Uniform tarief voor onkosten

Het kabinet voert een uniform belastingtarief in voor onkostenvergoedingen die bedrijven hun werknemers uitbetalen. Het is voor het eerst dat voor een deel van de loonbelasting zo’n zogeheten ‘vlaktaks’ gaat gelden.

De regeling vervangt een woud aan regels en bijzondere voorwaarden die bepalen of zo’n vergoeding al dan niet belast is. Het gaat om zaken als de werkruimte thuis of een fiets van de zaak, een fitnessabonnement of het kerstpakket. Staatssecretaris Jan Kees de Jager (Financiën, CDA) gooit nu alles op een hoop en schaft de bijzondere voorwaarden af.

Vanaf 1 januari 2011 mag elke werkgever 1,4 procent van het totaal uitbetaalde loon onbelast uitbetalen aan onkostenvergoedingen. Hij mag dat geld naar eigen inzicht over de werknemers verdelen en het speelt geen rol in welk belastingtarief zij vallen. Als deze pot voor onkostenvergoedingen leeg is, mag de werkgever nog steeds kosten vergoeden, maar daarover geldt dan een uniform belastingtarief van 80 procent.

Op een onkostenvergoeding van 500 euro betaalt de werkgever dan 400 euro (80 procent van 500) belasting. Hij is dan in totaal 900 euro kwijt. Dit komt op hetzelfde neer als een bruto loonbedrag van 900 euro waarop de werkgever 44 procent (400 euro) aan belasting inhoudt. De werknemer houdt dan ook netto 500 euro over, de werkgever is ook 900 kwijt.

Onder de huidige regels moet er afhankelijk van het inkomen van de werknemer geen 44, maar tussen de 33,7 en 52 procent belasting worden betaald over onkostenvergoedingen, omdat die als loon belast worden. De nieuwe vlaktaks zit daar qua tarief dus tussenin. Sommige vergoedingen blijven overigens buiten deze regeling, zoals de zakelijke laptop, treinkaartjes, etentjes met cliënten, relatiegeschenken en studiekosten.

De ondernemersorganisaties hebben altijd om een dergelijke vereenvoudiging gevraagd. Nu het zo ver is, gaat het ze toch wat snel. Sommige cao’s zijn er bijvoorbeeld nog niet op afgestemd. Staatssecretaris De Jager komt de werkgevers tegemoet. Ze mogen tot 2014 kiezen tussen de huidige en de nieuwe wet.