Britse Tories herijken hun Europese politiek

De Britse Conservatieven maken goede kans na dertien jaar weer aan de macht te komen. Wat kan dat betekenen voor hun politiek jegens Europa?

In de Britse Conservatieve Partij blijft het een geliefd tijdverdrijf om af te geven op ‘Europa’, dat consequent wordt afgeschilderd als een gulzige, veelkoppige draak waarvan de Britten zich – als het even kan – verre moeten houden. Ook partijleider David Cameron zingt tot dusverre mee in dit eurosceptische koor.

Hij verzette zich tegen het nieuwe Europese Verdrag van Lissabon, dat de Europese Unie slagvaardiger en democratischer beoogt te maken, en stelde de Britten een referendum in het vooruitzicht.

„Ik geef u vandaag een ijzeren garantie”, schreef Cameron in 2007 in het dagblad The Sun. „Als ik premier word, zal een Conservatieve regering een referendum houden over welk EU-verdrag er ook maar uit deze onderhandelingen komt.”

Inmiddels staat vast dat het Verdrag van Lissabon binnenkort in werking treedt. Bovendien wijzen opiniepeilingen uit dat de oppositieleider Cameron na de verkiezingen van volgend voorjaar heel goed premier Cameron kan zijn.

Dat riep de vraag op of hij nog altijd vasthield aan zijn belofte van een referendum. Op het congres van zijn partij vorige maand weigerde hij die vraag te beantwoorden, uit angst dat zijn partij in de kortste keren weer vechtend over straat zou rollen over de betrekkingen met Europa net als onder zijn verre voorgangers Margaret Thatcher en John Major. In plaats daarvan schreef hij een briefje aan de Tsjechische president Vaclav Klaus, eveneens tegenstander van ‘Lissabon’, om zijn verzet zo lang mogelijk te rekken.

Nu ook Klaus deze week zijn handtekening heeft gezet, schikte Cameron zich in het onvermijdelijke. Er komt geen referendum meer over ‘Lissabon’, zei hij gisteren in Londen. Hij verdedigde die ommezwaai met het feit dat zo’n volksraadpleging in de huidige omstandigheden futiel zou zijn. „Ik denk niet dat de Britse bevolking ons in dank zou afnemen als we ieders tijd en het geld van de belastingbetaler zouden verspillen aan een referendum dat geen praktisch effect zou hebben.”

In plaats daarvan beloofde hij te strijden voor een repatriëring van bevoegdheden, die eerdere regeringen hadden afgestaan aan Brussel. Hij wil bestaande zogeheten ‘opt-outs’ vernieuwen (zoals bij sociale wetgeving en het Handvest voor de Grondrechten van de EU) en zich sterk maken voor nieuwe (bij justitiële samenwerking). Verder wil hij wettelijk vastleggen dat elke nieuwe overdracht van bevoegdheden aan ‘Brussel’ alleen is toegestaan nadat de kiezers daar bij een referendum hun fiat aan hebben gegeven.

De verwachte storm van protest uit de kring van de eurosceptici binnen de partij bleef goeddeels uit. Weliswaar kondigde de Europarlementariër Daniel Hannan, een aartsscepticus, aan dat hij uit protest zijn portefeuille neerlegt om alsnog voor een referendum campagne te voeren, maar verder bleef het afgezien van wat anoniem gemor onder sceptici in de wandelgangen van het Lagerhuis rustig. Volgens commentatoren ook omdat veel Conservatieven beseffen dat ze de eerste serieuze kans op regeringsmacht in dertien jaar tijd niet moeten verkwanselen met nieuwe ruzies over Europa.

Minder kalm was de reactie van de Franse minister voor Europese Zaken, Pierre Lellouche. Deze bestempelde tegenover dagblad The Guardian het beleid van de Tories als „zielig”. Volgens hem vertonen ze „een bizar gevoel van autisme”. „Het is gewoon erg verdrietig om Groot-Brittannië, zo belangrijk in Europa, zichzelf van de rest te zien afsnijden en van de radar te zien afglijden”, aldus Lellouche.

De Franse minister verwees ook naar het besluit van de Tories zich van de grote, gematigde Europese Volkspartij (EVP) in het Europees Parlement af te splitsen en in zee te gaan met verschillende rechtse, marginale groepjes uit vooral Oost-Europa. „Ze hebben in essentie uw invloed in het Europees Parlement gecastreerd”, zei Lellouche, die er aan toevoegde dat ook president Sarkozy de opstelling van de Tories betreurde.

Het is een publiek geheim dat ook de Duitse bondskanselier Angela Merkel ontstemd was over het vertrek van de Conservatieven uit de EVP. Elmar Brok, vooraanstaande partijgenoot van Merkel in het Europees Parlement, wees er in dagblad The Independent op dat Camerons kansen om veel bevoegdheden terug te halen naar Londen weinig kans maken, omdat alle andere lidstaten daarmee akkoord zouden moeten gaan. Na acht jaar gesteggel over ‘Lissabon’ zou de animo daarvoor nihil zijn.

Toch overheerst bij velen in Londen en Brussel opluchting dat Cameron een gematigder en pragmatischer toon aansloeg dan tot dusverre. Hij maakte duidelijk dat hij niet voelt voor een ideologisch getinte oorlog tegen de rest van Europa. Zijn prioriteit ligt bij het vlot trekken van de Britse economie. In tegenstelling tot die van Frankrijk en Duitsland zit die nog steeds in recessie. Met genoegen zal Cameron Europa voorlopig links laten liggen.