Halverwege cult en kinderfilm

Paniek in het dorp (Panique au village). Regie: Stéphane Aubier, Vincent Patar. In: 5 bioscopen. ***

Tijdens het Filmfestival van Cannes was de stop-motion poppenanimatiefilm Panique au village nog goed voor een nachtvoorstelling met cultpotentie. Nu wordt de film als de nagesynchroniseerde kinderfilm Paniek in het dorp in de Nederlandse bioscopen uitgebracht. Het kan raar lopen.

Voor de film was er de tv-serie, die vooral op kindertelevisie werd uitgezonden. In Nederland waren de avonturen van de plastic chaoten Paard, Cowboy en Indiaan te zien bij Villa Achterwerk. Maar net als SpongeBob kreeg de serie al snel volwassen fans.

Paniek in het dorp is eigenlijk een uit de hand gelopen kinderspel: van al het speelgoed, alle omgekeerde suikerpotten en gekke dingetjes met schroefjes eraan van mama en papa, de blokkendoos en nog zo wat, is een dorp gebouwd waar kleine plastic poppetjes met voetsteuntjes doorheen schuiven, tegen elkaar opbotsen en springerig met elkaar in gevecht gaan. Veel verhaal is er niet. De altijd ruziënde broers Cowboy en Indiaan kopen een barbecue voor vriend Paard, en uit de hand loopt het toch wel. Voor ze het weten zitten ze aan de andere kant van de aarde of in een onderwaterwereld.

Achter de bewuste Lo-Fi-stijl van de film (die er echt uitziet alsof de makers op een zondagmiddag hun oude speelgoedkist hebben omgegooid) schuilt een melige, absurde en sarcastische wereld. ‘Animal Farm op drugs’, werd de film door de Vlaamse krant De Morgen gedoopt. Laten we hem vooral terugveroveren op onze kinderen.