'Ook door AZ is het drukker op de Kaasmarkt'

Na de val van sponsor en AZ-voorzitter Dirk Scheringa gelooft burgemeester Bruinooge van Alkmaar in continuïteit van AZ. „Ik zou nu even consolideren.”

In Londen staat AZ vanavond tegen Arsenal in de Champions League opnieuw in de schijnwerpers. Alkmaar, een van de kleinste steden op het hoogste podium van het clubvoetbal, profiteert mee als het AZ sportief goed gaat. Vandaar dat burgemeester Piet Bruinooge de ontwikkelingen rond de overname van AZ nauwlettend volgt.

Wat vindt u van de situatie waarin AZ terecht is gekomen?

Bruinooge: „Ik heb begrepen dat de curatoren ruimte creëren voor AZ in de afwikkeling van het faillissement van DSB. De club hoeft voorlopig geen problemen te verwachten en heeft de tijd om oplossingen te zoeken. Ik ga ervan uit dat dit gaat lukken. Wij staan als gemeente daarover voortdurend in contact met de bestuurders en de commissarissen van AZ.”

Dient AZ Scheringa’s aandelen in eigen beheer te houden, zoals het plan is, of kunnen ze beter naar een grootaandeelhouder gaan?

„Als de club in handen komt van een grote aandeelhouder lost dat de financiële problemen op. De vraag is of het ook een goede oplossing is voor de lange termijn.”

Hoe belangrijk is AZ voor Alkmaar?

„In het kader van de citypromotie is AZ een buitengewoon belangrijke partner geworden. Wij hadden in Europa al een goede reputatie als kaasstad. Maar in 2007 en dit jaar heeft AZ ervoor gezorgd dat nationaal en internationaal de naamsbekendheid van Alkmaar aanzienlijk is gegroeid. Dat heeft positieve effecten op het functioneren van de stad. De mensen merken dat de aantrekkingskracht groter is geworden. Deze zomer hebben we bijvoorbeeld een toename van bezoekers gehad op de Kaasmarkt. Dat was na de viering van het kampioenschap. Het is frappant dat het toerisme niet volgens de landelijke trend is teruggelopen. Toch leuk.”

Bent u bereid in AZ te investeren?

„Op financieel gebied willen wij de zaken gescheiden houden. De gemeente is bereid mogelijkheden voor een topclub te faciliteren. Maar verder wordt AZ beschouwd als elk ander bedrijf in de stad.”

Heeft de stad Alkmaar voldoende potentie voor een topclub?

„Dat denk ik wel. Alkmaar is een stad met slechts 100.000 inwoners, maar heeft ook een regiofunctie in Noord-Holland-Noord. AZ heeft een achterland van 700.000 mensen. Het stadion is een belangrijke ontmoetingsplek, ook voor het bedrijfsleven. Ik zie mijn collega uit Beverwijk regelmatig met relaties naar het voetbal komen, van Corus uit Velsen bijvoorbeeld. Als je dat zuidelijke deel van Noord-Holland erbij telt, kom je uit op een verzorgingsgebied van een miljoen mensen.”

Ben u niet bang dat het nieuwe stadion van AZ te groot zal blijken bij een sportieve terugval?

„Er staat een schitterende accommodatie waar congressen worden gehouden maar die verder alleen voor het voetbal gebruikt wordt. AZ wil dat zo houden en daar bemoeien wij ons niet mee. Ik heb er alle vertrouwen in dat het stadion vol blijft lopen. De loyaliteit van de Alkmaarders en de regio voor hun clubje is groot. Toen het vorig jaar relatief slecht ging, waren er ook nauwelijks lege plaatsen. En zag ik een spandoek: ‘Dirk staat de Jupiler koud’ (met verwijzing naar het biermerk dat hoofdsponsor is van de eerste divisie, red.). Dus als het wat minder gaat, ziet de aanhang de humor er wel van in.”

Ondanks de problemen wil AZ het stadion uitbreiden.

„Als de financiering rond komt is dat de beslissing van de club. Maar ik zou nu even consolideren en afwachten. De sfeer vind ik met deze capaciteit ook mooi. Al merk je wel dat roem heel vergankelijk is in het voetbal. Eerst was AZ voor buitenstaanders een geuzenclubje dat het toch maar even voor elkaar kreeg in de provincie. Nu wordt er snel geroepen: ‘Zie je wel, het kan daar nooit wat worden’. Dan is het liedje van Henny Vrienten en Herman Brood van toepassing: ‘Als je wint heb je vrienden’.”