OVSE zit met voorzitter in haar maag

De OVSE ijvert voor mensenrechten in Europa, maar krijgt een nieuwe voorzitter, Kazachstan, waar elk dissident geluid wordt onderdrukt.

In een rokerig restaurant in Almaty, de oude hoofdstad van Kazachstan, foetert Sanat Oernaljev tegen de westerse bezoeker. Hij vindt het „bespottelijk” dat zijn land over twee maanden de nieuwe voorzitter is van de OVSE, de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa. Dat westerse landen dáár hun zegen aan hebben gegeven! Hoe kan een organisatie, die zich laat voorstaan op haar werk voor democratie en mensenrechten, nou een land als voorzitter hebben waar de democratie niet bestaat en mensenrechten niets waard zijn?

Ter verduidelijking, zegt de jonge journalist: religieuze minderheden wordt het leven in Kazachstan onmogelijk gemaakt, de oppositie bestaat niet, is gearresteerd of vermoord, alle politieke macht is in handen van één man, de president, en elk dissident geluid wordt gesmoord. „En er is geen ruimte voor vrije pers”, aldus Oernaljev, die werkt voor de vorige maand op last van de regering gesloten oppositiekrant Respoeblika.

In zijn kritiek staat hij niet alleen. Aan de vooravond van het Kazachstaanse voorzitterschap, vanaf 1 januari, is er overal scherp commentaar. De democratie laat te wensen over en de trend is meer repressie, stellen mensenrechtenorganisaties als Human Rights Watch en Amnesty. Dat vormt een schril contrast met de topfunctie die het land gaat vervullen.

Volgens de autoriteiten is er niets mis met de staat van de democratie, en vormt die zeker geen bezwaar tegen het voorzitterschap. Roman Vassilenko van het ministerie van Buitenlandse Zaken zegt dat de regering een „rotsvast” geloof heeft in democratie, hoewel het versterken daarvan wel moet worden gezien als een „continu proces dat tijd en moeite kost”. En: „Kritiek van mensenrechtenorganisaties is een natuurlijk fenomeen, daar is geen enkel land immuun voor.”

Maar de OVSE zit ondertussen wel degelijk met het Kazachstaanse voorzitterschap in haar maag. Het is geen goede pr als de voorzitter van een organisatie, die internationaal wordt gerespecteerd om haar werk voor de democratie, in eigen land die democratie aan zijn laars lapt.

De afgelopen tijd heeft de OVSE een reeks verklaringen afgegeven over een omstreden internetwet en de veroordeling tot vier jaar cel van Kazachstans meest prominente mensenrechtenactivist, Jevgeni Zjovtis, voor een auto-ongeluk waarbij een voetganger omkwam. Zjovits zou geen eerlijk proces hebben gehad. In Kazachstan wordt gezegd dat de regering het ongeluk aangreep om een criticus van de regering de mond te snoeren (Zjovtis rapporteerde aan de OVSE hoe het ervoor stond met de mensenrechten en zijn laatste rapport zou zeer kritisch zijn geweest).

Een woordvoerder van de OVSE legt uit dat Kazachstan in 2007, toen het het voorzitterschap kreeg toegewezen, nog niet voldeed aan de standaarden die de organisatie aan haar leden stelt. Dat zou ook de reden zijn geweest waarom Kazachstans drie eerdere sollicitaties werden afgewezen.

Maar toen president Nazerbajev hervormingen beloofde, stemden de 56 leden, waaronder Nederland, in. Nu duidelijk is dat Nazerbajev zijn beloftes niet is nagekomen en Kazachstan nog altijd niet aan de voorwaarden voldoet, is er volgens de woordvoerder geen weg terug. Het voorzitterschap kan Kazachstan niet worden afgenomen en de standaarden zijn niet afdwingbaar, ze zijn niet verplicht. Het enige ‘drukmiddel’ dat de OVSE heeft, zegt hij, is dialoog.

De Nederlandse regering zegt destijds haar steun voor Nazerbajev te hebben uitgesproken omdat het voorzitterschap als stimulans zou kunnen werken voor hervormingen. Minister Maxime Verhagen (CDA) van Buitenlandse Zaken spreekt onder meer van „noblesse oblige”: de gedachte dat Kazachstan, als voorzitter, zich verplicht zou voelen het goede voorbeeld te geven. Ook zegt hij: „In een club met 56 leden kun je niet eeuwig de voorzittershamer onder een klein clubje verdelen en tegen andere leden zeggen: jullie mogen geen voorzitter worden. Een goede balans is belangrijk om alle landen betrokken te houden.”

De onafhankelijke blogger Adil Noermakov van Global Voices Online noemt die gedachte naïef. „Nazerbajev heeft het voorzitterschap nooit als prikkel voor verbetering beschouwd. Hij was alleen uit op internationale erkenning.”

Jaap de Hoop Scheffer, voormalig secretaris-generaal van de NAVO en minister van Buitenlandse Zaken toen Nederland in 2003 voorzitter van de OVSE was, erkent dat de Kazachstaanse democratie gebrekkig is. Maar volgens hem boet de OVSE door het voorzitterschap van Kazachstan niet aan geloofwaardigheid in. „Het was een afweging die enige tijd geleden is gemaakt en waarbij bijvoorbeeld de mensenrechtensituatie werd afgezet tegen het belang van de OVSE bij een voorzitter als Kazachstan.” Hij doelt onder meer op de geostrategische ligging van Kazachstan: in een regio waar veel olie en gas wordt gevonden en China, Amerika en het Westen druk bezig zijn invloed te verwerven. Hij herhaalt Verhagens argument dat het voorzitterschap „niet altijd bij een exclusief clubje” kan liggen, omdat „sommige landen dan op den duur afhaken”.

De Hoop Scheffer zegt ook dat van Kazachstan gedurende het voorzitterschap „het nodige wordt verwacht”. Als het land eenmaal in de schijnwerpers staat, is dat een goede gelegenheid het aan te spreken op de zaken die niet goed zijn, zegt hij. Over de niet nagekomen beloftes beloftes zegt hij: „Kazachstan zal zich moeten bewijzen. Per saldo is het Kazachstaanse voorzitterschap niet slecht voor de OVSE. Maar Kazachstan moet nog laten zien dat het ook goed was. Dat moeten we aan het eind bepalen.”

Volgens journalist Oernaljev hebben de OVSE-landen veel te makkelijk het voorzitterschap aan Kazachstan toegekend. Ze hadden volgens hem kunnen weten dat Nazerbajev zich nooit aan zijn beloftes zou houden.

Maar de democratie steunen is volgens Oernaljev nooit de echte motivatie van deze landen geweest om het voorzitterschap te steunen. Dat was olie en gas, waar Kazach-stan rijk aan is. Nazerbajev, die de olie- en gasconcessies verdeelt, is voor hen een interessante gesprekspartner. „Het Westen had liever olie en gas dan democratie in Kazachstan”, concludeert hij.

Eerdere artikelen over Kazachstan: nrc.nl/buitenland