Lijst wint aan gezag, de dieren sterven uit

De nieuwe Rode Lijst telt 875 soorten die zijn uitgestorven. De lijst van natuurorganisatie IUCN wordt door steeds meer academici en overheden serieus genomen.

hester van santen

Het is afgelopen met de kikkers die alleen bij de Kihansi-watervallen in Tanzania voorkwamen. In de nieuwste versie van de wereldwijde Rode Lijst van IUCN, een natuurbeschermingsorganisatie, schoof de kikker Nectophrynoides asperginis over de rand. Van ‘ernstig bedreigd’ naar ‘uitgestorven in het wild’. Er leven alleen nog zo’n vierhonderd van deze rozige kikkertjes in dierentuinen.

Dinsdag verscheen de IUCN Rode Lijst 2009, de invloedrijkste inventarisatie van bedreigde soorten. Op de lijst staan 47.677 dieren en planten, en met een groot deel daarvan gaat het niet goed. Drie van de tien amfibieën ter wereld worden met uitsterven bedreigd. Twee van de tien zoogdieren. Ruim één op de tien vogels. „Het uitsterven gaat in hetzelfde tempo door”, kopt de International Union for Conservation of Nature in zijn persbericht. Het gaat even slecht als vorig jaar, het jaar daarvoor, en het jaar daarvoor.

Uit de tienduizend bedreigde soorten bracht de IUCN dit jaar de kikker uit Kihansi in de publiciteit. Hij sneuvelde nadat een stuwdam de rivier in 2000 praktisch drooglegde. Daarvoor leefden bij de watervallen nog 17.000 kikkertjes. De dam kwam, een droog jaar volgde, welwillenden legden een sprinklerinstallatie aan om de dieren nat te houden. Die installatie ging stuk, de amfibieën raakten besmet met een dodelijke schimmelinfectie. En dat was het dan.

Als het lezen van dat soort verhalen een klap veroorzaakt, prima. Dat concludeerde het invloedrijke tijdschrift Nature vorig jaar in een redactioneel commentaar over de Rode Lijst. „We hoeven niet laatdunkend te doen over de emotionele kracht van uitsterven.”

De IUCN is van oorsprong een natuurorganisatie – 61 jaar oud en daarmee zelfs de oudste wereldwijde organisatie voor natuurbescherming. De laatste decennia is het samenstellen van de Rode Lijst haar belangrijkste werk geworden. Die lijst kent zeven etappes op weg naar het uitsterven, van least concern (geen zorgen), via bedreigd naar extinct.

Dat er ook niet-bedreigde soorten op de Rode Lijst staan, is een innovatie van enkele jaren terug: de IUCN streeft steeds meer naar volledigheid. De lijst bevat ook uitgebreide documentatie over de behandelde soorten. Over leefgebied, populatiegrootte, bedreigingen en pogingen om ze te redden. Elk document wordt onderworpen aan peer review (commentaar van andere deskundigen), is voorzien van bronnen en kaartmateriaal, en staat openbaar op internet.

Het is, schrijven ecologen en natuurbeschermers in koor, de belangrijkste soortenlijst ter wereld. De ‘geaccepteerde standaard’. De lijst wordt gebruikt als basis voor grootschalige internationale documenten als de Millenniumdoelen en het internationale Verdrag inzake de Biodiversiteit. En meer en meer overheden maken, met de IUCN-lijst in de hand, hun eigen Rode Lijsten. Vorig jaar waren er al 99 landen met zo’n lijst.

De wetenschappelijke acceptatie van de lijst is van recente datum. Vijftien jaar geleden werd de lijst in de wetenschappelijke literatuur nog maar twee keer geciteerd. In 2004 – de laatste keer dat iemand de moeite nam om dat te tellen – was dat al bijna driehonderd maal.

De lijst is in die periode minder gevoelig geworden voor de persoonlijke overtuigingen van natuurbeschermers en biologen. Er kwamen telbare criteria om te bepalen hoe het met een soort gesteld was. Gebruikte bronnen moesten openbaar zijn. En, misschien wel het belangrijkste: de lijst werd zodanig uitgebreid dat nu van enkele diergroepen alle soorten zijn opgenomen. Dat geldt nu voor alle 9.998 vogelsoorten, 5.490 zoogdieren en bijna alle 6.433 amfibieën. Dat 12 procent van de vogels bedreigd is, is dus een betrouwbaar cijfer – en ook is bekend waar ter wereld de nood het hoogst is.

Het kan nog wel veel praktischer. IUCN-medewerker M. Hoffman legde vorig jaar in Endangered Species Research uit waar het aan ontbreekt. „Er zijn veel preciezere gebiedsgegevens nodig.” Rot dat zoveel kikkers in Midden- en Zuid-Amerika bedreigd zijn. Maar welke maatregelen helpen wáár?

En dan is er nog een belangrijke fundamentele zwakte. Voor alles wat geen zoogdier, vogel of amfibie is, is de waarde van de lijst beperkt. Neem de bloeiende planten. Nog geen 4 procent van de bloemplanten is opgenomen, en die selectie is verre van representatief.

Er is heel veel groen bij uit Ecuador, een land waar veel soorten alleen in enkele hooggelegen nevelwouden groeien. Dat maar liefst 73 procent van de bloemplanten bedreigd is volgens de natuurorganisatie, zegt dus weinig. Op basis daarvan mondiale prioriteiten stellen voor natuurbescherming, is voor de planten onmogelijk. Hetzelfde geldt voor vissen, reptielen en alle ongewervelden.

Om dat te veranderen, is een enorme inspanning nodig. Er zijn 281.821 bloemplanten bekend. Neil Brummit van de Royal Botanic Gardens Kew in Engeland verzuchtte vorig jaar : „Er is te weinig kennis, er zijn te weinig wetenschappers, er is te weinig geld en de tijd is bijna op.”