Zijn sekstheaters mogen open blijven

Bijna had de gemeente Amsterdam de fameuze Casa Rosso op de Wallen gesloten.

Exploitant Jan Otten: „Al die verhalen over crimineel geld. Het is niet waar.”

Hij noemt zichzelf een „veredelde kaartjesscheurder”. Want Jan Otten is op zijn best als hij ’s avonds aan de kassa zijn gasten ontvangt voor de shows, waarbij op het podium de liefde wordt bedreven.

De 67-jarige ras-Amsterdammer is het ‘gezicht’ van de Amsterdamse Wallen. Zijn sekstheater Casa Rosso is in het Red Light District de belangrijkste blikvanger. De voorgevel met de lampjes duikt vaak op tv-zenders op, van Narvik tot New York. Otten heeft contracten met 180 reisorganisaties over de hele wereld. „Er zijn gidsen die niet naar binnen gaan voordat ze mij gezien hebben”, vertelt hij.

Het was dan ook wereldnieuws toen drie jaar geleden bekend werd dat de zaken van Otten op last van de gemeente moesten sluiten. Behalve Casa Rosso exploiteert Otten de Bananenbar en een aantal peepshows en sekswinkels op de Amsterdamse Wallen. ‘De Wallen gaan op zwart’, heette het destijds. Gisteren werd bekend dat Otten zijn horeca- en exploitatievergunningen toch krijgt van de gemeente Amsterdam, na een lange juridische strijd.

Over Otten kwam eerder een negatief advies van het landelijk bureau Bibob, dat toeziet op de integriteit van de vergunninghouders. Otten zou banden hebben met de onderwereld en mogelijk zou via Casa Rosso crimineel geld worden witgewassen.

Otten: „Eerst dacht ik dat het een lachfilm was. Zoek maar uit, al die verhalen over crimineel geld. Het is niet waar, ik heb niks fout gedaan.” Maar toen de vergunningen maar niet kwamen, „werd het een heel slechte film”. Een keer, toen hij ruzie kreeg met een van zijn medewerkers, heeft hij erover gedacht „die hele kolerezooi te verkopen”.

Maar het theater op de Wallen is zijn leven. Otten werkt achttien tot twintig uur per dag. Na een speltboterhammetje met oude Beemsterkaas rijdt hij zes dagen in de week rond half acht ’s ochtends van zijn huis in Amsterdam-Noord naar de Wallen. Dan doet hij de administratie. Na een kleine rustpauze, ergens tussen elf en twee, laat hij zich naar huis rijden. Vroeg in de avond komt hij terug; dan komen de gasten en beginnen de shows.

Als hij in Spanje op vakantie is, belt Otten iedere dag om te zien of alles goed gaat. Vorig jaar was hij al het gedoe zo spuugzat dat hij zich een week niet heeft laten horen. Hij vond het maar niks, vertelt hij in het statige kantoor van Rob IJsendijk, de advocaat die hem heeft bijgestaan. Otten houdt niet van dit soort kantoren. Zijn hart ligt op de Wallen.

Bij Casa Rosso werkt Otten al bijna veertig jaar. Eerst als jongste bediende, daarna als portier. Inmiddels is hij bijna net zo’n legende als Maurits de Vries, alias ‘zwarte Joop’, de man die Casa Rosso eind jaren zestig is begonnen. In 1996 kon Otten het bedrijf kopen met financiële steun van zijn vriend Charles Geerts.

Het bureau Bibob bracht Geerts en Otten in verband met het witwassen van losgeld dat in de jaren tachtig was betaald voor de ontvoerde biermagnaat Freddy Heineken. „Die verhalen waren snel ontkracht”, zegt Otten. Toch duurde het onderzoek nog heel lang, doordat enkele van zijn investeringen nogal ondoorzichtig waren.

Intussen leed Casa Rosso zwaar onder de dreiging van sluiting. Otten: „Ik heb heel veel last gehad van alle verhalen die sinds 2007 naar buiten zijn gebracht. Of het nou gaat om vrouwenhandel of gedwongen prostitutie, bij alle verhalen over misstanden op de Wallen komt de Casa Rosso in beeld. Ik heb er niks mee te maken.”

Voor de buitenwereld is Jan Otten altijd optimistisch gebleven. Maar mensen die hem goed kennen, wisten dat hij van binnen werd opgevreten. Van de zenuwen en de verbittering. Hij heeft ruim 120 mensen in vaste dienst. Die verantwoordelijkheid weegt zwaar.

Door de economische crisis en de Mexicaanse griep zijn de bezoekersaantallen en de inkomsten sinds vorig jaar fors teruggelopen. Ook het gemeentelijke beleid om de Wallen ‘op te schonen’ is niet goed voor de klandizie. „Mijn omzet is met 50 procent gedaald”, zegt Otten. Hoeveel de omzet is, wil hij niet zeggen.

En dan heeft hij nog kosten gemaakt om zijn vergunning veilig te stellen. „Al die advocaten en adviseurs. Het heeft wel een miljoen euro gekost. Voor een vergunning. Zo maak je een ondernemer kapot”, zegt Otten.

De winter is altijd een slechte tijd, zegt Otten. „Dan speel ik op zijn best quitte. Maar de buffer die ik daarvoor altijd had, is nu op. Ik ben voor het eerst in mijn leven aan het budgetteren.” Toch heeft hij een overnamebod afgeslagen: „Ik wil sterven in het kaartjeshok. Dan wil ik drie dagen hangen in de zaal. Zie ik de show eindelijk eens in zijn geheel.”