Het waren mijn genen, edelachtbare, niet ik

In Italië kreeg een moordenaar minder straf omdat hij een ‘genetisch gebrek’ bleek te hebben. Moeten criminelen als patiënten worden beschouwd?

Waarschijnlijk voor het eerst in Europa heeft een verdachte strafvermindering gekregen omdat zijn advocaten een genetisch gebrek bij hem aantoonden. Het deed zich voor in Italië en Nature news, de online nieuwsrubriek van Nature, bericht er deze week over.

Het door sommigen gevreesde verweer ‘mijn DNA deed het, ik niet!’ is daarmee een stap dichterbij gekomen. Amerikaanse advocaten hebben het volgens Nature al in een paar honderd gevallen als schulduitsluitingsgrond aangevoerd. In het Verenigd Koninkrijk ongeveer twintig keer. In Nederland is, voor zover bekend, een specifiek genetisch gebrek dat voor ontoerekeningsvatbaarheid kan hebben gezorgd, door de strafrechter nog nooit gehonoreerd.

Het ‘genetisch verweer’ is omstreden omdat verantwoordelijkheid van het individu voor eigen handelen in het recht een hard uitgangspunt is. Een specifiek DNA-gebrek als excuus voor bijvoorbeeld agressie zou de deur open kunnen zetten naar medicalisering van crimineel gedrag, vrezen sommigen. Biologische oorzaken veranderen criminelen dan in patiënten die op maat behandeld moeten worden. De opkomst van hersenscan-technieken en meer kennis van het DNA zorgen echter voor steeds meer biologische feiten over ‘antisociaal’ gedrag. De vraag naar ‘aangeboren’ of aangeleerde (en dus af te leren) criminaliteit is daardoor weer actueel.

Criminologen en psychiaters nemenaan dat gedrag voor ongeveer 60 procent genetisch is bepaald en voor 40 procent door de omgeving.

De nieuwe biologische kennis over de mate waarin bijvoorbeeld agressief gedrag ook genetische oorzaken heeft, wordt nu vooral ná het strafproces gebruikt. Onder meer om het detentieregime vast te stellen. En te bepalen welke behandeling naast of na afloop van de straf nodig is.

De eerste rechter die een specifieke genetische conditie ook al bij de strafmaat mee weegt is een Italiaanse raadsheer uit Triëst, Pier Valerio Reinotti. Deze rechter verminderde in september in hoger beroep de straf voor een Algerijn uit Udine die beschuldigd werd van moord op een Colombiaan, van twaalf jaar tot negen jaar.

Twee neurowetenschappers van de universiteiten van Pisa en Padua toonden op een hersenscan bij deze verdachte onregelmatigheden aan. Ook was er sprake van afwijkingen in vijf genen, waaronder het gen dat het enzym Monoamine Oxidase A produceert. Volgens hun advies aan de rechter zou de verdachte bij provocatie sneller dan anderen agressief reageren. De rechter vond de informatie over het zogeheten MAOA-gen overtuigend.

Monoamine oxidase staat wel bekend als het ‘agressie- of strijdersgen’ en is een Nederlandse ontdekking. MAOA controleert de hoeveelheden boodschapperstoffen die signalen van de ene naar de andere zenuwcel in het brein doorgeven, zoals serotonine. In 1994 ontdekte de Nijmeegse wetenschapper Han Brunner dat bij een lokale, agressieve familie een zeldzaam MAOA-tekort in de hersenen hun gedrag zou kunnen verklaren. De ontdekking zorgde voor een juridische primeur in de VS, waar een advocaat onmiddellijk vroeg om zijn van moord verdachte cliënt op hetzelfde MAOA-tekort te laten onderzoeken. Uit later onderzoek werd duidelijk dat alleen samenloop van MAOA-tekorten met vroege sociale verwaarlozing of misbruik in het latere leven criminaliteit voorspelt.

Uit een recente studie van de Amerikaanse criminoloog Kevin Beaever en anderen onder Amerikaanse jeugd bleek dat er een positief verband is tussen laag MAOA en lidmaatschap van een jeugdbende. Althans voor mannen, niet voor vrouwen. Ook bleek dat hoe hoger de MAOA-activiteit hoe eerder bendeleden naar een wapen grepen tijdens een gevecht.