Welke zorgverzekeraar kiest u?

De komende weken valt de brief van uw zorgverzekeraar in de bus. Gestegen kosten, prachtig pakket, iets duurder maar de kwaliteit stijgt meer.

De vergelijkingskoorts van twee jaar terug zal wel uitblijven. Het blijft ingewikkeld. Volgens websites die de nieuwe prijzen hebben vergeleken valt er wel wat te winkelen, maar de echte vraag of u wilt wat de zorgverzekaars voor u in petto hebben blijft buiten schot.

Uit een vergelijking van klanttevredenheid kwamen de kleine en regionale zorgverzekeraars er het beste uit. Maar ondanks al die leuke merken is er een handvol grote zorgverzekeraars over: Uvit, Menzis, CZ, Achmea, DL/Ohra.

Die verzekeraars vertonen het gebruikelijke gedrag van een oligopolie: zo min mogelijk echte concurrentie. Dat kan ook moeilijk anders want de zorg is slechts gedeeltelijk een markt. Op allerlei manieren probeert de overheid voorkeursgedrag af te dwingen. Van burgers en zorgverleners. Met de zorgverzekeraars als dwingende hand. Hier is de blijde ministeriële boodschap: Eén zorg ontketend.

De uitwerking van de Zorgverzekeringswet begint in werkelijkheid steeds meer te leiden tot een confrontatie tussen grote groepen zorgverleners en de zorgverzekeraars. In de GGZ broeit het al maanden. Dezer dagen krijgen de huisartsen hun orderbriefje uitgereikt. Uit een column van eerstelijns psychologe Jessica Terwiel in Medisch Ondernemen:

De feiten zijn heel simpel: verzekeraars zijn zich ronduit aan het bemoeien, en wel daar waar zij meer kwaad dan goed doen. In de eerstelijnspsychologische zorg merken we dat bijvoorbeeld aan de manier waarop gecontracteerd wordt. Het ‘onderhandelen’ met onze beroepsgroep bestaat uit het presenteren van een door de verzekeraar opgesteld contract met de begeleidende mededeling “nee wijzigen kan niet, maar u bent dan ook niet verplicht om dit te ondertekenen”. In dat contract worden wij op meer of minder desastreuze manier betutteld.

Dagelijks trekken artsen, verpleegkundigen en apothekers aan de bel die vertellen over de nieuwe eisen waar zij aan moeten voldoen. Sommige specialisten en apothekers hebben jaren te veel verdiend. Ik heb dat altijd als een uitwas beschouwd. Voor velen gold dat niet. Afrekenen met de grootverdieners rechtvaardigt in ieder geval niet de betutteling waar zorgverleners nu meeworden geconfronteerd: alsof zij onbetrouwbaar, lui en incompetent zijn. Nogmaals Jessica Terwiel:

Laat ik als voorbeeld het Achmea-contract nemen. Daar moeten wij tekenen voor het veel te lage tarief dat de verzekeraar heeft vastgesteld, moeten we ‘verzekerden’ met een specialistische zorgbehoefte binnen twee sessies terug-en doorverwijzen, wordt ons een maximale wachtlijst van 6 weken voorgeschreven, worden wij contractueel verplicht om bij eenzijdig beëindigen van de zorgrelatie door de psycholoog daarover een brief met onderbouwing te sturen naar de ‘verzekerde’ zelf, diens huisarts en de verzekeraar, moeten wij ook nog ‘de toegankelijkheid van de praktijk het gehele jaar waarborgen’ en waarneming regelen, en mogen wij wanneer onze praktijkruimte geschilderd wordt pas na toestemming van de verzekeraar tijdelijk uitwijken naar de groepspraktijk verderop.

Verder wil de verzekeraar controle en inzage in behandelgegevens zonder aan te tonen waarvoor dat nodig is, en verwijst zij daarbij schaamteloos naar de gedragscode die verlopen is. En dan is er het trieste feit dat voor het zogeheten efficiënte, maar eigenlijk tijdvretende, digiaal factureren een aanvullend contract van zeven pagina’s nodig is.

De meeste ambtenaren op het ministerie en medewerkers van zorgverzekeraars zijn eerzame burgers, maar het wordt tijd dat zij tot zich laten doordringen dat zij aan een onwijs experiment bezig zijn.

Ja, de kosten, ja efficiency, maar niet door de mensen die het moeten doen tot op het bot te kleineren. Straks is alles perfect geregeld maar zijn er geen verpleegkundigen, artsen en apothekers meer.