Het leed van de kleine melkboer

Daan Kerkvliet beurt nog geen 27 cent voor een liter melk. Te weinig om zijn melkvee-bedrijf overeind te houden.

Vanaf zijn weiland ziet Daan Kerkvliet over de A4 de vooruitgang voorbijrazen. In de verte de skyline van Den Haag, met alle torens die daar de afgelopen jaren zijn gebouwd. In tegenovergestelde richting ligt de overdekte skibaan van Zoetermeer. Rondom Kerkvliets boerderij wordt alles steeds groter, drukker, sneller en vooral meer. Behalve het geld dat hij voor de melk van zijn koeien krijgt.

Binnen komt Kerkvliet (45) met een doos op de proppen. „Kijk, dit is heel mooi wat hier in zit”, zegt hij in de kleine, volgepakte keuken. De eettafel, die tevens dienst doet als bureau met computer, de kasten en de box voor zijn zoontje van één laten maar weinig ruimte over voor het aanrecht. Uit de doos komen rekeningen en bonnen van wijlen zijn vader.

Kerkvliet laat een oud afschrift van de zuivelcoöperatie zien: 0,61 gulden kreeg zijn vader in 1981 voor een liter melk, ongerekend 28 eurocent. Tel daar alle inflatie van de afgelopen dertig jaar bij op en dat bedrag zou nu ongeveer 81 eurocent moeten zijn. Maar zoveel krijgt Daan in 2009 bij lange na niet voor zijn melk. In september kreeg hij slechts 26,8 eurocent voor een liter. Afgelopen voorjaar was het nog minder. Toen beurde hij rond 20 eurocent per liter.

Kerkvliets boerderij staat langs de Stompwijkse Vaart tussen Leidschendam en het dorp Stompwijk. Een eeuw geleden kwam zijn grootvader hier als eerste Kerkvliet boeren. Hij bracht zijn melk nog in bussen met paard en wagen naar Den Haag. Na het overlijden van zijn vader kocht Daan de boerderij in 2000 van zijn moeder.

De boerderij is dringend aan renovatie toe. „Het hoofdgebouw verzakt en het dak vergt onderhoud”, zegt Kerkvliet. De stal heeft geen muren en het melken van de veertig koeien gebeurt in weer en wind onder een afdak. „Dat moet ook worden vernieuwd, want dit geeft allemaal extra werk om de koeien gezond te houden.”

Maar dat geld is er niet. De bank financierde de overname op basis van een melkprijs van 38 cent. „In het voorjaar van 2001 brak mond-en-klauwzeer uit en mochten we de melk niet meer vervoeren. Ik kon alle melk weggooien. Ook de begroting kon in de prullenbak. De afgelopen tien jaar heb ik gemiddeld 32 cent gekregen.”

Die 32 cent is niet genoeg. Uit de doos met oude administratie haalt Kerkvliet rekeningen die het uitgavenpatroon illustreren. In 1979 rekende een loonwerker (een bedrijf dat gespecialiseerde klussen opknapt) 54 gulden per uur (24,5 euro). Tegenwoordig is dat 62,5 euro. Of neem rode diesel voor de trekker. Zijn vader betaalde (omgerekend) 28 eurocent. Nu kost een liter circa 65 eurocent.

Maar boeren worden toch gesubsidieerd? Melkveehouders krijgen elk jaar een eenmalige betaling gebaseerd op historische melkrechten. Daartegenover staat, zo besloot de EU in 2003, een geleidelijke afschaffing van het quotum (in 2015 verdwenen) en een verlaging van de prijs waarvoor de EU overschotten opkoopt. De bodemprijs in de markt is dus heel laag geworden.

In ruil voor de eenmalige betaling moet de boer verder zijn eigen boontjes doppen. Gemiddeld komt de steun voor een melkveehouder op ongeveer 3,5 cent per liter. Kerkvliet zegt dat hij aan het einde van het jaar 5.000 euro krijgt. Terwijl hij dit jaar per maand al 2.000 euro verlies lijdt.

Sinds Kerkvliet de boerderij van zijn moeder kocht is melken eigenlijk een dure hobby geworden. „Twee of drie dagen in de week werk ik in de bouw en daar kan ik dat gat van tweeduizend euro per maand net mee dichten. Maar dan heb ik geen leven: werken van half vier ’s ochtends tot half acht ’s avonds, en ook op zondag aan de bak. Bovendien is het de vraag of er wel werk blijft in deze crisis.”

Voor de dagelijkse boodschappen valt het gezin Kerkvliet in de tussentijd terug op het inkomen van de vrouw des huizes, die in deeltijd werkt als gehoorspecialist in een zaak voor gehoorapparaten.

„Als de prijs zo blijft gaan we uiteindelijk failliet”, zegt Kerkvliet. Hij weigert zich bij dat lot neer te leggen. Dus behoort hij tot de boeren die dit jaar van Den Haag tot Brussel hebben gedemonstreerd.

Aan de muur in zijn keuken hangt een foto van landbouwminister Gerda Verburg, die in september voor haar ministerie neerknielde bij zijn zoontje met op zijn slabbetje de tekst: ‘Wel jeugd, geen toekomst’.

Maar steun van de overheid wil Kerkvliet niet, slechts een eerlijke prijs voor zijn melk. Of er iets verandert is de vraag. „Maar als je niet strijdt, verlies je sowieso”.