Hier kunnen we ze tenminste goed opvoeden

Egyptenaren in Nederland voelen de hete adem van de Kinderbescherming in de nek.

Ze sturen hun kinderen terug naar Egypte, waar een pak slaag wél mogelijk is.

Adel zit met zijn vrouw en vijf jonge kinderen in zijn autoreparatiezaak. Het is vrijdag, de islamitische dag van het gebed, dus de kinderen zijn vrij van school. Ze vervelen zich en hangen wat rond op de werkplaats. Buiten spelen kan niet. De garage ligt aan een drukke hoofdweg tussen de Egyptische hoofdstad en de Nijldelta. Daarnaast ligt de spoorweg. De trein raast om de haverklap met een hels kabaal langs.

Het gezin leeft sinds een jaar op de bovenverdieping. Voorheen woonden ze in Amsterdam-Osdorp. „Maar dat ging niet langer”, aldus Adel.

„Ik mis Holland”, zegt Samira (12), de oudste dochter. Ze ging naar de As-Siddieq, de islamitische school die al jaren onder vuur ligt van de Onderwijsinspectie. Nu zit ze op een openbare school waar ze in het Arabisch les krijgt, een taal die ze nauwelijks beheerst. „Dat komt wel”, zegt Adel geruststellend. Ook hij was liever in Nederland gebleven. „Het is daar allemaal veel beter geregeld.” Maar zijn shoarmazaak werd door de huisbaas onteigend. En hij voelde continu de hete adem van de Kinderbescherming in zijn nek. „Je mag in Nederland je kinderen niet opvoeden zoals dat zou moeten.”

Vorig jaar werden driehonderd Egyptisch-Nederlandse kinderen door hun ouders van Amsterdam naar Egypte verhuisd. Dat is twee keer zoveel als het aantal Marokkaans-Nederlandse kinderen dat naar Marokko vertrok. Vanwege deze exodus naar Egypte gelastte staatssecretaris van Onderwijs Sharon Dijksma een onderzoek. Ze noemde het vertrek van zoveel kinderen „onwenselijk” omdat het de integratie zou „belemmeren” wanneer deze kinderen op latere leeftijd toch weer naar Nederland zouden terugkeren.

Geen van de ouders wil met volledige naam in de krant, meestal uit angst om de Nederlandse kinderbijslag of sociale uitkering te verliezen.

Hoewel voor Adel het economische motief de hoofdrol speelt, klaagt hij vooral over de vrijheden en rechten die kinderen in Nederland genieten. Hij vreesde dat de Kinderbescherming hem uit de ouderlijke macht zou ontzetten als hij een pak slag uitdeelde. De veroordeling van zijn broer wegens kindontvoering versterkte zijn angst. Die had na de echtscheiding van zijn Nederlandse vrouw hun twee kinderen naar Egypte overgebracht, in weerwil van de voogdijbepaling. Toen hij voor zijn werk naar Nederland terugkeerde, werd hij gearresteerd en drie jaar gevangen gezet.

„Dat akkefietje heeft mij niet geholpen”, zegt Adel. „Toen ik mijn vrouw en kinderen vorig jaar naar Egypte stuurde, werd ik ook meteen verdacht van ontvoering.” Iemand van school had aangifte tegen hem gedaan. Ook hij werd vastgehouden bij terugkeer in Nederland. Pas toen zijn vrouw vanuit Egypte naar justitie belde om te zeggen dat ze daar uit vrije wil was gaan wonen, werd Adel weer vrijgelaten.

„Mijn nachtmerrie was dat mijn 16-jarige dochter binnenwandelde met een vriendje en dat ik er niets tegen kon doen”, zegt Mohamed tijdens een gesprek in zijn flat op vijftien hoog in Shubra, een drukke volkswijk in Kairo. Hij verhuisde zijn Nederlandse vrouw en vier kinderen zeven jaar geleden al naar Egypte. Eerst had hij ze ondergebracht bij zijn moeder, terwijl hij in Nederland bleef doorwerken. Drie jaar geleden heeft hij zich bij zijn gezin gevoegd in hun huidige woning.

Waarom? „Het levensonderhoud in Egypte is veel goedkoper”, zegt Mohamed eerst. Maar dan vertelt hij over zijn angst dat de zwarte school en de gemengde wijk een negatieve invloed hebben op zijn dochter. „Een paar foute vriendinnen en het gaat mis”, aldus de voormalige restauranthouder. „We zijn allemaal doodsbang dat met onze kinderen hetzelfde gebeurt als met die hangjongeren die de boel verstieren. We willen kunnen ingrijpen, desnoods met harde hand, maar dat mag in Nederland niet.” Hij denkt dat veel Nederlanders dezelfde problemen hebben. „Hoe hou je je kinderen in de hand, als je ze niet eens een tik mag geven?”,

Mohamed vindt het paradoxaal dat allochtone ouders vaak worden beschuldigd dat ze hun kinderen niet goed opvoeden. „Maar wij mogen onze kinderen niet opvoeden zoals dat nodig is”, aldus de vader. „Nederland moet gewoon veel strenger worden. Soms moet een kind een schop onder zijn kont krijgen.” Hij noemt voorbeelden van kinderen van vrienden die de Kinderbescherming hadden gebeld na een pak slaag. „Ze kwamen meteen in actie, want zo’n Arabische vader, dat zal wel mis zijn.”

De wens om de kinderen te laten opgroeien in een islamitische omgeving speelt eveneens een grote rol. Niet alleen bij Egyptische vaders, maar ook bij Nederlandse moeders die zich tot de islam hebben bekeerd, klinkt dit argument. „Onze kinderen zijn nu trots op hun achtergrond. In Nederland werden ze gedwongen zich een beetje te schamen”, schrijft Amira per e-mail in reactie op vragen. Ze heeft een islamitische naam genomen, draagt de gezichtssluier en wil mij om religieuze redenen niet in persoon ontmoeten. Haar vier kinderen zaten vroeger ook op de As-Siddieq school. Ze woont nu in een klein dorp ten noorden van Kairo. „Het is niet goed in een niet-moslim land te wonen”, aldus Amira. „In Holland is veel discriminatie en dat wil ik mijn kinderen besparen.”

Van doorslaggevend belang zijn ook de kansen in het onderwijs. Nederland biedt niet de beste mogelijkheden, is een veelgehoorde klacht. „Allochtone kinderen krijgen bijna automatisch een mbo-schooladvies van hun lagere school, ook al hebben ze goed gescoord”, zegt Mahmoud, een vader die zijn jongste twee kinderen deze zomer naar Egypte heeft gestuurd. Zelf is hij voor zijn werk weer naar Nederland teruggekeerd. „Onderwijs is voor ons Egyptenaren heel belangrijk”, legt hij uit. „Je kind moet gestudeerd hebben, anders ben je als ouder mislukt.”

Wanneer zijn kinderen de Engelstalige middelbare school in Egypte eenmaal hebben afgemaakt, gaan ze alsnog naar een universiteit in Europa of de Verenigde Staten, verwacht hij. Adel koestert dezelfde hoop. „Allochtonen krijgen vaak het verwijt geen ambitie te hebben, maar het wordt ons niet gegund”, zegt hij. „Alleen als je schoonmaker of straatveger wil worden, ben je welkom”, klinkt het bitter. „Ik heb de bebloede maandverbanden uit prullenbakken van openbare wc’s gehaald, maar dat wil ik mijn kinderen niet aandoen.”