Het schap op de schop

Het lijkt op een hogere vorm van boerenslimheid: de waterschappen die, wetend dat hun zelfstandig voortbestaan voor politiek Den Haag geen vanzelfsprekendheid is, zelf met drastische reorganisatievoorstellen komen. Ze willen meer taken naar zich toe trekken, ten koste van andere overheidslichamen, en stellen de rijksbegroting een structurele bezuiniging van 100 miljoen euro in het vooruitzicht.

Het zou niet fair zijn de waterschappen ervan te verdenken dat ze louter met een vlucht naar voren bezig zijn. Met het aanbod dat ze gisteren aan staatssecretaris Huizinga (Waterstaat, ChristenUnie) deden, reageerden ze op een brief van de bewindsvrouw waarin zij om voorstellen had gevraagd voor een „doelmatiger en rationeler waterbeheer”.

Maar dat de autonomie van de waterschappen op het spel staat, lijdt geen twijfel. Tot de thema’s die het kabinet heeft aangewezen waarvoor drastische bezuinigingsmaatregelen moeten worden onderzocht, behoort de inrichting van het openbaar bestuur: Rijk, provincies, gemeenten, waterschappen en zelfstandige bestuursorganen.

Dat heeft regeringsfractie PvdA in de Tweede Kamer al tot de conclusie gebracht dat de waterschappen moeten verdwijnen. Verrassend was dit standpunt, later herhaald door vicepremier Bos, niet: het stond al in het verkiezingsprogramma van de PvdA. De partij staat in deze opvatting niet alleen. Zo zei Kamerlid Verdonk, van de gelijknamige eenpersoonsfractie, toen ze van de PvdA hoorde dat de waterschappen kunnen worden opgeheven: „Heerlijk!” En de SP heeft staatssecretaris Huizinga recent gevraagd waarom de waterschappen niet bij de provincies zouden kunnen worden ondergebracht.

De staatssecretaris beperkt zich vooralsnog tot een wijziging van het kiessysteem voor de waterschapsbesturen. De rechtstreekse verkiezingen zijn nooit een succes geworden; de opkomst bij de laatste verkiezingen, vorig jaar, bedroeg gemiddeld 24 procent. Eventuele verkiezingen zullen vanaf 2016 waarschijnlijk indirect zijn.

Het verdwijnen van de waterschappen staat niet vast. Verzet valt met name te verwachten van de confessionele partijen. De fractieleider van het CDA, Van Geel, heeft zijn coalitiepartner PvdA al een ‘tegenbod’ gedaan, waarvan hij weet dat het gevoelig ligt: moeten die deelraden in de steden eigenlijk wel blijven bestaan?

Als nostalgie doorslaggevend was, zouden de waterschappen moeten blijven. De ‘boerenrepublieken’ behoren tot de oudste vormen van democratie en hun werk is onmisbaar. Maar dat laatste geldt voor meer taken van de overheid en de vraag is gerechtvaardigd waarom waterstaatkundige werken een eigen bestuur en een eigen fiscaal systeem vergen.

Wie beseft dat er in 1980 nog 230 waterschappen waren en nu maar 26, ziet het einde naderen. De werkgroep die in opdracht van het kabinet het openbaar bestuur onder de loep neemt, moet de optie van opheffing van waterschappen zeker in ogenschouw nemen. En inderdaad: dat geldt ook voor de deelraden. Het hoeft niet of-of te zijn. En-en kan ook.