In Knefs beroemde leven regent het rode rozen

Hilde

Regie: Kai Wessel. Met: Heike Makatsch, Hanns Zischler, Dan Stevens. In 8 bioscopen. * * *

De biografische film, biopic, is een veeleisend genre. Simpelweg een beroemd leven verfilmen, levert slechts docudrama op. Een biopic vereist een Leitmotiv. Geeft niet wat: kinderziekte, drinkende vader, zusje in de zaagmolen. Maar een sleutel tot een karakter waarop je steeds kan terugkomen.

Zoiets is vaak geforceerd: welk leven draait nou om één thema? Maar zonder dat krijg je biopics als Hilde, een richtingloze film over diva Hildegard Knef (1925-2002), de stem van naoorlogs West-Duitsland. En wat voor stem: een doorrookte alt die melancholiek wereldmoede wijsheden en zelfkennis spuide. „Voor mij moet het rode rozen regenen.” En dat doet het: Knefs lange strijd met borstkanker blijft onvermeld.

„Wie is Hildegard Knef?”, vraagt mentor Erich Pommer als ze in New York het bruisende leven van een Broadwayster leeft. We leren Knef kennen als starlet die het bed induikt met Ewald von Demandowsky, tweede man van de nazi-filmindustrie. Een diva die ‘gewoon voelt’ dat het haar geboorterecht is om aanbeden te worden. Triomfen en nederlagen, het glijdt van Knef af. Ze eindigt als „’s werelds beste zangeres zonder stem”, zoals Ella Fitzgerald zei.

Maar wie ze is? Meer dan een tweedehands Marlène Dietrich, maar wat? Dat leren we niet in Hilde, die haar loopbaan chique in beeld brengt zonder onder haar huid te kruipen. Dat ligt niet aan Heike Makatsch, die griezelig goed lijkt op de harde én onzekere Knef, maar aan een script dat de zaken wel leuk wil houden.

Coen van Zwol