Vreemde gewaarwording

Kunst mag ook wel ’s vrolijk zijn. We hoeven niet altijd te somberen boven een roman, in de schouwburg of de bioscoop. Soms wil je even weg uit het tranendal.

Vanwaar deze frivole ontboezeming? Ik zat de afgelopen weken veel te kijken naar de speelfilms van de Amerikaanse regisseur John Cassavetes (1929-1989). Er is een kloeke dvd-collectie van hem uitgebracht en in meer dan dertig Nederlandse filmtheaters loopt een retrospectief.

Cassavetes is een oude liefde van mij, ik zag zijn films in de jaren zeventig en was diep onder de indruk. Hij ambieerde iets heel anders dan de doorsnee Hollywoodfilmer, bij hem geen gladde verhaaltjes met een happy ending, maar de authenticiteit van het werkelijk geleefde leven met alles wat daarbij hoort, misère dus vooral. Mooifilmerij was uit den boze, het ging om de inhoud van het drama. Zijn films waren lang, vaak bijna 2,5 uur, maar het kon mij niet lang genoeg duren.

Vijfendertig jaar later kijk ik er heel anders naar, kritischer vooral. Ik vind het nog steeds bijzondere films, maar ze irriteren me soms ook meer dan ik ooit voor mogelijk had gehouden. Vreemde gewaarwording, verwarrend vooral. Je beseft: die films zijn nog hetzelfde, jij moet veranderd zijn.

De meeste van zijn films zijn voor mij nu minstens een half uur te lang. Te veel scènes worden gerekt met wezenloos geklets en koket gedrag, soms krijg je de indruk dat Cassavetes bij god niet weet hoe hij verder wil met zijn verhaal. Waarom nam ik daar vroeger wél genoegen mee? Misschien had ik gewoon meer geduld of, wie weet, een grotere ontvankelijkheid.

Verder wordt er in deze films erg veel geschreeuwd, vaak zonder een duidelijke reden. Iedereen gedraagt zich als een volstrekte neuroot, zonder enige relativering of humor. Dat is een belangrijk verschil met de films van Woody Allen, maar ook met de wrange toneelstukken van Albee en Pinter.

Maar laat ik mijn held niet helemaal verguizen. Elke film van Cassavetes bevat scènes die je lang bijblijven. Dan is er opeens een dialoog, maar soms ook een traag uitgesponnen handeling die je in het hart treft. In Love Streams is dat het reisje naar Las Vegas van een losgeslagen vader (vrouwen, drank) met zijn zoontje. Hij probeert een band met zijn kind te krijgen, maar brengt er niets van terecht. In Opening Night frappeert het einde met de vertwijfelde actrice (Gena Rowlands) die stomdronken naar het toneel struikelt.

Achteraf blijft er voor mij in het oeuvre van Cassavetes één meesterwerk over: A Woman Under the Influence. Met alweer een schitterende rol van Gena Rowlands, Cassavetes’ echtgenote, als labiele, enigszins getikte huisvrouw. Misschien is het wel Cassavetes’ grootste verdienste geweest dat hij het bijzondere talent van zijn vrouw een podium verschafte.

Na al die breed uitgesmeerde somberte bij Cassavetes kreeg ik opeens behoefte aan, jawel, het uitbundige levenslied. Dat vond ik gisteravond in De Kleine Komedie in Amsterdam bij Maarten van Roozendaal, die met een voortreffelijke band door Nederland toert. Mede dankzij die band krijgt de melancholie van Van Roozendaals liedjes opeens een bijna vrolijke uitbundigheid.

En uit zijn magere lijf perst hij nog altijd een stem die de beste in zijn soort is. De ware opvolger van Bram Vermeulen.