Ben jij al 'follower' of fan van het Stedelijk?

Welk Amsterdams museum ben jij?

De organisatie van de museumnacht zette onlangs deze quiz op Facebook.

Ben je een intercultureel geïnteresseerd Tropenmuseum-typetje? Of meer een trendy doch romantische fan van fotografiemuseum Foam? Op de sociale netwerksite Facebook putten gebruikers zich uit met het invullen van de meest vergezochte quizzen – wat voor soort toetje ben jij? – en nu is daar ook de quiz ‘Welk Amsterdams museum ben jij’ aan toegevoegd; een lolletje van de organisatoren van de jaarlijkse museumnacht in Amsterdam die zaterdag plaatsvindt.

Het quizje is tekenend voor de opmars van musea op sociale sites als Hyves, Twitter en Facebook. Onder de gebruikersnaam ‘n8’ plaatst de organisatie een paar keer per dag een update over nieuwe programmaonderdelen en door gebruikers gemaakte filmpjes. De groep op Facebook heeft bijna 500 ‘fans’, op Hyves zijn dat er meer dan 4.000 en de Twitterfeed van n8news wordt door meer dan 400 microbloggers gevolgd.

„We zijn het hele jaar door actief”, zegt ‘n8’-beheerder Jelle Spanjaard. „Om meer jongeren kennis te laten maken met de activiteiten in verschillende musea.” Nu musea steeds meer cross-overactiviteiten organiseren, zoals muziekavonden of debatten, is het voor veel culturele instellingen een logische stap om op snelle blogsites aandacht te genereren voor deze evenementen. „Niemand checkt dagelijks de website van een museum, maar wel zijn eigen Facebookpagina”, aldus Spanjaard. Wie ‘fan’ of ‘follower’ wordt van een museum krijgt dan automatisch diens nieuwsberichtjes te zien, tussen de meldingen van je gewone vrienden. „We zien absoluut de meerwaarde van deze media”, zegt Spanjaard, „het heeft duidelijk meer bezoekers getrokken naar onze eigen site.”

Het bedrijf 23dingenvoormusea geeft cursussen aan musea die zich willen verdiepen in internet ‘2.0’, of eigenlijk ‘3.0’. „Musea zijn toch traditionele instellingen”, verklaart Yola de Lusenet van die website. „Ze willen niet meteen meedoen met elke hype. Nu blijkt dat fenomenen als Twitter en Facebook blijvend zijn, dringt het door dat ze deze media moeten inzetten om onder meer jongeren te bereiken – wat toch al een grote druk is die aan musea wordt opgelegd door subsidiegevers.”

Matthijs van der Meulen beheert de sociale media voor het Stedelijk Museum, dat het ontbreken van een fysieke locatie lijkt te compenseren door grootse digitale dadendrang: wie ‘fan’ wordt van het Stedelijk op Facebook kan rekenen op zo’n vijf berichten per dag: nieuws over de lopende verbouwing, een gevonden filmpje over Karel Appel of de aankondiging van een evenement. „We laten onze berichten simultaan verschijnen op Hyves, Twitter en Facebook”, zegt Van der Meulen. „Dat zijn platforms voor verschillende doelgroepen, onder wie ook veel gebruikers die nu wel contactpersoon van ons zijn, maar normaal nooit naar het museum zouden gaan.”

Hoewel de interactie nog minimaal is, gebeurt het wel dat gebruikers reageren op een geplaatst filmpje, of op z’n minst laten weten het ‘leuk’ te vinden. Dat is toch winst, vindt Van der Meulen. „Vroeger had je toch nooit een museum een mailtje gestuurd om een reactie te geven of een vraag te stellen?”

Hij doet zijn best om de „dunne lijn” te bewandelen tussen reclame en persoonlijke benadering in meldingen als ‘Stedelijk: Video of our running expo The living @ Huize Frankendael. You still have the chance to visit till Sunday. Don’t miss out!’

Volgens De Lusenet van 23museumdingen is het wetenschappelijke Museum Boerhaave in Leiden een goed voorbeeld van omgaan met moderne media; vorige week organiseerde dat museum op Twitter een virtuele rondleiding: „Tot mijn stomme verbazing meldde het Guggenheim Museum in New York zich daarvoor aan”, zegt organisator Vera Bartels. Het museum richt zich sinds een half jaar vooral op Twitter: „Sterrenkundigen zijn vrij actief daarop, dus hebben wij ons ook aangesloten. Dat medium wordt veel gebruikt voor professionele doeleinden.”

Dat contact is zakelijk én informeel, blijkt uit een ‘tweet’ van Boerhaave aan het British Museum: „museumboerhaave: @britishmuseum Nice program! Is it possible to have a picture of the papier-mâché models? Would be a great comparison with ours :-)”

De inzet van sociale media is geen bewuste marketing, zegt Bartels: „Daarvoor is onze naam niet bekend genoeg, we zijn toch een redelijk zwaar wetenschappelijk museum.”

Wel merkte Bartels een stijging in de bezoekcijfers van de website, en door de „korte lijntjes” is er beter contact met mogelijke bezoekers en collega-musea. Kost het veel extra tijd? Bartels lacht. „Vooral veel extra vrije tijd.”

Het Van Goghmuseum is het grootste Nederlandse museum op Twitter, vooral dankzij een grote schare Amerikaanse volgers. Ook het Van Gogh is pas een half jaar actief op deze site, en medewerker digitale communicatie Edith Schreurs zou in de toekomst graag willen dat meer Twitteraars verslag deden van de culturele vrijdagavonden in het museum, om die meer bekendheid te geven. „Net als met het weblog waarop we fragmenten van Van Goghs brieven publiceren, hopen we hiermee de beleving van Van Gogh persoonlijker te maken”, zegt Schreurs.

Dat blijkt uit de reactie van een Amerikaanse kunstenaar die op een specifieke hartenkreet van Van Gogh meldt: „You are not alone in this thinking. There are days and weeks when I can’t stop painting.”

En niet alleen bezoekers en musea zoeken toenadering, ook organisaties onderling. Zo meldt Jelle Spanjaard van n8: „Het Van Gogh Museum heeft op hun Twitterpagina commentaar gegeven en doorgelinkt naar een video die wij via Twitter toonden, met de tekst: ‘Brilliant video! RT @n8news’. Zo’n expliciete waardering was een aantal jaar geleden niet mogelijk geweest.”

Zaterdag vindt de museumnacht plaats, meer informatie: www.n8.nl