Moeras in Washington

Precies een jaar geleden, na zijn verkiezingsoverwinning, werd Barack Obama door zijn aanhang begroet als de Verlosser. Ik was in New York, zag de extatische menigte, werd omhelsd door wildvreemden. Het is altijd een buitenkans voor een journalist om getuige te zijn van een historisch ogenblik.

De euforie was zeer verklaarbaar: voor het eerst was er een zwarte man tot president gekozen, waarmee op de duidelijkste manier een definitief einde was gekomen aan de segregatie.

En eindelijk was er gegronde hoop dat de natie zou worden bevrijd uit de steeg van Bush. Er was gegronde hoop dat Obama een passend eind zou maken aan twee uitzichtloze oorlogen, een antwoord zou geven op de verder om zich heen grijpende economische crisis, nieuwe maatregelen zou nemen tot beteugeling van de klimaatverandering, het verval van het rechtsbesef zou stuiten en het westelijk bondgenootschap in ere zou herstellen. Het was misschien te veel voor een sterveling.

Maar na zijn inauguratie is hij goed begonnen. Zijn bezoek aan een aantal Europese landen werd een zegetocht. Dat het herstel van het bondgenootschap doorzet, wordt bewezen door de geestdriftige ontvangst die bondskanselier Angela Merkel gisteren in het Congres heeft gekregen.

Zijn maatregelen tot het herstel van de economie, hoewel controversieel, slaan aan. De groei zit er weer in.

Maar zijn toespraak in Kaïro, waarin hij verklaarde dat Amerika vrede wil met de wereld van de islam, heeft geen substantiële reacties gekregen. Zijn diplomatieke opening naar het regiem in Iran heeft nog geen resultaat gehad. Pogingen om het Israëlisch-Palestijnse vredesproces weer op gang te brengen zijn tot dusver vergeefs. Zijn plannen tot een drastische hervorming van de nationale gezondheidszorg hebben aan ultraconservatieve kant uitbarstingen van hysterische haat veroorzaakt.

Valt een nieuwe president te beoordelen, negen maanden nadat hij is aangetreden? Dat is een vraag die in de politiek niet wordt gesteld. Iedere politicus wordt per dag gewaardeerd, en dan vooral op datgene wat hij gisteren voor zijn rekening heeft genomen.

Obama als persoon houdt zijn populariteit, maar volgens een enquête van CNN keurt nu 51 procent zijn beleid af. Dat blijkt ook uit de overwinning die de Republikeinen bij tussentijdse gouverneursverkiezingen in Virginia en New Jersey hebben behaald. Na de nederlaag van vorig jaar was de Republikeinse partij in chaos. Misschien wijst dit op een licht herstel. Maar in de staat New York hebben de Democraten gewonnen, in het Huis van Afgevaardigden een zetel veroverd die sinds de Burgeroorlog door een Republikein werd bezet.

Voor de Amerikaanse bondgenoten is het vooral van belang wat hij aan de oplossing van de twee grootste problemen van de buitenlandse politiek heeft gedaan: Irak en Afghanistan. Om het zacht te zeggen: het schiet daar niet op. Godsdiensttwisten en misschien ook een florerend gangsterdom beletten Irak een redelijk georganiseerde democratie te worden. De afgelopen twee maanden zijn bij bomaanslagen 441 slachtoffers gevallen. Er zijn nog omstreeks 140.000 militairen in het land.

Volgens de plannen van de president zou in de loop van volgend jaar het grootste deel van hen worden teruggetrokken. Als de opperbevelhebber in Afghanistan Staney McChrystal zijn zin krijgt, gaan dan weer 40.000 man naar dat front. De president krijgt van alle kanten adviezen. Bij de bondgenoten, vooral in de publieke opinie, daalt de geestdrift voor de Afghaanse expeditie steeds sneller. De Afghanen zelf werken ook niet mee. Nadat de verkiezingen wegens ongehoorde corruptie ongeldig waren verklaard, zouden ze worden overgedaan, maar kandidaat Abdullah trok zich terug, zodat Karzai als winnaar van het bedrog president blijft. In die absurde situatie blijven de Amerikanen en de NAVO de Talibaan bevechten en waterputten slaan.

Obama aarzelt, al maanden. Dat heeft zijn invloed op de publieke opinie, maar ook intern. In regeringskringen gaat men aan de kwaliteit van zijn leiderschap twijfelen. Gisteren verscheen op de internetkrant Truthout een interview met Daniel Ellsberg, de man die in 1971 de ‘Pentagon Papers’ in de publiciteit heeft gebracht. Binnen het old boys network van de CIA en het Pentagon groeit het verzet tegen het half-beleid van de president in Afghanistan, zegt hij. Instinctief beseft de president dat daar geen overwinning te behalen valt. Maar zoals Lyndon B. Johnson destijds in Vietnam, is hij geneigd ter wille van de binnenlandse politiek het verzet te apaiseren en McChrystal zijn zin te geven. Ellsberg maakt een vergelijking met het door Eisenhower gesignaleerde militair-industrieel complex dat toen een soms beslissende invloed op de buitenlandse politiek uitoefende.

Op een aantal gebieden is Obama veelbelovend begonnen. Maar Afghanistan ontwikkelt zich met de dag verder tot een moeras, dat zich nu ook begint uit te strekken tot de binnenlandse politiek.

Die ontwikkeling is ook voor Nederland van belang. Binnen het kabinet zijn er een paar ministers die verlangen naar een voortzetting van onze militaire aanwezigheid in Afghanistan. Zouden ze weten dat we ons daarmee in drie moerassen tegelijk kunnen begeven? Het Afghaanse militaire, het politieke en het moeras van Washington.

Wilt u reageren? Dat kan op nrc.nl/hofland