Niemand wil wonen in dat verre Almere

Morgen besluit het kabinet over de ‘Schaalsprong Almere’, het plan om Almere fors uit te breiden. Maar het is veel te duur en leidt tot een dagelijkse volksverhuizing, stelt Mirjam de Rijk.

In Almere moeten de komende twintig jaar 60.000 woningen gebouwd worden, evenals nieuwe wegen en een nieuwe openbaarvervoerverbinding naar Amsterdam, dwars door het IJmeer. Voorstanders denken dat Almere daarmee de Randstad redt.

Maar niets is minder waar. Schaalsprong Almere is een bizarre en veel te dure oplossing voor de woningbehoefte van de Randstad. Nog geen 3 procent van de Amsterdammers wil in Almere wonen. Er zijn voldoende alternatieve locaties, locaties waarbij het Groene Hart en Waterland gespaard blijven. Daar is al werk en infrastructuur. En het is veel goedkoper.

Het probleem is dat Almere nog bijna niets te bieden heeft aan de hoger opgeleiden die men zo graag wil aantrekken. Op economisch, cultureel en sociaal gebied moet nog van alles ontwikkeld worden. Maar minstens zo belangrijk: voor al die nieuwe bewoners zijn er geen opleidingen en geen werk. En dat komt er ook niet gemakkelijk.

De overheid gaat er dan ook vanuit dat ook in de toekomst het merendeel van de inwoners forenst naar hun werk op het vaste land. Dat kost heel veel geld. Alleen al vijf miljard voor de IJmeerlijn, een nieuwe openbaarvervoerverbinding dwars door het IJmeer, naast het extra geld voor uitbreiding van bestaande snelwegen en spoorlijnen. De milieubelasting die gepaard gaat met die dagelijkse volksverhuizing is tenenkrommend.

Er komt nog een paar miljard bij. Alleen al de bouw van 10.000 woningen buitendijks levert een tekort op van 600 miljoen, een tekort dat oploopt als men meer woningen buitendijks wil bouwen. En om de snelle groei van Almere te kunnen betalen vraagt de provincie Flevoland aan het kabinet 1,8 miljard extra tot 2030, voor scholen en andere voorzieningen om de snelle bevolkingsgroei op te kunnen vangen. Alles opgeteld zou het bedrag voor de ambitieuze schaalsprong wel eens snel naar de tien miljard kunnen oplopen.

Bouwen op plekken waar werk en infrastructuur te vinden zijn, is veruit te prefereren boven bouwen in Almere. Zo kost het bouwen van 100.000 woningen op het ‘oude land’ inclusief infrastructuur zo’n vijf miljard euro – net zoveel als alleen al de IJmeer-verbinding. Een groot deel van de 60.000 nieuwe woningen kan ingepast worden op locaties op het ‘oude land’. In een gebied als de Zaan-IJ-oevers kunnen met gemak 20.000 woningen extra gerealiseerd worden. Grootschalige, deels al leegstaande kantorenlocaties zoals Amsterdam-Zuidoost (tussen AMC en de Arena), Sloterdijk, Diemen en in Hoofddorp, kunnen op termijn worden omgevormd tot gemengde woon-werkgebieden. De Haarlemmermeer kan de voorziene 10.000 woningen verdubbelen. En ook in Utrecht zijn mogelijkheden om nog 10.000 extra woningen te bouwen in de A12-zone.

Bovendien blijkt uit onderzoek door het Bouwfonds naar de woningbehoefte in de Noordvleugel van de Randstad dat de overgrote meerderheid (79 procent) een woning zoekt in Amsterdam zelf, of in een nabijgelegen gemeente. Slechts 2,6 procent van hen wil naar Almere. Als na de crisis de woningvraag weer aantrekt, verwacht het Bouwfonds een versterkte inhaalvraag in de regio, maar niet voor Almere. Dit maakt dat de prijzen/opbrengsten van de woningen in Almere verder onder druk komen te staan. Bouwen in bestaand stedelijk gebied is dus vele malen goedkoper, zoals het CPB heeft berekend, en het levert veel minder mobiliteit en milieuvervuiling op.

Als Amsterdam haar ambities als metropool echt wil waarmaken moet ze kiezen voor intensivering van verstedelijking. Andere Europese metropolen deden dit al eerder. De inwonerdichtheid van ‘Metropool Amsterdam’ blijft ver achter bij die van Londen (twee keer zo hoog), Barcelona (vier keer zo hoog) en Parijs (vijf keer zo hoog).

Natuurlijk kan er nog in Almere gebouwd worden. Maar de nieuwbouw daar moet in de pas lopen met de werkgelegenheid. Daar passen geen grote sprongen ineens bij, zoals een IJmeerverbinding. Een geleidelijke en evenwichtige ontwikkeling is beter voor het milieu, beter voor Almere en beter voor de portemonnee van het Rijk en dus van de belastingbetaler.

Mirjam de Rijk is algemeen directeur Stichting Natuur en Milieu.