Dreigende Rouvoet

Minister Rouvoet (ChristenUnie) is de eerste minister voor Jeugd en Gezin. Hij moet laveren. Enerzijds raakt hij aan een intiem territorium: het gezinsleven. Hij maakt zich dus onmogelijk als hij zich met privézaken bemoeit, bijvoorbeeld als hij denkt borstvoeding te moeten propageren. Anderzijds is hem als minister iets ultiem dierbaars en ingewikkelds toevertrouwd: het welzijn van kinderen, binnen het familieleven of daarbuiten.

De zin van dit ministerschap blijkt uit de groeiende vraag naar jeugdzorg. Misstanden worden eindelijk her- en onderkend. Er zijn meer meldingen van kindermishandeling. De hulpvraag stijgt voor probleemkinderen die zichzelf en hun omgeving het leven zowat onmogelijk maken.

Vijf jaar terug trad de nieuwe Wet op de Jeugdzorg in werking, waarover nu het Eindrapport van het Evaluatieonderzoek is verschenen. Uit het rapport doemt een janboel op, met als metafoor voor het falen de lange lijsten van kinderen die meer dan negen weken wachten op hulp. Die gegroeide wachtlijsten zijn, gezien de gestegen hulpvraag, overigens zo onwaarschijnlijk niet. Verder lijkt een provinciale aanpak ongunstig voor moeilijkheden die zich op gemeentelijk niveau afspelen: dat een kind in Haarlem of in Zaandam woont, doet voor hem of haar meer ter zake dan de notie van de provincie Noord-Holland.

Het onvermogen tot samenwerking tussen de verschillende hulpverleners, zowel binnen de instanties als tussen de instanties onderling, is volgens het rapport het kernprobleem. Dat is onverteerbaar omdat het al zo lang speelt. Dat veel ouders en kinderen ook nog eens hinder hebben van de manier waarop ze tegemoet worden getreden, is des te onuitstaanbaarder omdat ook dat een gevolg is van de eenzelvigheid van deze instanties.

De oorzaak wordt gezocht in de verticale organisatie van de instellingen, bij een zogenaamde horizontale hulpvraag die gelijktijdige zorg uit verschillende sectoren nodig maakt. Misschien ook voelen hulpverleners zich, na veelbesproken calamiteiten met dodelijke afloop, geroepen extreem op zeker te spelen. Zoiets remt de samenwerking: voor je het weet word je afgerekend op de onachtzaamheid van een collega.

In het Kamerdebat deze week werd Rouvoet stevig aangesproken op de evaluatie van de Wet op de Jeugdzorg. Op de vingers gekeken door een parlementaire werkgroep, komt hij binnenkort met een nieuwe visie, die moet leiden tot reorganisatie. Hij zal nu eindelijk onderlinge afstemming in de jeugdzorg moeten afdwingen. Hij beschikt over een belangrijk gegeven: dreigen helpt. De wachtlijsten zijn gekrompen sinds hij dreigde met ondercuratelestelling.

Hij zal onderlinge samenwerking nadrukkelijk moeten verplichten. Schiet een hulpinstantie tekort, dan volgt een harde financiële maatregel. Die treft de zwakken die er hulp krijgen, zal het antwoord zijn. Maar alle hulpvragers lijden uiteindelijk vooral onder een instelling die contactgestoord haar eigen weg wil bewandelen.