The Dukes of Moral Hazard

Volkswoede in Duitsland. Het ultieme burgermansautomerk Opel komt toch niet in handen van een consortium van het Canadese Magna en de Russische Sberbank, maar blijft bij General Motors (GM). Niet alleen schofferen de Amerikanen daarmee de Duitse bondskanselier, die tijdens haar bezoek aan de VS met het nieuws geconfronteerd werd, ook het Opel-personeel voelt zich gepakt. GM kondigde immers direct aan fors te gaan snijden in de Duitse tak.

De ophef is begrijpelijk. GM ging vorig jaar failliet en moest met 50 miljard dollar van de Amerikaanse regering overeind gehouden worden om een doorstart te kunnen maken. GM besloot Opel af te stoten, wat met steun van de Duitse regering en na tegenzin uit Brussel uiteindelijk leek te lukken. Maar nu in de VS de ergste malaise op de automarkt achter de rug lijkt, komen de Amerikanen op hun afspraken terug.

Voor het merk Opel lijkt huisvesting binnen GM alsnog de beste oplossing te zijn. Ten eerste is het goedkoper voor de Duitse belastingbetaler. Waar Magna 4,5 miljard euro steun vroeg en kreeg van de Duitse overheid om Opel overeind te houden, zegt GM ‘slechts’ 3 miljard nodig te hebben voor een levensvatbaar autobedrijf.

Ten tweede wil GM in totaal zo’n 10.000 werknemers (van de 54.000) ontslaan. Dat komt hard aan, maar ook Magna had in dezelfde orde van grootte willen saneren. Magna koos voor een zachte sanering in Duitsland en overwoog fabrieken in België en Engeland te sluiten. GM kiest voor sluiting van twee of drie fabrieken (waaronder die in Antwerpen en Bochum). Dat is hard, maar verstandig, als Opel ook in de toekomst een gezond bedrijf wil worden. Ter illustratie: concurrente Ford boekt een jaarwinst van 1 miljard euro met slechts drie fabrieken in Europa, GM draaide met negen fabrieken een verlies van 1 miljard.

De deal met GM mag wenselijk zijn om de wereldwijde overproductie aan auto’s te bestrijden, gevoelsmatig wringt het natuurlijk wel. Het grote GM dat, net als concurrenten Chrysler en Ford, jarenlang weigerde zich aan te passen aan de tijdgeest en in de VS benzineslurpers bleef produceren, werd gered door de Amerikaanse overheid. Daarmee wakkerde de regering Obama de zogenoemde moral hazard bij de auto-industrie aan (het fenomeen dat bedrijven onverantwoord grote risico’s nemen in de wetenschap dat de staat toch wel bijspringt als het mis gaat), zoals dat eerder ook bij banken gebeurde. Het zal Opel-rijders niet direct deren, maar GM zal daardoor in de toekomst net zo hardleers en arrogant blijven als voorheen.

Egbert Kalse