretten afsluit, het echte wonder. Niet omdat zij de eerste vrouwelijke bondskanselier is, niet omdat zij tot de val van de Muur in de DDR woonde, maar omdat zij, zoals auteur Hanco Jürgens opmerkt, het symbool is voor de nieuwe ‘Berlijnse republiek’, waar de zwaarbeladen ideologische debatten van weleer hebben plaatsgemaakt ‘voor vertrouwen in vakkundig leiderschap, continuïteit en het koersen op een innerlijk kompas’.

Merkel vertegenwoordigt het wonder van de Bondsrepubliek omdat ze normaal is.