Gisèle kiest haar eigen schilderijen

Ze gebruikte het als atelier en onderduikadres. Nu toont kunstenares Gisèle d’Ailly-Van Waterschoot van der Gracht, weduwe van burgemeester d’Ailly, er haar schilderijen in Amsterdam

Schilder en glazenier Gisèle d’Ailly-Van Waterschoot van der Gracht (Den Haag, 1912) maakte uit haar grote oeuvre een bescheiden selectie voor de tentoonstelling Gisèle – eigen keuze. Tweeëntwintig schilderijen hangen in het lage souterrain van het pand Castrum Peregrini aan de Amsterdamse Herengracht. Het monumentale grachtenhuis lijkt op de boeg van een schip midden in de stad. Castrum Peregrini is vernoemd naar de kruisvaardersburcht bij Haifa, die nog altijd bestaat.

Haar atelier en woonruimte zijn op de hoogste verdieping van het pand met uitzicht op de Leidsegracht en, aan de achterzijde, op de gotische luchtbogen van de katholieke Krijtbergkerk aan het Singel. Ramen overal, behalve op het noorden. Gisèle – eigen keuze toont niet alleen een overzicht van een leven gewijd aan schilderkunst, je zou de tentoonstelling ook kunnen zien als een beknopte rondgang langs vele stijlen. Het vroegste schilderij dateert van 1934 en het meest recente van 1996. Kermis te Maastricht uit 1934 is volkomen anders van inhoud en sfeer dan het krachtige, kleurrijke Portrait With Hudson Bay Coat (1948; ook genoemd Zelfportret met capuchon) of het ijl en poëtisch geschilderde Enigma (1976).

Gisèle van Waterschoot van der Gracht werd in Scheveningen geboren, maar haar eerste herinneringen spelen zich af in Oklahoma, voor haar het „echte, Wilde Westen”. Haar vader, als geoloog verbonden aan de Rijksopsporing der Delfstoffen, had een reputatie op het terrein van het opsporen van olievelden. Gisèle zocht samen met de Indianen van de Ponca-stam naar veren en skeletten. De brede vensterbanken van haar atelier zijn afgeladen met stenen, veren, kunstvoorwerpen, takken. De natuur met zijn organische vormen is voor haar de werkelijke leermeester van de kunstenaar. In een interview uit 1979 naar aanleiding van een expositie in het Singer Museum, Laren, zegt ze: „We kunnen nu eenmaal nooit een vorm verzinnen of construeren die niet in de natuur voorkomt.”

Als jonge vrouw was Gisèle bevriend met de dichter Roland Holst. Zij liep met hem over de gracht en zag op driehoog een groen bordje ‘te huur’. De kantoorkamertjes waren niet bestemd voor bewoning, dus geen keuken of badgelegenheid. Maar het ging haar om het uitzicht, het licht, de stad met zijn daken en torens. Tijdens de oorlog gaf ze Joodse onderduikers een veilige plek. Sinds 1998 mag ze zich Rechtvaardige onder de Volkeren noemen, een hoge, Israëlische onderscheiding. Ze onderhield de onderduikers met het geld van verkochte schilderijen, bovendien bood haar huis onderdak aan een kunstenaarskring. Haar geestelijke vader was de Duitse, ‘symbolistische’ dichter Stefan George (1868-1933) die aan poëzie een religieuze, tijdloze dimensie geeft.

Tijdloos is ook de ervaring van de bezoeker aan Gisèle – eigen keuze. Figuratieve, herkenbare taferelen, zoals de Maastrichtse kermis of het rustieke zicht op haar Limburgse atelier, waren voor haar na de oorlog onmogelijk. Op de schilderijen van grote afmetingen overheersen ronde, vloeiende vormen. Vissen, vogels, meisje met een uil, herder met kudde, blauwe ezel: in dit Amsterdamse souterrain en voormalig onderduikadres is een verbazingwekkende wereld samengebracht.

Castrum Peregrini: Gisèle – eigen keuze. Herengracht 401, Amsterdam. T/m 20/11. Inl.: www.castrumperegrini.nl