Het is de leraar, 'stupid'

Basisschoolleerlingen zijn slecht in rekenen.

En dat ligt niet aan de ‘realistische’ rekenwijze, zoals sommigen denken. Dat blijkt uit een KNAW-rapport.

Ja, het is waar: basisschoolleerlingen zijn slechter geworden in rekenen. En nee, het doet er niet toe of de scholier ‘realistisch’ heeft leren rekenen of een traditionele rekenmethode heeft aangeleerd. De sleutel tot verbetering van de rekenvaardigheid ligt in het niveau van de leraar.

Dat zijn de drie voornaamste conclusies uit het rapport ‘Rekenonderwijs op de basisschool’, dat gisteren werd gepresenteerd. Staatssecretaris Sharon Dijksma (Onderwijs, PvdA) kreeg het rapport aangeboden door KNAW-president Robbert Dijkgraaf. Het onderzoek moet een felle twist beslechten over de rekenkwestie. Een „mijnenveld”, volgens Dijkgraaf.

Onder professoren woedde een felle discussie over deze rekenkwestie. Vertegenwoordigers van de ‘traditionele methode’ stellen – kortweg – dat basisschoolkinderen niet behoorlijk kunnen rekenen als gevolg van de realistische rekenmethode. Meest aansprekende kenmerk is het ontbreken van de staartdeling. Tegenwoordig leren vrijwel alle scholieren via een realistisch methode. Voorstanders zeggen dat deze methode kinderen meer begrip bijbrengt in wat ze doen.

De twee partijen kwamen er niet uit. Het ministerie van Onderwijs evenmin. Wetenschappelijk onderzoek moest uitsluitsel geven in de discussie, door een commissie bestaande uit vertegenwoordigers uit beide velden.

Uit het rapport van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW) blijkt „dat de verkeerde discussie is gevoerd”. stelde commissievoorzitter Jan Karel Lenstra, directeur van het Centrum, Wiskunde & Informatica in Amsterdam. „Maar de bezorgdheid over de rekenvaardigheid van basisschoolleerlingen is terecht. Het rekenpeil kan en moet over hele linie omhoog.”

Om het rekenniveau van de kinderen te verbeteren moet de kwaliteit van lerarenopleidingen omhoog, staat in het rapport. Gemiddeld krijgen leraren in spe minder dan één uur rekenles per week. De onderzoekers vinden dat het ministerie van Onderwijs het rekenonderwijs op de pabo’s kritisch moet bekijken. Datzelfde geldt voor de nascholing van leraren, die nu niet verplicht is. Lenstra: „Nederland is internationaal gezien hekkensluiter als het gaat om nascholing.” Staatssecretaris Dijksma, die de conclusie „stevig” en „een scherp signaal” noemde, liet gisteren weten alle aanbevelingen van de commissie over te nemen. Ze maakt daar geen extra geld voor vrij, „maar daar heeft de commissie ook niet om gevraagd”.

Dijksma zal met collega-staatssecretaris Van Bijsterveldt (CDA) zich met name gaan richten op de nascholing van leraren. „Alles valt of staat met de docent” De bewindsvrouwen willen gaan praten met scholen en bonden om na te gaan wat er nu met het nascholingsgeld gebeurt.

Ondertussen is het rapport met instemming begroet door verschillende rekendeskundigen. „Ik ben heel blij dat er zo’n goed onderzoek is gedaan”, zegt Jan van de Craats, van de Stichting Goed Rekenonderwijs en hoogleraar wiskunde aan de UvA. Hij ijvert voor de herwaardering van ‘traditionele’ rekenmethoden.

Van de Craats plaatst ook kanttekeningen. „Het zou niet uitmaken, welke didactiek je gebruikt, zo wordt het samengevat. Maar dat staat niet zo in het rapport. Het is namelijk niet te onderzoeken of de realistische rekenmethode wel of niet goed is. Alle kinderen van nu gebruiken vanaf groep drie de realistische methode. Er is geen groep om mee te vergelijken.”

Dat laatste weerspreekt Marjo van den Heuvel, hoogleraar wiskunde aan het Freudenthal Insituut van de Universiteit Utrecht en verdediger van de ‘realistische’ methode. Er is wel degelijk onderzoek om het rekenniveau te meten, stelt zij. „We hebben ook de gegevens van het Cito, van vóór de invoering van de nieuwe methode.”

Het zou voor iedereen beter zijn als een leraar kan schakelen tussen beide methoden, zegt Gert Gelderblom, projectleider bij de PO-raad voor het verbetertraject van rekenen op basisscholen. Volgend jaar brengen educatieve uitgevers lesboeken uit, waarin meer aandacht is voor de traditionele methode. Mét staartdeling.

Rectificatie / Gerectificeerd

correcties en aanvullingen

In ‘Het is de leraar, ‘stupid’’ (pagina 10, 5 nov.) heet Marja van den Heuvel-Panhuizen per ongeluk Marjo. De hoogleraar didactiek reken-wiskundeonderwijs vindt dat er wel degelijk onderzoek is dat het positieve effect laat zien van realistische rekenmethoden.